Waarom Walter van den Berg ongelukkig wordt van fulltime schrijven

15 maart 2016

Afbeelding: Paul Levitton.

Wschuld-omslagalter van den Berg stapte over van De Bezige Bij naar uitgeverij Das Mag voor zijn vierde roman Schuld, over het snoeiharde milieu van Amsterdam Nieuw-West. Een gewelddadige wereld waarin mannen hard moeten zijn, waar niemand ontkomt aan elkaar en uiteindelijk iedereen wordt ontmaskerd. Zijn roman zit al in de tweede druk en werd verkozen tot ‘Boek van de maand’ bij De Wereld Draait Door. Walter van den Berg heeft nog steeds een kantoorbaan (weliswaar een andere), net als toen hij op 34-jarige leeftijd debuteerde. ‘Ik vind het stiekem heel leuk om op kantoor te zijn.’

Aan het begin van je schrijfcarrière had je een romantisch beeld van de schrijver, maar daar kwam je al snel op terug. Kon je dat makkelijk achter je laten?
‘Na mijn tweede roman stopte ik met mijn kantoorbaan en wilde ik leven van schrijven, puur en alleen schrijven. Dat klinkt heel heftig, maar betekent dat je stukjes moet schrijven voor tijdschriften, de krant, misschien een beurs moet aanvragen. En dus ook dat je hele dagen alleen in je hoofd zit: dat bleek niks voor mij te zijn. Ik werd er erg ongelukkig van. En ik miste de koffieautomaat op het werk. Misschien had ik dat wel kunnen voorzien. Mijn debuut De hondenkoning gaat over het kantoorleven. Het hangt aan elkaar van lulligheid, maar ik vind het stiekem wel heel leuk om op kantoor te zijn. Het is een klein universum in de wereld waar van alles gebeurt. Ik vind dat interessant.’

Zie je jezelf als een schrijver?
‘Ja, maar dat is nog maar sinds kort, sinds mijn vorige boek. Na mijn eerste boek dacht ik: ‘Nu ben ik schrijver!’ Maar ik kwam erachter dat het niet zo was, omdat er zoveel mensen zijn die een boek hebben geschreven. Na mijn tweede boek geloof ik meer en meer dat ik schrijver ben, zeker als ik mooie recensies lees over mijn eigen werk. Ik word ‘schrijver’ genoemd, dus zullen ze wel gelijk hebben.’

Zou je overwegen je volledig te storten op het schrijverschap?
‘Ik hou van een bepaald ritme in mijn leven, en een gewone baan zorgt daarvoor. Door De Wereld Draait Door verkoopt mijn boek straks veel beter. Ik heb er altijd naast gewerkt, en ondanks het succes van Schuld denk ik er nog steeds niet over om te stoppen met werken.’

Hoe ben je begonnen met schrijven?
‘Ik begon met kortverhalen, en ook al zijn er alleen romans van mij uitgegeven, je ziet wel die oorsprong van kortverhalen terugkomen vanwege mijn beeldende stijl. Sanneke van Hassel noemde mij ooit: ‘de beste kortverhaalschrijver van Nederland die nooit kortverhalen schrijft’. Ik denk dat ik nog regelmatig een kortverhalen zal schrijven, omdat het de mooiste kunstvorm is die bestaat. In een roman kun je nog lelijke woorden gebruiken of fouten maken, maar in een kortverhaal moet het perfect zijn.’

Hoe verloopt jouw schrijfproces?
‘Sinds mijn debuut ben ik enorm gegroeid in mijn schrijfproces. Bij mijn eerste werk schreef ik organisch, terwijl ik het bij mijn laatste boek steeds professioneler aanpakte met meer discipline in het proces. Ik werk naast mijn schrijven fulltime, dus mijn streven was om iedere doordeweekse avond 500 woorden te tikken. Tegen het einde van het boek, toen ik de vaart erin kreeg, werden dat 1000 woorden per avond en ging ik ook in de weekenden door.’

Houd je je schrijverschap gescheiden van de rest van je leven of loopt het in elkaar over?
‘Ik ben een hele makkelijke schrijver. Sommige schrijvers hebben een hele dag nodig om te kunnen ijsberen en nadenken, maar als ik schrijf denk ik niet heel veel na over het boek als ik bezig ben. Tijdens de afwas of het uitlaten van de hond bedenk ik wat ik ga schrijven, hoe het in elkaar steekt en dan ga ik zitten en tik ik 500 woorden. Dat gaat al schrijvende, maar bij het laatste boek had ik wel eerst een plotlijn nodig. Dat was leuk, een beetje puzzelen en schuiven. Er zit ook een broedproces in, waarin vrij veel tijd verstrijkt voordat ik begin met die 500 woorden per avond. Het echte schrijven gebeurt pas op de helft van het proces. Ik moet een bepaald enthousiasme voelen, en overtuiging van wat het gaat worden. Ik schrijf wel al een soort stijloefeningen, waarin ik uitprobeer wat er gebeurt en hoe het klinkt of voelt.’ 

van-dode-mannen-win-je-nietHoe komt het dat je nu zo bewust met je werk kunt omgaan?
‘Boeken schrijven is gek: je schrijft een paar duizend woorden en verwacht dat mensen daar tijd in willen steken. Een rare arrogante bezigheid, maar doordat ik reacties van lezers krijg, ontdek ik waar mijn boeken echt over gaan. Jeroen Vullings had in Vrij Nederland iets heel scherps gezegd over mijn vorige boek, Van dode mannen win je niet, wat ik zelf nog helemaal niet had gezien. En ook in een leesclub van Das Mag had ik de ene openbaring na de andere door wat mensen allemaal gelezen hadden in mijn werk. Schrijven is misschien wel hulp vragen van buitenaf. Je zegt: ‘Ik heb een probleem, ik denk dat het er zo uitziet, maar help me om het op te lossen.’’

Wat wil je bereiken in je schrijven?
‘Dat is voornamelijk iets voor mezelf, ik denk dat een goede schrijver één belangrijk idee heeft en daar zijn hele leven aan werkt. Mijn idee is nog niet zo concreet, ik heb het wel maar pas sinds kort, sinds dit boek. Het heeft te maken met ouders: alle shit die je meedraagt komt altijd bij je ouders vandaan. Je krijgt altijd het goede en slechte mee, en soms overheerst het slechte daarin. Bij dit boek heb ik daar bewuster op gelet dan bij de vorige.’

Wie komt eerst: Walter van den Berg of je boeken?
‘Autobiografisch schrijven is onvermijdelijk, maar dat hoeft niet te zeggen dat je wat je schrijft hebt meegemaakt. Bepaalde schrijvers vinden dat ze totaal niet over zichzelf schrijven, zoals Gustaaf Peek of Hanna Bervoets. Maar je kunt hun leven toch met hun werk verbinden. Bij het ene boek zal ik me bewuster bezighouden met waar ik écht over schrijf. Het heeft ook te maken met onderzoeken: ik onderzoek met schrijven hoe mensen in elkaar zitten dus moet ik hoe dan ook dicht bij huis blijven. De ruimte om je personage heen moet ik klein houden. Mijn personages hebben een kleine ruimte nodig zodat ik ze kan onderzoeken.’

Al je vier romans spelen in Nieuw-West, is dit een bewust kader dat je jezelf oplegt?
‘Ja, dat is precies waar ik ‘last van heb’: ik heb een aantal regels heel scherp in mijn hoofd voor mijn schrijven, wat wel en niet in decor voor mag komen, gebeurtenissen die wel of niet in mijn boeken ‘horen’. Ik zou nooit over een politieman schrijven, omdat die Hollandse politie een beetje lullig is. Terwijl er in een scène met een dode man best politie bij zou kunnen, past dat voor mij niet. Dat is een van mijn regeltjes, die kom ik tegen terwijl ik schrijf. Als het evenwicht van het boek uit balans raakt door een personage, stijl of keuze, dan moet ik dat aanpassen. Zo is ook Nieuw-West altijd het decor geweest: omdat ik heel beeldend schrijf heb ik een decor nodig. Bij de personages die ik tot nu toe heb hoort een bepaald decor, en Nieuw-West is daar perfect voor.’

Hoe nu verder? Hoe past Schuld in het grotere plaatje?
‘Ik vind het heel leuk om een connectie in stand te houden met mijn vorige boeken: ik ben een universum aan het bouwen met mijn volgende werk, en dat haakt in op personages uit Schuld. Ik hoor van lezers dat ik met genade voor mijn personages schrijf: het zijn allemaal losers, maar ik laat ze in hun waarde. Ik vind het wel ongelofelijke losers, en ik ben best boos op die personages en die buurt. Ik kom daarvandaan en door tussen dat soort mensen te leven heeft het mij veel gekost om te komen waar ik nu ben. Dat moeten ‘ontvluchten’ zou ik niemand gunnen. Mijn leven had al veel eerder veel leuker kunnen zijn. Schuld gaat echt over die worsteling: het personage van Kevin blijft zich vasthouden terwijl hij eigenlijk los moet laten, want hij is veel te slim. Omdat mijn leven zelf steeds mooier is, gun ik dat misschien mijn personages straks ook. Dan komt Cor of Kevin of Wesley misschien wel in een mooiere wereld terecht.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.