Moralistisch vind ik allang geen vies woord meer

27 oktober 2014

Sara van GennipVandaag zit ik op het terras met Sara van Gennip, tekstschrijver en schrijfdocent. In haar bio staat: ‘Sara is afgestudeerd aan de HKU opleiding Writing for Performance in 2012 en filosofeerde verder aan de Universiteit van Tilburg. Haar streven is het schrijven van levensbeschouwelijke teksten die vastgeroeste principes doen wankelen. Sinds 2013 is Sara eigenaar van haar eigen schrijfbedrijf: ‘Theatopia’.

Afgelopen september stond ze op Read My World bij het programmaonderdeel De Tekstsmederij presenteert. Door gebrek aan tijd kwam zij in het nagesprek nauwelijks aan het woord. Nu krijg ik alsnog de kans om haar het hemd van het literaire lijf te vragen.

Hoe vond je het om op een literair festival als Read My World te staan?

‘Ik vind het goed dat toneelschrijven ook als literair genre behandeld wordt. Normaal wordt het altijd gekoppeld aan theater en opvoeringen. Dan draait het om alle elementen samen. Met een tekstlezing is het anders. Dan ligt de nadruk echt  op de tekst en hoe die tot stand is gekomen. Er is geen afleiding door spel en decor. Je kunt zo veel meer inzoomen op wat de schrijver nou eigenlijk wil vertellen.

Aan de andere kant: het is het niet voor niets theater. Ik zie ook echt wel de meerwaarde van  opvoering door een gezelschap dat wat langer de tijd heeft genomen om te kijken waar de tekst nu echt over gaat. Dat er aandacht is besteed aan de vormgeving, er uren gestoken zijn in de juiste intonatie. Bij een lezing kunnen acteurs zich vaak maar kort voorbereiden. Bij Read My World was dat al helemaal het geval omdat ze hadden gekozen voor twee compilaties van teksten. En dan ga je in een sneltreinvaart door zo’n stuk heen, maar ik heb natuurlijk niet voor niets een voorstelling van 1 à 1,5 uur geschreven. Als ik maar tien minuten nodig had gehad, dan had ik wel een kortere voorstelling geschreven.’

Hoe waren de reacties van het publiek op de aanwezigheid van een theatertekst op het festival?

‘Mensen waren echt verrast. Dat vond ik wel heel leuk. Je kon merken dat ze dachten: ‘O ja, theaterschrijven is natuurlijk ook een vorm van schrijven.’ Theater heeft op het festival nog niet echt een plek. Er was daar ook een boekenmarkt en daar hadden ze van alles: kinderenverhalen, poëzie, romans. Maar theater was daar onderbelicht. Terwijl ik wel van mening ben dat je theater ook kunt lezen.’

infiltreren

‘Het schrijven van theater en het schrijven van proza komt uiteindelijk allebei uit de traditie van het verhalen vertellen. Je stelt jezelf dezelfde vragen. Waar wil jij iets over zeggen op dit moment? Welke personages heb je nodig  om het verhaal te vertellen? En in welke omgeving bewegen die personages zich voort?’

Dus voortaan gewoon theaterteksten tussen de romans in de boekenwinkel?

‘Dat wordt misschien lastig.  Al zijn er veel overeenkomsten tussen een theatertekst en proza, het is uiteindelijk toch een ander genre. Een theatertekst leest heel anders. Daar moet je meer moeite voor je doen, je moet het je echt eigen maken. Alleen al de bladspiegel is totaal anders. Verder heb je echt losstaande personages die op verschillende manieren aan het woord komen; in een dialoog of losse monologen, fragmentarisch of lineair. Je hebt alleen de regieaanwijzing om je te helpen en die is vaak vrij summier. Bij een roman word je veel meer bij de hand genomen. Het is veel meer beschrijvend. Wat is de locatie, hoe ziet die er uit, hoe zien de mensen eruit, wat denken ze. Theaterteksten, en vooral Nederlandse theaterteksten, zijn toch heel sober in de informatie die er wordt gegeven. Het is vaak echt alleen de taal die gesproken wordt.’

‘Mensen vragen heel vaak: ‘O, maar mag ik dan iets van je lezen?’ En met mensen bedoel ik in dit geval dus mensen die buiten het theaterwerkveld huizen. Dan merk ik wel dat ik het moeilijk vind om een theatertekst op te sturen. Het voelt onvolledig als je dan alleen de tekst kan geven en niet een volledige voorstelling. Maar misschien is dat ook wel omdat ik ervan uitga dat zij hem niet helemaal kunnen lezen zoals het gelezen zou moeten worden.’

Denk je dat er een manier is waarop mensen het wel kunnen lezen? Als een tussenvorm, een soort tweede versie van de tekst speciaal voor de ongeoefende lezer?

‘Ja, dat vind ik eigenlijk een heel goed idee! Dat merk ik ook al als je teksten leest van bijvoorbeeld Ibsen of Strindberg. Die geven echt veel meer informatie. Elke scène leiden ze in met uitvoerige beschrijvingen van waar we zijn. In welk land, in welke keuken, waar hangen de gordijntjes. En ook de emoties en de intenties waarmee mensen spreken. Ik denk dat dat echt al heel veel zou helpen als je het niet gewend bent om theater te lezen.’

Maar als de al dan niet geoefende lezer jouw tekst openslaat, wat gaan ze dan lezen? Waar gaat jouw werk over?

‘De teksten die bij Read My World werden gelezen, gingen toevallig allebei over rechtvaardigheid. Of nou, niet helemaal toevallig want ik schrijf meestal wel vanuit een soort filosofisch dilemma. Het is toch altijd de keuze tussen goed en kwaad. Of eigenlijk de vraag wat er goed is. Er even vanuit gaande dat we goed willen doen. Maar ik het vind het ook interessant om personage in een situatie te zetten die godsonmogelijk is. De personages moeten een keuze maken en beide opties zijn gruwelijk. Het gaat ook heel erg over prioriteiten stellen. Wat is je meer waard:  je vrouw of je baan? Religie of idealen? Of in het geval van Godenzoon: het leven van je eigen kind of dat van 28 andere kinderen? Je verantwoordelijkheid naar het volk dat jou als president gekozen heeft of je verantwoordelijkheid naar het kind dat je op de wereld hebt gezet?’

Onmogelijke keuzes

‘Ik vind het ook belangrijk dat het een soort universeel karakter houdt. Dus dat het niet zo gebonden is aan of dit verhaal nu in Nederland verteld wordt of dat het in Trinidad is of honderden jaren geleden in Griekenland.’

Wat wil je dan uiteindelijk met een tekst bereiken? Wat brengt je steeds bij die filosofische dilemma’s terug?

‘Nou, ik ben stiekem van binnen toch wel een beetje een wereldverbeteraar. Ik kijk naar de wereld op een manier van: wat kan er beter? En ik heb niet de illusie dat ik heel veel te veranderen heb, maar als ik mijn publiek aan het denken kan zetten is dat al heel wat. Ik zou al heel erg gelukkig zijn als mensen na de voorstelling naar buiten lopen en met elkaar dat gesprek aan gaan. Van ‘Hé, als ik die keuze zou hebben dan had ik toch wel echt dit gedaan.’ Of: ‘Ik vond dat het personage daar flink de plank mis sloeg.’ Dus wat ik wil bereiken met mijn tekst is mensen op een andere manier laten nadenken over ethische dilemma’s en ze aansporen om die met elkaar te bespreken. Eigenlijk om zich te ontwikkelen als mens. Via mijn teksten, via mijn theater.’ Lacht: ‘Zoveel status geef ik mezelf nu even.’

beter mens

Het klinkt ergens ook wel een beetje belerend. Als je zegt dat je iemand tot beter mens wil maken.

‘Ik word wel vaak zo genoemd, moralistisch of met een wijzend vingertje. Als een dominee die op de kansel staat en de afvalligen afstraft. Maar ik vind dat niet erg. Ik zie mezelf ook wel zo en ik kan er ook wel om lachen. Want ik maak natuurlijk zelf ook fouten in het leven en het klinkt ook zo walgelijk pretentieus. Maar het is uiteindelijk wel waar, ik ben ook heel moralistisch. Ik beschouw het dus allang niet meer als een vies woord.’

‘Maar wat ik wel belangrijk vind, is om te benoemen dat er een verschil zit tussen mij en mijn teksten. Want ondanks dat ik vind dat ik moralistisch ben, probeer ik in mijn teksten wel echt verschillende perspectieven te laten zien. Het is niet zo dat er in mijn teksten één juiste waarheid uitkomt. Ik laat gewoon zien hoe verdomde moeilijk dat is, ‘de waarheid’ of ‘het juiste’ bepalen.’

One Response to Moralistisch vind ik allang geen vies woord meer

  1. […] keer: Sara van Gennip. Voor het beste effect lees je tijdens het luisteren ons interview met […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Marjolijn van den Berg

Marjolijn van den Berg (1989) is in 2013 afgestudeerd aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU. Als recent afgestudeerd schrijfster weet ze hoe moeilijk het kan zijn om nieuw werk onder de aandacht te brengen. In Lood ziet ze een platform met een oprechte betrokkenheid bij een nieuwe generatie en daar wil ze graag aan bijdragen. Marjolijn probeert bij Lood o.a. de brug te slaan tussen theater en literatuur.

E-mail Marjolijn

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.