Waarom Judith Eykelenboom over die geschifte familie moest schrijven

12 april 2016
Fotograaf: Eline Lucie de Groot.

Judith Eykelenboom debuteerde in januari dit jaar met Biefstuk, een ijzersterke roman over een ontwricht Haags gezin en hoofdpersoon Levi Storm die daarbinnen opgroeit en zich staande moet zien te houden. Nauwlettend zet Eykelenboom de indringende scènes neer, maar daarbij verliest ze nooit gevoel voor humor. ‘Ik heb ook heel hard gelachen om wat ik opschreef, zoals die scène met de boerenkoolstamppot.’ Bij haar thuis in Den Haag ontmoet ik haar. ‘Ik moet eerlijk zeggen dat het een goed boek is.’

Hoe ben je schrijver geworden?
‘Ik wist altijd al dat ik wilde schrijven, ik ben ook journalistiek gaan studeren omdat ik schrijver wilde worden. Ik wilde een boek schrijven, maar wist helemaal niet hoe dat moest. Waar begin je eigenlijk? Het was veel te groot. Ik ben gaan rondkijken en kwam uit bij de Schrijversvakschool in Amsterdam. Het is een grote investering geweest qua tijd en geld, maar het was geweldig: ik werkte thuis aan mijn teksten, liet ze lezen en las die van anderen, en op zaterdagen had ik les in Amsterdam. Dat werd mijn favoriete dag van de week. Na het eerste jaar ben je nog met drie á vier mensen in een klasje en dan ga je echt de diepte in, dus op den duur raak je zo vertrouwd met elkaar. Je moet jezelf wel blootgeven, want wat je ook schrijft, echt of niet echt, het komt uit jouw hoofd. Dat is best spannend. Op een punt moet je de schaamte voorbij, en dat ging op een hele fijne manier.’

‘Ik kwam elke keer bij die geschifte familie uit’

Hoe kwam je roman tot stand?
‘Tijdens mijn studie journalistiek wist ik al dat mijn talent bij schrijven lag, en dat merkte ik ook op de Schrijversvakschool. Ik begon met een kortverhaal van 1000 woorden en bouwde op naar steeds langere verhalen. Uiteindelijk eindigde ik met een manuscript voor een roman in het vierde jaar. Ik kwam in mijn schrijven elke keer op hetzelfde thema uit: de geschifte familie. Dat heeft natuurlijk veel met mezelf te maken. In mijn derde jaar schreef ik een langer kortverhaal wat de blauwdruk was van mijn roman. Toen moest ik het nog uitbreiden met meer personages, het plot iets dieper laten lopen. Stapje voor stapje leerde ik het en toen was een roman ineens niet meer zo heel groot.’

Wist je van tevoren al waar het verhaal uit zou komen?
‘Ik heb vrij weinig hoeven herschrijven, het is zo op papier gekomen. Op een gegeven moment ging het allemaal vanzelf. En dan bedoel ik niet dat er geen strijd is, want elke schrijfdag begint met een gevecht met mezelf van minstens drie uur. Daarna kom ik in de flow. Wat er per scene gebeurde, daar heb ik niets meer aan veranderd achteraf. Behalve dan het laatste hoofdstuk, als Levi en Max na al die jaren weer de confrontatie met elkaar aangaan. Ik schreef dat hoofdstuk vanuit Max en zat daar helemaal goed in, totdat Levi de trap afkwam. Ineens zag ik haar niet meer voor me, misschien omdat ze zo dichtbij mij stond dat ik er niet over na had nagedacht hoe ze zou worden na zoveel jaren. Dat hoofdstuk heb ik een aantal keer moeten uitproberen, totdat ik voelde wie Levi zoveel jaar later is.’

De thematiek in je roman is behoorlijk zwaar, en komt ook naar voren in de bedrukkende sfeer, vond je dat ook zwaar om te schrijven?
‘Tijdens het schrijven was de zwaardere thematiek niet lastig, maar achteraf heb ik daar wel moeite mee gehad. Het verhaal staat best dichtbij mijn eigen leven, totdat ik het schreef. Toen ik schreef was er afstand tussen mij en Levi. Maar ik heb ook heel hard gelachen om wat ik opschreef, zoals de scène met de boerenkoolstamppot.’

‘Ik ben altijd bijdehand, tot het om mijn boek gaat’

Hoe vond je het toen je roman uitkwam?
‘Ik ben altijd heel bijdehand en nergens bang voor, totdat het om mijn boek gaat. Ik vond debuteren van tevoren niet heel spannend, maar achteraf heeft het wel een hoop met me gedaan. Ik voel me met terugwerkende kracht niet voorbereid. In een verontrustend artikel over debutanten in Nederland stond dat er er zeventig per jaar zijn die vaak maar driehonderd boeken verkopen. Als het debuut niet binnen twee maanden aanslaat, verdwijnt het uit de boekhandel. Ik heb me daar erg druk om gemaakt, want mijn boek is al nagenoeg verdwenen. Ik had niet verwacht dat dat zo snel zou gaan. Sowieso is die confrontatie met jezelf heftig. Je zegt iets, in een momentopname, en vervolgens zie je het een week later zwart op wit staan. Ben ik het er dan nog mee eens? Had ik dit willen vertellen?’

Hoe ga je daarmee om?
Wat ik schrijf, daar denk ik lang over na. Woord voor woord weeg ik af. Naar buiten treden met mijn werk is precies het tegenovergestelde van wat je als schrijver doet. Je moet ineens allemaal dingen over jezelf vertellen, je moet je boek aan de man brengen door hip en welbespraakt te zijn. Ik vind dat lastig. Nu probeer ik dat allemaal weer los te laten. Anders kan ik niet meer schrijven. Ik kan niet naar binnen gaan en tegelijkertijd naar buiten treden met een of ander imago. Ik heb bijvoorbeeld na uitkomst van mijn boek drie keer een radio-interview gegeven, ik heb alleen vreselijke podiumangst. Dat was bij de radio heel intens, dan krijg je zo’n koptelefoon op, microfoon in je neus en zeggen ze ‘Ok, we hebben 8 minuten, waar gaat je boek over, go’ en gaat de klok lopen. Dan klap ik helemaal dicht.’

Ben je alweer bezig met je volgende roman?
‘Ik had al plannen voor een nieuw plot, die ben ik nu op papier aan het zetten. Nu ik wat gerustgesteld ben, heb ik de energie om te gaan schrijven. Ik heb een klein beginnetje geschreven voor Sjamaan (werktitel). Mijn debuut speelt zich allemaal op kleinschalig niveau af, in de gezinssituatie, dat is best claustrofobisch en bedrukkend. Ik wil dat juist andersom aanpakken, van buiten naar binnen, hoe de buitenwereld gereflecteerd wordt in de personages.’

Had je moeite om weer te beginnen met schrijven?
‘Nadat mijn roman af was in juni 2015 kon ik helemaal niet meer schrijven, net alsof ik een bevalling achter de rug had. Ik moest er helemaal los van komen. Het zou eerst in oktober uitkomen, maar omdat het een debuut was en oktober altijd een vrij drukke maand, werd het januari. Het gaf me tijd om alles weer een beetje op te bouwen, dus was het uiteindelijk wel goed. Terwijl ik mij debuut schreef woonde ik een tijdje bij mijn moeder, en had ik maar één verantwoordelijkheid. Nu geef ik als freelancer parttime les in achterstandswijken en schrijf ik voor het Straatnieuws van Den Haag en Rotterdam. Dat zijn allemaal kleine dingen tegelijk die het schrijven lastiger maken.’ 

Schrijf je nu op een andere manier dan bij je debuut?
‘Sommige dingen gaan inderdaad anders, maar verder wijk ik niet af van hoe ik al schreef. Ik worstel nu een beetje met het perspectief waarin ik het verhaal vertel. Ik weet al waar ik naartoe wil schrijven, het plot heb ik uitgewerkt. Verder schrijf ik best associatief, dus is het net welke associaties ik op dat moment heb. Ik schrijf langzaam, soms maar 200 woorden per dag. Ik denk meer na voor ik iets opschrijf, dan dat ik schrijf en herschrijf. Veel schrijvers hebben een bepaald doel voor ogen, waar ze naartoe schrijven, zoals een scène die ze graag willen schrijven. Dan maakt het niet zoveel uit hoe je daar komt tot je die scène geschreven hebt. Daarna kunnen ze pas weer terug, het geheel bekijken en herschrijven. Dat heb ik niet: ik ben best streng voor mezelf, ik mag niet door naar die scène waar ik al zin in heb, en dat kan dus soms dagen duren.’

‘Mislukken is ook goed’

Leer je nog steeds terwijl je schrijft?
‘Ja natuurlijk, elke keer dat ik iets nieuws schrijf, voelt het alsof ik nog nooit iets geschreven heb. Dan denk ik: kan ik dit? Ik weet heus wel dat ik de techniek bezit, maar ik moet wel weer wat anders maken. Ik merk nu dat ik er weer zin in heb, voor het eerst sinds een jaar ben ik weer aan het schrijven. Ik schreef eerder dit jaar een kortverhaal omdat ik nog niet toe was aan een roman schrijven, maar ik merkte: ik houd niet van mijn hoofdpersoon. En dat is wel nodig, dat je van al je personages houdt, anders werkt het niet. Mislukken is ook goed, dan weet je weer waar je je bevindt. Ik heb best veel slechte verhalen geschreven, daar leer je heel veel van. Iemand in de klas zei tegen mij: Dat is rood op rood wat jij doet. Dan gebeurt er al iets heftigs, en dan zet ik dat nog extra aan zodat het nog dramatischer wordt. Ik heb erop moeten leren vertrouwen dat het wel overkomt als je het sec neerzet.’

Ben je blij met je debuut en het schrijverschap?
‘Het schrijverschap is een moeilijke weg, nog steeds. Ik leef op mijn gevoel, dus ik schrijf ook op mijn gevoel. Daarmee maak ik het mezelf niet makkelijk. Ik ben schrijver geworden, omdat voor mij dat de enige weg is. Lesgeven vind ik leuk, maar het geeft me niet de ultieme voldoening zoals schrijven. Als je in die flow zit en de connecties legt en als alles bij elkaar komt, dan is er niets mooiers.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.