De rechtszaak tegen Emma Curvers: hoe ver mag je gaan in fictie?

18 december 2014
Foto: Atlas Contact

Foto: Atlas Contact

Stel, je hebt een moeilijke jeugd en je besluit het van je af te schrijven. En stel dat het verhaal dan zo goed is, dat een uitgever het wil uitgeven. Het is een succes. De interviewaanvragen stromen binnen, de boeken vliegen de winkel uit en voordat je het weet belt de Volkskrant. Of je even tijd hebt om een interview te doen. ‘Tuurlijk,’ zeg je. Drie maanden later spant je vader ineens een rechtszaak tegen je aan omdat een personage in je boek verdacht veel op hem zou lijken. Het bewijs? Je uitspraken in de Volkskrant. Hij eist dat je boek uit de boekhandel wordt gehaald.

Hoe ver mag je gaan in fictie?

Het zou een puur hypothetische situatie kunnen zijn, maar het bovenstaande is echt gebeurd. Schrijver Emma Curvers (1985) debuteerde in september dit jaar met de roman Iedereen kan schilderen, over een gezin dat lijdt onder de psychische problemen van de vader. De advocaat van haar vader liet in de Volkskrant weten dat zijn cliënt zich ‘gegriefd voelt door het boek en haar uitspraken in de Volkskrant’. Hij eist een rectificatie in de Volkskrant en wil dat de roman uit de handel wordt gehaald.

Het is niet de eerste keer dat een schrijver voor de rechter moet verschijnen vanwege de dunne lijn tussen feit en fictie. Een van de meest recente zaken is die van zanger Peter Koelewijn tegen A.F.Th. van der Heijden over een passage uit zijn boek De helleveeg. De schrijver won. Hij hoefde niets te rectificeren. De vraag blijft: hoe ver mag je gaan in fictie? Waar ligt de grens?

A.F.Th. van der Heijden zei er het volgende over in een opiniestuk in NRC Handelsblad: “Sinds ik romans schrijf, heb ik meer dan eens te maken gehad met de klacht dat ik iemand ‘te herkenbaar’ zou hebben neergezet. Ik vrees dat als ik, om het probleem te vermijden, op sciencefiction zou overgaan, uitsluitend spelend onder mars- mannetjes, er altijd wel een neefje met maagproblemen opstaat – een beetje groen uitgeslagen ventje – om te protesteren dat ik hem ‘te herkenbaar’ heb neergezet. De klacht ‘te herkenbaar’ mondt, na enige discussie, onveranderlijk uit in de klacht ‘niet herkenbaar genoeg’.”

De grens tussen feit en fictie ligt in niemandsland

Een schrijver moet dus de vrijheid hebben om autobiografische elementen te vermengen met fictie of op zijn minst te putten uit zijn eigen leven. De vraag is alleen: tot hoe ver reikt die vrijheid? Mag je een personage opvoeren dat op jouw vader lijkt als hij het daar niet mee eens is? Mag je alles schrijven wat je wilt zolang er maar ‘roman’ op de voorkant staat of een disclaimer op de eerste bladzijde?

Veel mag je in ieder geval wel schrijven. Om aan de veilige kant van de dunne lijn tussen feit en fictie te blijven, vind ik dat de schrijver een personage mag opvoeren wat op zijn vader lijkt. Zolang het personage niet alléén herkenbaar is als zijn vader. Zolang er genoeg fictie overblijft om te kunnen zeggen: ‘Hij is niet herkenbaar genoeg.’ Treffend is ook wat Curvers tegen haar moeder zei toen zij zichzelf in het boek meende te herkennen: ‘Jij ziet hierin jezelf, maar sorry, dat is het niet.’ Iemand kan zich wel in een boek herkennen, maar dat betekent niet dat hij of zij het ook is.

Wint de schrijver het dan altijd? Dat hoeft niet. Zo verloor schrijver Lodewijk Wiener een rechtszaak waarbij hij werd aangeklaagd vanwege een te herkenbaar personage. De grens tussen feit en fictie lijkt in een ondoorgrondelijk niemandsland te liggen dat niemand op kan eisen maar waar iedereen zich wel graag op beroept.

Is een verhaal belangrijker dan familiebanden?

Voor Emma Curvers kwam de rechtszaak niet als een verrassing. Tegen LINDAnieuws zei ze: ‘Al voor de publicatie liet mijn vader weten dat hij ging kijken wat de opties waren, hij was gepikeerd door het boek.’ Of dat slim was, valt te betwijfelen. Curvers – en dus haar boek – krijgt nu veel media-aandacht en lezers zullen geen verschil meer zien tussen personage Hans Kostons en haar vader. Hij heeft tenslotte zelf gezegd dat hij zich in het personage herkent.

Gisteren verscheen de zaak voor de Amsterdamse rechtbank. Op 8 januari is de uitspraak. Curvers noemde het ‘bizar en erg verdrietig’. Dat maakt duidelijk dat we misschien de verkeerde vraag stellen. Misschien moet het niet gaan over wat een schrijver wel of niet mag schrijven, maar over de vraag of een verhaal belangrijker is dan familiebanden. En ook andersom: is een mogelijke rectificatie en het mogelijk ‘overwinnen’ van je dochter belangrijker dan de kans dat familiebanden ooit nog hersteld kunnen worden?

Wat de uitspraak van de rechter ook is, de grens tussen feit en fictie zal altijd worden bevochten. Enerzijds omdat er altijd mensen zullen zijn die zich in personages herkennen, anderzijds omdat schrijvers geen concessies zullen doen die hun verhalen ingrijpend veranderen. Fictie blijft een niemandsland en er zullen altijd figuren zijn die het willen overwinnen.

3 Responses to De rechtszaak tegen Emma Curvers: hoe ver mag je gaan in fictie?

  1. […] dus schreef ik er een column over voor online literair tijdschrift Lood. Je kunt m’n column hier […]

  2. […] zouden zetten. De vader in het boek zou ook (te) veel op hem lijken. Lees hier ons column erover: hoe ver mag je gaan in fictie? Volgens de rechter is het boek gebaseerd op fictie en komt Hans Kostons, de hoofdpersoon, niet […]

  3. […] Voor de uitspraak schreven we al over de dunne scheidslijn tussen feit en fictie: hoe ver mag je gaan in fictie? […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) studeert Communicatie in Den Haag. Ook is ze freelance copywriter en blogger. Als hoofdredacteur ziet ze in Lood een ambitieus platform om nieuwe literatuur onder de aandacht te brengen van een jong publiek. Ze schrijft voornamelijk reportages, recensies, nieuwsoverzichten en opiniestukken over literaire ontwikkelingen.

E-mail Rosalinde

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.