Tonic: waanzinnig debuut over verslaving

16 maart 2015

Een ongehoord verhaal is de debuutroman Tonic van Ralf Mohren. Uniek in rauwheid en ruwheid. Ik zal nooit meer hetzelfde langs de flessen Aliwen in de AH kunnen lopen. Ik ben echt onder de indruk van dit boek, en moest er tijdens het lezen met iedereen over praten. Terwijl alcoholisme niet een onderwerp is waar je met zijn allen eens lekker voor gaat zitten. Misschien is dat meteen wel het effect van AA, dat praten en dat het je niet loslaat, maar meer dat Arthur’s onverzadigbare aard aanstekelijk werkt. Het boek staat vol sterke oneliners en leest heerlijk weg. De lezer wordt getrakteerd op zinnen als: ‘Ieder mens heeft recht op een badkuip vol met drank. De mijne is helaas op.’ Ook ‘het drinken’ en alle onderdelen van dit proces worden zo beschreven. Je voelt haast de alcoholdampen van de pagina’s af komen.

De natte verleidster

Arthur Poolman is verslaafd en hij leeft in een wereld waarin alcohol de baas is, waarin alcohol hem sloopt, tot op het bot, tot hij niets meer kan. Zijn ‘alcoholcarrière’ staat nog volop in bloei. Maar het kan niet altijd vrijdagavond zijn. De werkweek schudt hem wakker, en de enige keus die hem rest is doorgaan op diezelfde alcohol, om te kunnen functioneren op de middelbare school waar hij lesgeeft. Dit gaat natuurlijk niet lang goed. ‘Als ik eenmaal begon, was er geen houden meer aan. De rem was kapot. (…) Daarbij kwam dat ik mijn zelfgeschreven regels ook vaak genoeg schond. Dan stapte ik over op plan B: mezelf onzichtbaar maken, conflicten vermijden, vriendelijk zijn en vooral veel Fisherman’s Friend eten. Ook dat hoorde erbij.’ Minstens zo scherpzinnig zijn de synoniemen die langskomen voor drank en het (overmatig) nuttigen ervan: ‘sloopwerkzaamheden’, de ‘minister van Feest’, ‘de natte verleidster’. Dit doet Mohren op kunstige wijze en gezien de vrij platte materie (drank, alcoholisme, kater) voegt het een komische noot toe aan het verhaal.

Drank is de ‘natte verleidster’ en de roman is ervan doordrenkt. De dikke vette drank waar hoofdpersoon Arthur afhankelijk van is, en die hij mateloos en moeiteloos naar binnen giet. Glas na glas, fles na fles. Steeds meer verliest hij de controle over die angstige, schichtige wezel in hem, die steeds vaker naar buiten komt en alleen maar meer, meer méér wil drinken om te vergeten, te verliezen en te verdringen. ‘Zonder drank leven is zonder dromen leven. Hoe nep die dromen misschien ook waren, ze werkten wel. Een fake-orgasme is, mits goed uitgevoerd, voor de ontvangende instantie volstrekt bevredigend.’ Mohren is erin geslaagd de aanstekelijkheid, verleiding, overtuiging, charme en humor van Arthur te vangen in zijn roman. Tegelijkertijd schuwt Mohren de ontbering niet en drukt hij de lezer feilloos op de scheurtjes in het plafond die je niet wil zien en de onvermijdbare val van Arthur. Hij schept begrip bij de lezer voor Arthur’s verslaving, waarmee hij meteen zijn vinger op de pijnlijke plek legt. Het had, bij wijze van spreken, iedereen kunnen overkomen.

De beschonken wereld van Arthur

Arthur is altijd brutaal eerlijk (of hij nu nuchter is of niet), wat heel goed lijkt te passen bij een (herstellende) alcoholist. Dat herstellende staat nog een beetje op losse schroeven. Nog iets waarmee Arthur zich door het leven weet te slepen, is zelfspot, die je uitbundig hardop doet lachen. Het is knap hoe Mohren dat weet te combineren met de wrange bijsmaak van alcoholisme, zonder het zwaarmoedig te maken. Arthur blijft bovenal charmant en geloofwaardig, ook al plaatst hij alles en iedereen in hokjes. Voor zijn eigenbelang natuurlijk, want het moet in zijn beschonken wereld wel overzichtelijk blijven. Hij weet dingen altijd op de een of andere manier te rationaliseren, wat passend beschreven wordt. Wel kruip je daarbij Arthurs hoofd in, waar het allemaal wat warrig en vaag is. Veelal zijn Arthur’s hersenkronkels overtuigend, maar soms is het ook te veel van het goede. Wel leef je moeiteloos mee met Arthurs herstel, waarbij hij constant een nieuwe werkelijkheid moet omarmen: ‘Nu de drank weg is, moet ik mijn vriendschappen herijken. Mijn relatie met Maite trouwens ook. Het lijkt nu alsof ik die gered heb, maar dat staat nog te bezien. Ik kan de impact van mijn drankverslaving nog steeds niet helemaal op waarde schatten. Dat die schade heeft aangericht, is zeker. Maar dat is niet alles.’

De AA in

Het is knap hoe Mohren de lezer zowel mee in Arthur’s verslaving neemt, als de AA in. Vervolgens weet Mohren met nieuweling Arthur de woorden en termen binnen de AA zich eigen te maken. De AA is een wereldje van insiders, die je pas leert kennen als je erbij hoort. Stap voor stap begint Arthur aan zijn herstel: ‘Ik ben herijkt en moet mezelf nog terugvinden. Mijn nieuwe zelf dan. Mijn ouwe is gedeactiveerd. Maar pas op, als ik het schakelaartje omzet, is hij er weer. Zo is me verteld en ik geloof het. Het blijft ondertussen eng: mijn verleden blijft sluimerend in leven. Voor altijd. Kon ik mezelf maar gewoon van de stroom afhalen of de batterij weggooien. Maar zo simpel is het niet.’

Wat minder sterk zijn de beschrijvingen van de relatie tussen Arthur en Maite, waarbij het vooral gaat over de rol die de drank erin speelt. Dit komt vooral naar voren in afwezigheid: Arthur valt door de drank steeds meer in zijn isolement, waardoor hij steeds minder contact heeft, waar voornamelijk Maite de dupe van wordt. De vraag of de drank hen juist bij elkaar houdt of uit elkaar drijft, is steeds onvermijdelijker. Ik verwachtte een soort climax in het conflict tussen hen, maar bij Arthurs échte doorbraak speelt Maite niet echt een rol. Pas verderop in het verhaal, als Arthur een jaar sober is, krijgt Maite een stem. ‘Feit is dat Maite altijd bij me is gebleven, zelfs toen ze vertrok. (…) Ze bleef bij me, elke keer als ik een belofte in de Aliwen verzoop.  (…) Pas toen ik in een vrije val zat, vertrok ze. Om te zorgen dat ik ook echt zou vallen. Zodat ik kon opstaan.  En nu is ze weer terug  en staat ze naast me. Ik sluit niet uit dat Maite echt van me houdt.’

Ondanks dat de relatie tussen Arthur en Maite wat oppervlakkig blijft, zit de roman goed in elkaar; de afwisseling tussen heden en verleden met flashbacks houden de lezer erbij. Mohren schrijft daarbij zeer zintuigelijk, nauwkeurig, met fijnzinnig gevoel voor taal. Mohren’s associatieve schrijven, waarbij hij ‘eigenwoorden’ maakt bij zijn beschrijvingen van Arthur’s wereld en gedachten, werkt perfect.

21258_54abdfd6cf3c7_21258

 

Tonic / Ralph Mohren / Meulenhoff / €18,95 / 256 pagina’s

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.