Twee avonden vol gesproken woorden op het Felix poetry festival

28 juni 2015

Ik heb het altijd een vreemde diersoort gevonden, ‘performers’ en mensen die vrijwillig in het licht van de spot willen staan met tekst en wel omdat het podiumgebeuren zo haaks lijkt te staan op het solitaire schrijven. Ik ben misschien een lezer van de saaie soort, iemand die liever alleen is met de woorden. Maar ergens intrigeert die vreemde diersoort mij ook wel. Juist omdat ze zo ver van mij afstaat. En omdat ik mij zoveel mogelijk tegen mijn eigen vooroordelen probeer te verzetten.

En zo begaf ik mij op donderdag 11 juni naar Het Bos, een culturele plek in het Antwerpse met een naam die voor de woordspelingen gemaakt lijkt te zijn en een publiek dat bijna spontaan nonchalant is.
Het is nog vroeg wanneer in het kleine concertzaaltje op het gelijkvloers Nachtman met zijn woordenwerveling het Felix Poetry Festival opent. Max Greyson, de man in kwestie, rijgt aan een rottempo associatief existentiële thema’s aan elkaar en decoreert het geheel met Franse en een paar zelfrelativerende woorden. Ine Kuypers en Sam Pauwels begeleiden muzikaal. En blijkbaar voor de laatste keer, want het trio zal na deze avond ophouden te bestaan, melden ze terloops.

En dan bestijgt Christophe Vekeman het podium, zoals te verwachten net iets te strak in het hemd, de broek, het vel. De gedichten spatten dan ook zijn lijf uit en gaan met luide ademhaling gepaard. Het sissen en hijgen en het drammerige in zijn stem lijken een essentieel deel van de poëzie uit te maken. Hij is cowboy, macho, poseur. En ik weet niet wat ik ervan denken moet. Afgezien van de vaststelling dat het mij koud laat met wie hij waar wanneer en in welke lichaamsholte exact.
Net wanneer ik op het punt sta de ruimte dan maar te verlaten en op zoek te gaan naar iets drinkbaars, meer voor de afleiding dan voor de dorst, betreedt een jonge Duitser het podium. Tobias Kunze is de naam. Hij heeft iets knulligs, met een petje op z’n hoofd en de tekeningen op zijn t-shirt, maar is zich daar ook blijkbaar op een zeer charmante manier van bewust. Het is iemand waarvan ik automatisch denk dat hij niet zo jong is als hij eruitziet, wat uiteraard een vrij onzinnige bedenking is bij iemand wiens leeftijd je niet kent. Toch denk ik dat af en toe.

Aangezien zijn  ego maar weinig plaats inneemt op het podium heeft hij bewegingsruimte te over en het is heerlijk te zien hoe hij deze ten volle benut. Zijn teksten zijn energieke explosies van taal en ook hijzelf lijkt bij momenten bijna van de bühne te stuiteren. Hij beheerst ritme en kadans. Het tempo ligt hoog en vooral in de klanken toont hij zich meester. Zelden is een rukuku, dat is een haiku maar dan door duiven, zo overtuigend gebracht. De vreugde waarmee de tekst gedeeld wordt is aanstekelijk en staat in schril contrast met de serieux van de opwinding van zijn voorganger.

Na afloop drink ik nog iets met een vriendin in de bar, waar op dat moment zeer mooi en louter instrumentaal gespeeld wordt door een groep met de naam Mephiti. We besluiten om de avond, hoewel nog best vroeg, al geslaagd en volwaardig te verklaren en met dit idee naar huis te gaan.

De volgende avond was tevens de laatste van het Felix Poetry Festival. Deze keer werd er gesproken en gespeeld in het iets serenere en formelere Felix Pakhuis. Waar de eerste avond eerder in het teken stond van verbaal geweld en de setting op die van een concert leek, werd hier de kalmte gezocht en nestelden de toehoorders zich in comfortabele witte zetels. Versopolis,  een Europees project ter bevordering van de uitwisseling van internationaal poëtisch talent, had de vijf dichters voor deze avond geleverd. De Sloveense Stanka Hrastelj bracht mysterieuze en licht absurdistische narratieve gedichten waarin een niet nader te identificeren ‘Rupert’ werd aangesproken. Ze legde veel zorg in het uitspreken van deze naam, die zweefde boven de stroom van onverstaanbare woorden. Aan de hand van de vertaling die op de muur werd geprojecteerd en het aantal Rupert’s in een zin probeerde ik de kadans te ontcijferen van een gedicht als dit:

Rupert vertaalde de Koran (uit het origineel)
maar ondertekende het niet,
De Talmoed (idem dito), maar gaf het niet toe,
Ezechiël en al het andere in het Oude Testament (ook)
heeft hij verzwegen.
Vandaag, tijdens de koffie, had hij (hij, dus niet de huurling)
voor het ogenblik het gezicht van een man,
die een rollade heeft gegeten die hem zoet als honing
smaakte.
Hij dronk uit een kopje, zei: Deze mensen
zijn eigenwijs en koppig,
iemand moet naar hen worden toegezonden.
Jij bent er toch, Rupert, zei ik, opgelucht.

Rupert bemiddelde gewillig. Ook de volgende dichters speelden met de grenzen van het voor de modale mens verstaanbare. Meirion Jordan, een Britse dichter, redacteur en violist, schitterde niet enkel met klassieke engelse poëzie, maar ook met cryptische teksten in het Welsh. Harkaitz Cano op zijn beurt maakte naam met vertalingen en eigen werk in het Baskisch. Zijn gedichten bestonden uit eclectische verzamelingen van ideeën van anderen die hij zich op ingenieuze eigen maakte of uit filosofische bespiegelingen opgehangen aan een verwonderd waargenomen detail. En hiermee is ook deze avond voldaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mara Matthyssens

Mara Matthyssens (1991) studeerde filosofie en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Gent. Ze  bericht vanuit België over ontwikkelingen in de hedendaagse literatuur en houdt ons via de Vlaamse Literaire Agenda op de hoogte van literaire evenementen in Vlaanderen.

 

 

 

 

E-mail Mara

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.