Max Porter: ‘Bij mijn volgende boek wil ik dapperder zijn’

11 april 2016

Lood ging in gesprek met de auteur van Verdriet is het ding met veren over de eer van vertaald worden, eensterrenrecensies speuren op Amazon en de performance van het schrijverschap.

In september 2015 verscheen Grief Is the Thing with Feathers, het veelgeprezen romandebuut van Max Porter, waarin hij in prozapoëtische vorm verhaalt over het rouwproces van een gezin. Nu verschijnt de vertaling, Verdriet is het ding met veren, bij De Bezige Bij. De roman werd al genomineerd voor de Goldsmiths Prize, de Guardian First Book Award en de Dylan Thomas Prize, en ook bij deze Nederlandse vertaling zijn de verwachtingen hooggespannen.

In Verdriet is het ding met veren zien we hoe twee zoontjes en hun vader, kenner en bewonderaar van de Engelse dichter en schrijver Ted Hughes, leren omgaan met het verlies van hun moeder en echtgenoot. Ze krijgen daarbij bezoek van Kraai, die hen bedriegt, maar hen ook helpt bij het verwerken van hun verlies. We spraken met Max Porter over het in vertaling zien van je eigen boek, de druk die gepaard gaat met een tweede roman en de liefde voor het schrijfproces.

Hoe is het om je eigen roman onder ogen te krijgen in een taal die je zelf niet beheerst?

‘Dankzij het overleg met vertalers leer je je eigen werk beter kennen, en dat is een prachtig proces. Weliswaar beheers ik het Nederlands, Frans en Italiaans niet, maar ik vertrouw erop dat de vertalers mijn werk recht hebben gedaan. Het is een eer als iemand zoveel tijd in je boek steekt. Door het overleg met vertalers heb ik zelf ook nieuwe inzichten opgedaan over mijn eigen werk – alle associaties die met bepaalde woorden verbonden zijn bijvoorbeeld, of waarom ik juist voor deze opbouw heb gekozen.’

Verdriet is het ding met veren is een aaneenschakeling van verwijzingen naar het leven en werk van Ted Hughes. Ben je niet bang geweest daarmee een grote groep lezers buiten te sluiten?

‘Ik heb geprobeerd de roman zo te schrijven dat het verhaal ook toegankelijk zou blijven voor hen die nog nooit een letter van Hughes hebben gelezen. Ieder boek bevat meerdere lagen, maar doet hoeft geen probleem te zijn, vind ik, zolang ten minste een laag toegankelijk is voor de lezer.

Overigens is het boek vooral één lange hommage aan het werk van Emily Dickinson, en haar visie op liefde, dood en taal. Maar daar gaat geen enkele recensie over. Dat vind ik niet vervelend, hoor, juist niet – ik schrijf niet voor mijn vrienden, mijn vijanden of de critici. Het gaat om de band tussen het boek en mij.’

In The Guardian zei je dat je niet snel aan een nieuw boek zou beginnen – alleen als je daar een heel sterke drang toe zou voelen. Wanneer denk je dat die dat die drang weer komt?

‘In mijn hoofd zit een liefdesverhaal dat ik graag zou willen vertellen. Ik wil alleen schrijven if it comes out hot, en ik heb het gevoel dat dat er weer aan zit te komen.

In het volgende boek wil ik geen proza en poëzie meer met elkaar vermengen – dat paste bij deze roman, maar bij de volgende niet meer. Mijn volgende boek wil ik helemaal verzinnen, althans: ik wil gevoelens die ik in de wereld om me heen gezien heb maar nooit zelf heb ervaren, zoals eenzaamheid, gieten in een verzonnen verhaal. Bij dit eerste boek had ik pas aan het einde door dat ik fictie aan het schrijven was, dat ik alles mocht verzinnen wat ik maar wilde. Bij het schrijven van mijn volgende boek wil ik dapperder zijn: ik wil nog veel meer research doen, plattegronden tekenen van het huis waarin het zich gaat afspelen…’

Verdriet is het ding met veren is zowel in Groot-Brittannië als in andere landen met veel lof ontvangen. Heb je last van de verwachtingen die dat schept?

‘Helaas bestaat de tendens in criticusland om het tweede werk veel strenger te beoordelen. Een gekke culturele reflex is dat. Ik weet dat dat bij mij ook gaat gebeuren. Maar het slechtste wat je als schrijver kunt doen, is luisteren naar die kritiek.

Ik ben erg gevoelig, recensies van één ster op Amazon raken me diep. Waarom ik die dan toch opzoek? Omdat ik het interessant vind mijn eigen reactie op zulke recensies te observeren. En ik ga nadenken over de persoon achter die recensie, hoe die thuis op de bank zit, walgend van mijn boek.

Ik ben niet bang voor het schrijven van mijn tweede boek, maar gek genoeg wel voor het idee dat mensen me niet zullen begrijpen. Dat men bepaalde intertekstuele verwijzingen naar Ted  Hughes, Sylvia Plath en Emily Dickinson in Verdriet is het ding met veren niet opvangt, doet me weinig, maar als lezers mijn werk actief verkeerd begrijpen, raakt dat me veel meer. Zelfs als dat leidt tot lof. Een Engelse criticus schreef bijvoorbeeld dat ik heb geprobeerd Crow van Hughes te herschrijven – pertinent onwaar. Dat is een veel te nauwe manier van lezen. Het liefst wil ik dat de lezer zich gewoon laat meevoeren door het verhaal, de schrijver vertrouwt en accepteert wat er gebeurt. Dat is het grootste cadeau dat de lezer een schrijver kan geven. Maar vandaag de dag worden we gedwongen enorm kritisch te zijn op alles, helaas, en zijn er nog maar weinig lezers die zich zo durven te laten meevoeren.’

Verdriet is het ding met veren is opgebouwd veel losse mengsels van poëzie en proza. Hoe wist je tot hoever je kon gaan met deze fragmentatie?

‘Contrast is heel belangrijk. Het boek kan alleen werken als geheel wanneer de verschillende onderdelen elkaar afwisselen. Er kan alleen geschreeuwd worden als er daarna stilte is. Ik kan alleen een sentimentele scène schrijven als daarvoor hardheid is geweest.

Dat fragmentarische karakter vergt veel van de lezer, dat besef ik, en dat is ook een van de redenen dat het boek niet dikker geworden is. Nu is het een organisch geheel. Aanvankelijk speelde de moeder bijvoorbeeld een grotere rol, maar die delen heb ik weggehaald omdat ik merkte dat het verhaal daardoor uit balans raakte.’

Je bent, naast schrijver, ook uitgever. Hoe beïnvloedt die dubbele rol het schrijfproces?

Ik vind het moeilijk mezelf schrijver te noemen. Het voelt alsof ik een performance opvoer. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik me oncomfortabel voel bij een bepaald type mannelijke schrijver dat zichzelf ziet als Schrijver met een hoofdletter S, die over alle maatschappelijke ontwikkelingen een mening heeft. Die schrijvers mogen er natuurlijk zijn – ik ontken niet dat we schrijvers nodig hebben die zich ook opstellen als publieke intellectuelen en op podia vragen beantwoorden over seksisme en islamfobie – maar mijn rol is het niet.  Bovendien zijn er al genoeg van dat soort types.

Door mijn ervaring in de uitgeverswereld, waar moeilijk te plaatsen boeken geschuwd worden, wist ik dat een kruising tussen proza en poëzie van vijftienduizend woorden nooit goed zou gaan verkopen – waardoor ik extra verbaasd was toen bleek dat het toch zou worden uitgegeven, en dat het zo goed ontvangen is. Aan de andere kant breken alle goede romans met de regels die uitgevers in hun hoofd hebben wanneer ze nadenken over het in de markt zetten van een boek, dus misschien heb ik daar stiekem wel rekening mee gehouden.

Het is soms lastig dat werkrelaties me anders behandelen nu mijn boek verschenen is, bijvoorbeeld door een ander soort boeken toe te sturen. Bovendien wijs ik wekelijks tientallen manuscripten af, en die mensen hebben het volste recht te zeggen dat ze geen waarde hechten aan mijn mening, omdat ze mijn boek slecht vonden. Al die veranderingen hebben me wel het idee gegeven dat ik iets heb stukgemaakt door dit boek te publiceren. Het heeft me doen realiseren dat de beroepen van schrijver en uitgever misschien wel onverenigbaar zijn. En als ik moet kiezen, wordt het schrijver. Zonder twijfel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Anne van den Dool

Anne van den Dool (1993) studeert Moderne Nederlandse letterkunde en Literary Studies in Leiden. Het meest blij wordt ze van de allerhedendaagste literatuur, die de grenzen tussen proza, poëzie en andere kunstvormen opzoekt. Voor Lood dompelt ze zich onder in de veelzijdige literaire wereld van Nederland en Vlaanderen.

E-mail Anne

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.