< Terug

Lotte Lentes: ‘Ik schrijf graag over dingen die ik totaal niet begrijp.’

23 december 2015

Diepte-interview met schrijfster Lotte Lentes

Ik heb een zwak voor auteurs die schrijven vanuit een bepaalde noodzaak, die een verhaal moéten opschrijven. Lotte Lentes is zo’n schrijver. Ik maakte kennis met haar tijdens Wintertuin’s avond van de grote beloftes en dook vervolgens meteen in haar chapbook De jongen, het stof. Hierin voel je de noodzaak van het schrijven. Het geeft de novelle veel kracht. Of zoals Lotte Lentes het zelf zegt: ‘Een boek komt er als je een verhaal graag wilt vertellen. Als je een tijdje niets te vertellen hebt, dan komt er gewoon geen boek. Dat is helemaal niet zo erg.’

EenDe jongen het stof chapbook wordt omschreven als een pre-debuut, een belofte voor wat komen gaat. Zo klinkt het een beetje alsof De jongen, het stof een vingeroefening is, maar niets is minder waar. De novelle is serieuze literatuur, een zoektocht naar begrip voor een actueel en ingewikkeld probleem. Namens Lood spreek ik de jonge schrijfbelofte voor een extra lang interview om de kerstvakantie mee door te komen.

Je kiest een bijzonder perspectief in je boek, namelijk het oogpunt van een jongen die naar Syrië vertrekt. Was het moeilijk om je in te leven?

‘Het was een hele zoektocht. In het begin merkte ik dat ik het onderwerp bleef bekijken vanuit een westers perspectief, vanuit het oogpunt van iemand die het niet begrijpt. Maar naarmate ik er dieper in verzeild raakte, dus meer documentaires keek, meer artikelen ging lezen, meer mensen ging spreken, vormden zich in mijn hoofd toch omstandigheden waaronder ik het steeds begrijpelijker vond dat iemand vertrekt.  Ik begreep steeds beter dat deze jongens tegen een vorm van uitzichtloosheid botsen die ik niet ken en ook dat hun zoektocht te maken heeft met een verwrongen beeld van mannelijkheid en avontuur. Daarnaast kwam ik steeds meer te weten over wat die jongens allemaal beloofd wordt. Er zijn in bepaalde wijken en steden, ook in Nederland, echt loverboypraktijken gaande om jongens over te halen.

Het inleven in het perspectief was dus een hele opgave, maar ik heb hard geprobeerd om raakvlakken te zoeken. In de novelle speelt de moeder een belangrijke rol. Gezien worden staat centraal. Dat zijn dingen die dichterbij me liggen dan het abstracte begrip ‘afreizen naar Syrië voor een jihad’.’

Hoe ben je op dit onderwerp gekomen?
‘Ik was in Brussel voor een weekendje weg toen er op 400 meter afstand van het hostel waar ik verbleef een aanslag werd gepleegd op het Joods Museum. Ik heb er toen niets van gemerkt, maar bij thuiskomst zag ik plots op het nieuws wat er zich allemaal had afgespeeld. Ik ben vervolgens de nieuwsberichten gaan volgen. Het voelde gek dat ik daar zo dichtbij was geweest. Ik ging steeds meer opzoeken over de dader en zo raakte ik verzeild in de wereld van Syriëgangers en jihadstrijders. Ik vroeg me af wat ik nu eigenlijk gemeen heb met die jongens. Waarom maken zij die keuze en ik niet? Het zijn generatiegenoten van me. Ik voel me verbonden met ze. Een groot deel van hen is hier onder dezelfde omstandigheden opgegroeid als ik. De zoektocht naar het antwoord op die vragen is de novelle geworden.’

Tijdens de boekpresentatie in Pakhuis de Zwijger kwam inderdaad duidelijk naar voren dat het onderwerp je erg raakt. Je sprak over jongens die net als jij opgroeide met ‘furby’s en pokémon’.
‘Het is een persoonlijk onderwerp. Het is ook een heel persoonlijke novelle geworden. Hoe ver op het eerste oog zo’n jongen dan ook van mij af lijkt te staan, toch is Majid, de fictionele hoofdpersoon van de novelle, wel degelijk iemand die ik dichtbij me draag. Hoe gek dat misschien ook klinkt.’

Wat is volgens jou een oplossing van het probleem? Schuilt dit mogelijk in het meer verplaatsen in hun kant van het verhaal?
‘Dat weet ik niet precies. Het onderwerp is zo groot en er zijn zo veel verschillende belangen, ook politiek en historisch. Ik kon het niet bevatten. Voor mij werkte het om meer te weten te komen over het onderwerp. Het hielp me om me in te kunnen leven en het dus beter te begrijpen. Inleven was voor mij dus de oplossing, maar de oplossing voor de oorlog in Syrië is het natuurlijk niet.

Beatrice de Graaf, de terrorismedeskundige die nu veel in het nieuws is, zei dat als je echt wilt begrijpen wat de daders van aanslagen beweegt, je dat niet moet zoeken in journalistiek of antropologisch onderzoek, maar in de kunsten, in de literatuur. Daar ben ik het mee eens. Er is bijvoorbeeld een prachtig boek geschreven, Vrede zij met u, zuster van Chris de Stoop. Het boek gaat over de allereerste, westerse, vrouwelijke zelfmoordterroriste in Irak. Stoop heeft geweldig onderzoek gedaan naar een bestaand persoon en een reconstructie gemaakt van haar reis. Zo’n boek geeft volgens mij veel meer inzicht in het onderwerp dan een journalistiek artikel als ‘vijf vragen om de oorlog in Syrië te begrijpen’.’

Is inzicht geven volgens jou ook de kracht van literatuur? En wil je dit bereiken met je eigen werk?
‘Ik denk zeker dat dit de kracht is van literatuur. Sterker nog, ik denk dat het een plicht is van kunst in het algemeen om zich bezig te houden met actuele gebeurtenissen. Om zich daarin te verdiepen en op dat gebied tot nieuwe inzichten proberen te komen. Dat lag ook ten grondslag aan de novelle.’

Krijg je veel reacties op je boek?
 ‘Ja, ik merk vooral dat mensen zich ontzettend betrokken voelen bij dit onderwerp. Mensen willen erover praten. Dat vind ik fijn. Twee weken geleden was ik in Amsterdam bij Verse Vis, een programma voor jonge makers. Ik mocht iets voorlezen en wat vertellen over de novelle. En dan merk je dat het gesprek op gang komt. Dat mensen, zonder dat ze de novelle hebben gelezen, zich met mij mee gaan afvragen wat zo’n jongen drijft. Daar komen supermooie gesprekken uit. Dat is het allermooiste van die hele novelle. Natuurlijk ben ik blij als iemand zegt ‘Ik vind dat je een goed verhaal hebt geschreven’, maar ik vind het eigenlijk nog leuker om mensen tegen te komen met wie ik echt in gesprek raak over het onderwerp. Dat je merkt dat het iets losmaakt bij mensen. Dat vind ik het gaafste van De jongen, het stof en het hele traject eromheen.’

12017435_511111049064104_6860282013368483695_o

Je boek biedt dan ook een andere manier om ernaar te gaan kijken en erover na te denken. Het is iets van ons allemaal dit onderwerp.
‘Ja, dat merk ik ook. En het is eigenlijk een klein stukje van een veel groter probleem of veel grotere situatie. Het is een soort beter behapbare brok van informatie. In plaats van het te hebben over ‘heel IS’ of ‘heel de situatie in het Midden-Oosten’, gaat het nu over een klein stukje daarvan.’

Je bent zelf echter wel behoorlijk diep in het onderwerp gedoken.
‘Ja, toen ik wist het een novelle zou worden, heb ik eerst zes maanden onderzoek gedaan. In deze periode heb ik nauwelijks geschreven. Dat kwam pas in een later stadium.

Ik heb veel documentaires gekeken. Ik denk wel iets van 150 uur aan beeldmateriaal. Daarnaast zijn er ongelofelijk veel boeken over dit onderwerp geschreven. Het idee van de Syriëgangers is niet iets van de laatste jaren. Tijdens de oorlog in Irak rond 2003 waren er ook al veel jongens die vertrokken om zich op te blazen in Irak zelf. Dus er is al veel literatuur over te lezen.’

In het verhaal komt dit onderzoek niet nadrukkelijk naar voren, was het nodig om er zo diep in te duiken?
‘Het grappige is dat ik op een gegeven moment merkte dat dit, in tegenstelling tot de jongens die vertrekken en die vaak totaal geen notie hebben van de geschiedenis van de plek waar ze naartoe gaan, voor mij wel onmisbaar was als ik dit verhaal wilde vertellen. Dat is uiteindelijk inderdaad niet heel duidelijk in de novelle terechtgekomen, maar voor mij als schrijver was het goed om het verhaal in een bredere sociaalhistorische context te kunnen plaatsen. Dat hielp enorm bij het schrijven en het begrijpen van de ontwikkelingen die nu plaatsvinden.’

Raakte je nooit het zicht kwijt door al het materiaal dat beschikbaar is?
‘Absoluut. Als iemand mij nu zou vragen om een presentatie te geven over de situatie in het Midden-Oosten, dan zou ik niet eens weten waar ik moest beginnen. Bovendien heb ik tijdens de zoektocht ontdekt dat de informatie die ons bereikt grotendeels onbetrouwbaar is. Ik heb het dan over onjuistheden als verkeerde foto’s bij verkeerde teksten tot fouten in jaartallen. Het vinden van een soort waarheid is dus al erg moeilijk. Daarnaast is een groot deel van onze geschiedschrijving natuurlijk gekleurd door onze eigen betrokkenheid, wat het nog ingewikkelder maakt om de situatie echt goed te kunnen begrijpen. Het is een dagtaak om alles wat daar nu gebeurt bij te houden. Daar zou je echt 24/7 op moeten zitten.’

Wat zijn nu je volgende plannen of stappen?
‘Ik ben bezig met het schrijven van korte verhalen, maar ik ben nog niet begonnen aan een nieuw, groot werk. De novelle was de eerste keer dat ik een groter project deed. Er staat nu eerst een theatertekst op het programma. Voor de rest ben ik aan het kijken wat ik nu wil met dit onderwerp. Wat het volgende uit die grote brij van informatie is dat ik wil onderzoeken. Ik zit niet per se vast aan de vorm van een roman. Ik ben ook erg geïnteresseerd in het transmediaal vertellen van verhalen.’

Hoe zou je jezelf als schrijfster omschrijven? Wat vind je belangrijk?
[Moment stilte, dan lachend] ‘Dat vind ik echt een kakvraag! Ik laat dat liever aan anderen over. Ik ben wel iemand die, en dat heb ik ook gemerkt in het traject van De jongen, het stof, graag schrijft over dingen die ik totaal niet begrijp. Het liefst dompel ik mezelf daar helemaal in onder. Ik probeer het vervolgens stukje bij beetje begrijpelijker te maken. Dat is iets wat echt bij mij hoort.’

Wat zijn belangrijke thema’s en onderwerpen voor je?
‘Het gaat eigenlijk altijd over een verstoorde relatie tussen ouder en kind. Ook gaat het vaak over het verlangen ergens heel erg graag in te willen geloven. Dat is nu in de novelle heel letterlijk vormgegeven, maar het kan ook in de brede zin van het woord. Dus op zoek zijn naar een soort vastigheid, naar een manier van leven die ‘goed’ is. De vervolgstap daarop is de vraag onder welke omstandigheid of met welk soort handelen dat geloof doorslaat, dat het te extreem wordt. Waar ligt de grens? Wanneer is het geloof in iets constructief en wanneer is het destructief? Dat is wat ik interessant vind.’

Welke schrijvers inspireren je?
‘Ik lees normaal alles wat los en vast zit. Maar het afgelopen halfjaar en nog steeds, zelfs nu de novelle afgerond is, zit ik tot over mijn oren in het onderwerp. Ik heb het niet per se over Syriëgangers, maar wel over de recente geschiedenis in het Midden-Oosten. Dus niet alleen Syrië, maar ook Irak, Afghanistan, de war on terror. Dat zijn zaken waar ik momenteel over lees. Het is ook wel iets waar ik nog niet klaar mee ben.

Qua auteurs vind ik de Amerikaanse schrijver Joshua Ferris erg goed, maar ook Amy Waldman. Wat betreft Nederlandse schrijvers ben ik onder de indruk van Yves Petry. En als het over jonge, Nederlandse schrijvers gaat, vind ik Joost de Vries goed. Dat zijn wel auteurs waar ik tegenop kijk.’

Je hebt al behoorlijk wat schrijfervaring met verschillende publicaties in tijdschriften en je was eerder ook redacteur bij Das Magazin. Wat hoop je bij productiehuis Wintertuin nog te bereiken?
‘Wintertuin is een agentschap dat echt een ontwikkelingstraject met je aangaat. Ik krijg bij hen veel kansen die ik als ik in mijn eentje zou schrijven niet zou krijgen. Voor ieder plan dat ik heb, bekijken zij wat daar de mogelijkheden voor zijn. Hun netwerk is heel uitgebreid. Ik krijg goede begeleiding en redactionele ondersteuning. De belangrijkste stap voor mij was het maken van het chapbook. Dat ik de kans kreeg om een novelle te maken die ook echt een product zou worden. De novelle is nu af, dat was echt een rollercoaster, een groot avontuur. Maar nu, wat wil ik nu? Wintertuin begeleidt je in het stroomlijnen van je ideeën. Via Wintertuin ben ik ook geselecteerd voor een talentprogramma van het Letterenfonds voor nog een extra verdiepingsjaar. Daar worden ieder jaar maar acht schrijvers in opgenomen. Dat zijn allemaal dingen die ik zonder Wintertuin niet had bereikt.’

Zo te horen kunnen we gelukkig nog veel van deze jonge schrijfster verwachten. Ik maak alvast wat ruimte in mijn boekenkast.


De jongen, het stof
is te verkrijgen via de website van Wintertuin.
De foto van de auteur is gemaakt door Studio Schulte Schultz Fotografie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Margot de Sera

Margot de Sera (1990) studeert Redacteur/Editor en Theatre Studies. Literatuur stelt ons net als theater in staat onze blik te kantelen en te bevragen. Bij Lood zoekt Margot naar jonge, Nederlandse schrijvers die verrassen en verwachtingen onbevestigd laten, met name opkomende dichters (poetry slams) en debutanten.

E-mail Margot

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.