< Terug

Dansen op de bodem van de Nacht

10 oktober 2014

Nacht van de Poezie

Nu de verbouwing van het voormalige Muziekcentrum Vredenburg eindelijk klaar is, kan de ‘Nacht’ na zeven jaar zwerven in de Utrechtse straten en stegen eindelijk terugkeren naar de plek waar het 32 jaar geleden allemaal begon. De Nacht komt thuis. Aan mij en ruim tweeduizend anderen de eer de Nacht te vergezellen, mee te maken wat de Nacht met haar oude en jonge dichters allemaal voor ons in petto had.

‘En daar mochten we getuige van zijn’, zei Piet Piryns terwijl de 85-jarige Remco Campert na staande ovatie het podium af schuifelde. Eigenlijk treedt hij niet meer op, maar ‘een schrijver gaat nooit met pensioen’, dus voor de 32e Nacht van de Poëzie maakte Campert een uitzondering. De staande ovatie die hij ontving was dan ook zeer verdiend, alleen al voor zijn aanwezigheid, en al zijn klassiekers, Lamento, Poëzie is een daad, kwamen langs.

Het festival de Nacht, koosnaam van liefhebbers, is op wonderbaarlijke wijze terug beland in de karakteristieke Grote Zaal, en ook dit jaar waren alle stoelen bezet. Ruim tweeduizend mensen lieten zich uitnodigen tot diep in de nacht aandachtig te luisteren naar de 21 dichters, van oude garde tot jong met potentie. Verdeeld over blokken van drie à vier dichters, met tussendoor een muzikale entr’acte, geheel volgens de oude formule. Vele bezoekers die niets wilden missen, snelden dan ook tijdens de wisseling naar buiten voor een drankje. En voor hen die geen haast hadden, was er ook van alles te beleven, horen, zien en lezen in de wandelgangen. Zoals dichter Titi Zaadnoordijk, die je voor een luttele bijdrage van twee euro een van haar liefdesgedichten in je oor fluisterde. Eigenlijk belandde ik er per toeval, ik lees namelijk beschamend weinig poëzie, en voor nieuw publiek als ik was de afwezigheid van een programma even wennen, want de volgorde van de dichters blijft ‘militair geheim’ tot op hun aankondiging.

Judith Herzberg las voor uit haar nieuwste bundel Liever brieven, vol vindingrijke taalwentelingen als in het gedicht waarin ze tientallen bomen als personages naar voren brengt: ‘Plataan!/trek je van dat abeel/en die kornoelje/toch niets aan/taxus rustig’. Alle dichters werden op humoristische wijze geïntroduceerd door afwisselend Piet Piryns en Ester Naomi Perquin. Zoals de introductie van jonge dichter Els Moors, die ‘haar leven lang achtervolgd zou worden door een stel witte fuckende konijnen.’ Het zal je maar overkomen. Haar voordracht was zonder twijfel de meest opmerkelijke. Het had iets weg van een surrealistische film: ‘draaiend aan het reuzenrad tot maan en rad/aan elkaar gespaakt en ikzelf in het luchtledige/mijn chocolade billen richting zijn ronde neusgaten/heb geschoven’.

De scherpe, grove, geestige dichtkunst van Erik Jan Harmens ontving ook groot applaus. De gedichten die hij voorlas uit zijn laatste bundel Open mond, over het stuklopen van een relatie, weten met minimum aan middelen maximaal effect te bereiken: ‘Je zegt dat ik niet wil veranderen/maar ik wil juist dat niets hetzelfde blijft.’ Ook tussen het voorlezen door is hij verrassend geestig: ‘Ik had altijd al een gedicht willen schrijven met het woord “hoppa” erin. Yes!’

De entr’actes van de Nacht waren net als vroeger weer een waar spektakel met circusact en tango-orkest. Zanger en acteur Maarten Heijmans nam de zaal mee met drie liedjes van Ramses Shaffy en de grote klapper van de avond was natuurlijk Rufus Wainwright, die ook nog ter ere van Leonard Cohens 80ste verjaardag Hallelujah zong. Maar even zo geweldig waren The Ashton Brothers (Pepijn Gunneweg, Pim Muda, Joost Spijkers en Friso van Vemde Oudejans), een Nederlandse theatergroep die circus, comedy en muziek in de blender gooiden en het publiek omver bliezen.

Het hoge tempo waarop de dichters, muzikanten en kunstenaars elkaar afwisselen en het in- en uitlopende publiek doet denken aan een draaideur; onder het constant geroezemoes ontstaat er een losse sfeer. Gaandeweg de nacht maakt het mijn hoofd loom en voel ik me gelukkig. Hier, deze nacht in de Grote Zaal, lijkt het zo simpel. Zwevend op de laatste inspirerende woorden van de Nacht doe ik stilletjes een wens: beroof mij van mijn onvermogen poëzie te lezen en laat mij vanaf nu iedere beschikbare dichtbundel verslinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.