Bregje Hofstede: ‘Je moet lelijk durven zijn’

27 januari 2015


Diepte-interview met schrijfster Bregje Hofstede

Afgelopen september ligt daar plots de debuutroman De hemel boven Parijs in de boekenhandel waar ik werk. Op de achterflap het portret van een jonge vrouw, een leeftijdsgenoot. Ik besluit het boek te lezen, zonder te weten dat ik daarmee de lat voor het nieuwe literaire seizoen behoorlijk hoog zal leggen.

Bregje Hofstede schrijft haar leeftijd voorbij. Bij het lezen weet ik meteen: mijn eerste interview voor Lood moet met deze schrijfster zijn. Als ik haar vervolgens ontmoet in het Letterkundig Museum in Den Haag, zie ik een ietwat timide leeftijdsgenoot. Ik ben overduidelijk niet de enige die moet wennen aan het fenomeen interview, maar zodra we over haar boek praten, worden haar ogen groot en vol leven. Wat volgt is een boeiend gesprek met iemand vol ferme en bijzondere ideeën over het leven en de literatuur.

Je hebt je roman uitgegeven bij uitgeverij Cossee. Waarom heb je deze uitgeverij gekozen?
‘Ik vind dat ze goede, oorspronkelijke literatuur uitbrengen. Ze gaan niet voor het commerciële, de verkoopcijfers en ook niet voor de gelikte, vlotte auteurs, maar wel voor de schrijvers. Ik vind Jan van Mersbergen goed en Gebrand Bakker, die hebben zij allebei eigenlijk echt groot gemaakt. Ik vind ook dat ze hun boeken mooi maken. Je hebt nog wel eens boeken die van ellende uit elkaar vallen na één lezing.’

Je roman vond ik inderdaad mooi vormgegeven én prachtig geschreven. Wat vind je zelf het mooiste deel van de roman?
‘Zelf vind ik de scène in de sneeuw het mooiste. De scène waarin Olivier en Fie naar het museum gaan en daarna in de sneeuw teruglopen. Dat is mijn favoriete passage, omdat het heel kernachtig samenvat waar het mij echt om gaat in de roman. Als het sneeuwt of als het donker is, dat zijn eigenlijk heel gewone dingen die vaak gebeuren, maar die wel je perceptie van de omgeving totaal veranderen. Het is een heel andere plek als het gesneeuwd heeft en er kan iets heel anders gebeuren dan daarvoor. Het is een scène waarvan ik denk dat het goed heeft gevat wat ik wilde zeggen. Het is vaak zo dat je van tevoren ideeën hebt over wat je precies wil zeggen en het dan niet lukt zoals je het voor je zag. Dat is natuurlijk ook een thema in mijn roman. Dat iedere kunstenaar een idee of een ideaalbeeld heeft, maar zodra je er concreet wat van gaat maken, lukt het nooit zo mooi zoals je het in gedachten had.’

Je hebt het in je boek heel erg over hoe dit streven naar perfectie mensen remt.
‘Het is eigenlijk tweedelig. Aan de ene kant, als je te veel streeft naar perfectie, dan zul je nooit echt wat bereiken, omdat je nergens aan begint. Aan de andere kant heb je het verhaal van The Madonna of the Future, dat ik aanhaal van Henry James. Daarin bereidt de kunstenaar Theobald zich al twintig jaar voor op een kunstwerk dat er uiteindelijk natuurlijk nooit komt. Het doek is helemaal gebarsten en vergeeld. Dat is een mislukking. De schrijver laat die kunstenaar echter zeggen: iemand die het visioen heeft gehad dat ik heb gehad, die heeft gezien wat ik heb gezien, die heeft niet voor niets geleefd.

Als niemand perfectionistisch is en als niemand een ideaal durft na te streven, dan krijg je ook geen kunst die de moeite waard is of een leven dat de moeite waard is. Het is dus heel dubbel, ook in het boek. Ook het verhaal van de kunstenaar Frenhofer illustreert dat. Hij heeft een aantal fantastische schetsen gemaakt voor het meesterwerk en die schetsen alleen al zijn ongelofelijk goed gelukt. Dus als hij nooit zo hoog gemikt had, dan had hij ook nooit onderweg al die mooie dingen geleverd. Ik denk dat het heel erg een balans is tussen een ideaal durven hebben (want als je dat niet hebt, wat doe je hier dan?) en de lat niet zo hoog leggen dat je er niet aan durft te beginnen.’

Zou je kunnen stellen dat het personage Fie dit ‘onvoltooide kunstwerk’ is en Olivier haar schilder?
‘Het thema van het onvoltooide meesterwerk is zo gekozen dat je op een iets abstracter niveau inderdaad kunt zeggen dat Olivier dingen onvoltooid heeft gelaten. Fie is de verpersoonlijking van dat witte doek voor hem. Ze wordt in het begin omschreven als een ‘scherm’ en als ‘blond en bleek’. Tegelijkertijd zit er ook een paar keer de metafoor van kneden in. Olivier beschrijft de vorm van haar gezicht alsof hij dat zelf gekneed heeft.

Ik heb ook wel aan de Griekse mythe van Pygmalion gedacht. Pygmalion was een beeldhouwer. Hij was alleen, en schiep daarom een heel mooi vrouwbeeld waar hij verliefd op werd. Hij probeerde het beeld warm te maken en hij nam het mee naar bed. Maar het bleef een stenen beeld. Op een gegeven moment was hij zo wanhopig dat hij zichzelf van kant wilde maken. De godin van de liefde, Aphrodite, besloot toen het beeld tot leven te brengen.
Voor Olivier is Fie een wit scherm waarop hij van alles projecteert. Een vrouw die hij zelf maakt en tot leven brengt, doordat hij allerlei eigenschappen aan haar toedicht en herinneringen van een ander aan haar opdringt. Maar langzamerhand draait die mythe om en krijgt Fie een eigen stem en wil. Zij is uiteindelijk degene die de grote beslissingen neemt. In die zin is zij zeker een kunstwerk.’

Je kan kortom stellen dat het personage Olivier stil staat.
‘Ja, hij staat heel erg stil. Hij is te zien als de personificatie van de stad Parijs. Hij leeft in een verleden tijd. Je ziet bijvoorbeeld wel eens van die types, die van achteren zeventien lijken, en als ze zich dan omdraaien dan zie je een gerimpelde kop. Dat zijn van die mannen van achter in de vijftig, gel in het haar en die krijgen op hun drieënvijftigste eens een keer hun eerste kind. Dat snap ik wel, want het is heel fijn om jong te zijn en de jeugd zo lang mogelijk te rekken. Maar het kan ook verkeerd gaan of het kan ook ingegeven zijn door een soort van angst. Ik denk dat handelen uit angst nooit een goed idee is. Het personage Fie heeft ook heel erg die angst, maar zij forceert zich om toch bepaalde keuzes te maken en toch aan bepaalde dingen te beginnen. Het is niet dat dit altijd een goed idee is of dat het haar altijd zo goed doet in het boek. Ik heb niet een zwart-wit betoog willen schrijven voor het een of het andere, maar ik zet die dingen wel tegenover elkaar. Dat is iets wat iedereen tegenkomt en wat ik zelf ook ben tegengekomen.’

Je schrijft dus over belangrijke thema’s als de remmende werking van idealen en perfectionisme. Zelf heb je echter je boek gedurende het maakproces helemaal herschreven. Hoe perfectionistisch ben je zelf?
‘Ik zou zelf zeggen dat ik helemaal niet perfectionistisch bent, omdat ik bij het boek op een gegeven moment het gevoel had: dit is nog niet perfect, maar wel zo goed als ik het nu kan maken, dus ik stop ermee. Er komt een punt dat ik het alleen nog maar dicht ga schrijven. Het is net als met het maken van een houtskooltekening. Als je een paar mooie lijnen zet, is het goed, maar als je te lang doorwerkt, wordt het groezelig en grauw. Maar ik denk dat iedereen in mijn omgeving wel zal zeggen dat ik perfectionistisch ben. Juist het feit dat ik zie wat er allemaal nog mis is, laat zien dat ik het niet ben.
Ik denk ook wel eens: ‘ah gadverdamme, rotboek, mislukt!’’

IMG_2456

Op Radio 1 hoorde ik je een fel betoog houden over onze generatie die keuzes uitstelt en eigenlijk niet zo goed durft. Hoe belangrijk is dit thema voor je in je debuutroman?
‘Dat is belangrijk. De scène in de sneeuw gaat daar eigenlijk ook over. Deze scène gaat erover dat je mislukkingen kunt vermijden door keuzes gewoon niet te maken. Dan kun je ook nooit verkeerd kiezen, maar als je dat lang genoeg doet en genoeg ruimte om je heen houdt, dan wordt het op een gegeven moment leegte om je heen. En dat is in feite wat de hoofdpersoon Olivier is overkomen.’

Je laat hem echter een keer tegen Fie zeggen: ‘Soms moet je gewoon iets durven’. Is dit dan ironisch bedoeld?
‘Ik denk niet dat het ironisch is. Ik denk dat mensen heel vaak hun eigen wijsheden niet in praktijk brengen. Ik denk dat dat meer aan de hand is dan dat hij ironisch is. Er zit eigenlijk heel weinig ironie in dit boek. Dat vond ik ook belangrijk. Zoveel is al ironisch. En dat is ook leuk en grappig. Het is in die zin makkelijk om een ironisch boek te schrijven, maar voor mij is dat niet een waardevolle manier van werken.’

Wilde je een statement met dit boek maken en onze generatie als het ware wakker schudden?
‘Ik heb niet gedacht: ‘ik ga een pamflet schrijven en wie dit leest die zal dan een inzicht krijgen’. Hoe ik het in ieder geval heb geschreven, het klinkt heel antisociaal, is zonder publiek. Ik heb het ook niet geschreven om iemand iets te vertellen, maar omdat ik bepaalde gedachten of ervaringen had en daar wilde ik iets moois van maken. Dus het is pas achteraf, nu omdat ik interviews geef, dat ik moet gaan denken wat is eigenlijk de boodschap en wat neemt een lezer mee van dit verhaal? Het leuke is dat iedere lezer iets anders meeneemt.’

Daarover gesproken, bij de eerste lezing van het boek had ik sterk het gevoel dat het weergaf hoe moeilijk het eigenlijk is om echt contact met mensen te maken.
‘Ik denk dat je, om echt contact durven te maken met iemand, alle schokdemping weg moet halen. En dat is heel eng. Je hoopt dan op een soort vonk die overslaat. Maar het kan ook pijnlijk zijn. Het kan ook misgaan. Ik denk dat het iets van alle tijden is dat je risico’s moet nemen om écht contact te krijgen. Sowieso moet je het Facebookplaatje loslaten van dat het altijd goed met je gaat, dat je zo tof bent. Ik denk dat je lelijk moet durven zijn, ook qua karakter.’

Denk je dat de personages in je boek uiteindelijk tot echt contact komen?
‘De scènes waarin ze het meeste contact hebben, is als ze een spel spelen. Als ze zich laten gaan in hun fantasie. Dan durven ze meer en kunnen ze dichterbij komen. Maar het is wel fantasie. Ik denk dat dat tekenend is voor hun interactie.’

Is er een passage waar je minder tevreden over bent?
‘Ik vind het vervelend dat ik in boekhandels vaak gevraagd wordt om het eerste hoofdstuk voor te lezen. Het eerste hoofdstuk is nu niet per se een hoofdstuk dat ik interessant vind. Maar goed, je moet ergens beginnen en je moet op stoom komen. Ik denk dat het dat wel doet. Het zijn stukken die gewoon nodig zijn om het verhaal van A naar B te brengen. Toch zou ik het liefste een boek willen schrijven dat in elke scène even intens is. Maar dat valt niet te lezen denk ik. In ieder geval moet ik nog kijken of dat de volgende keer lukt. Ik ben bezig met een tweede roman. Dat wil zeggen dat ik een jaar geleden in een schrift ben begonnen, maar ik ben nu pas echt aan het plotten. Het is daarom een beetje gek om steeds over dit boek te praten. In mijn hoofd ben ik al daar.’

Vind je het moeilijk om je personages los te laten?
‘De personages niet, maar de thema’s wel. Ik denk dat dat voor mij ook heel erg door elkaar loopt. Ik begin met een thema. Dat krijgt vorm in een personage. En sommige van die thema’s, bijvoorbeeld het thema of je echt contact kunt krijgen met iemand, dat is iets wat ik nog niet helemaal uitgewerkt heb. Het thema van identiteit, wat ook een beetje in het boek zit met Fie die nog kiest wie ze wil zijn. Dat is een thema waar ik van merk dat het alleen maar groeit en in mijn volgende boek veel belangrijker zal worden. Dus in die zin loopt het door, maar de personages zelf laat ik achter. Ik weet na dit boek wat ik wil met het volgende. Bepaalde dingen wil ik helemaal anders en sommige dingen wil ik nog een keer gebruiken, maar dan beter.’

En wat is voor jou belangrijk in literatuur en kunst?
‘Wat ik zelf heel fijn vind aan een boek is als het je een bepaalde blik geeft op de wereld. Een blik die je misschien zelf niet gehad had. Dat je bepaalde dingen anders gaat zien of juist voor het eerst ziet en opmerkt. Een blik van verwondering.
Het gegeven dat je in andere hoofden kunt kijken, dat vind ik echt wauw.’

Vind je het belangrijk om te schrijven over wat je kent? Moet waar je over schrijft dichtbij je staan?
‘Nee, eigenlijk niet. Ik had niet zo’n zin om te schrijven over mijn eigen leven. Ik vind het niet interessant genoeg. Ik maak dingen mee. Ik ervaar dingen, maar ik draai die een kwartslag en dan wordt het iets. Zo is misschien het meest autobiografische personage Olivier en niet Fie. Ik heb zelf bijvoorbeeld ook op een universiteit kunstgeschiedenis gegeven. Ik denk niet dat je alleen over ervaringen kunt schrijven die je zelf hebt meegemaakt. Ik denk dat je jezelf dan een enorme beperking oplegt. Ik vind dat heel autobiografische ook niet zo speciaal interessant. Ik schrijf veel dagboeken en dan ben ik het eigenlijk al kwijt. Dan is het verwerkt en dan kan ik het abstraheren en er vrijer mee omgaan. Die afstand heb ik nodig. Ik denk ook dat het je onnodig bindt als je alleen maar bezig bent met het verwerken van je eigen ervaringen. Dat is therapie en geen literatuur.’

Je bent je natuurlijk nog volop aan het ontwikkelen, maar wat kenmerkt jou als schrijver?
‘Ik vind ritme heel belangrijk. Als ik schrijf dan lees ik het altijd hardop voor om te kijken hoe het klinkt en om te kijken of het het goede ritme heeft. Sommige woorden kan ik dan niet gebruiken omdat ze niet het goede aantal lettergrepen hebben. Daarnaast denk ik dat ik vrij beeldend schrijf. Maar wat nou kenmerkend is? Ik denk dat het mij heel weinig gaat om het plot. Ik ben geen plotschrijver. Ik hoor wel van mensen dat ze er goed doorheen komen, dat het vlot wegleest. Maar het gaat mij niet om een persoon die dit en dit meemaakt en dan gebeurt er dat. Dat is gewoon de achtergrond, dat is het decor. En dat heb ik nodig om een bepaald verhaal te vertellen. En het verhaal, het echte verhaal, gaat meer om bepaalde thema’s, ideeën, problemen. Veel in deze roman kan je symbolisch duiden. Misschien is dat kenmerkend voor mijn stijl.’

De hemel boven Parijs HR
Jong als ze is, Bregje Hofstede denkt na over het leven en de wereld. Het komt evenwichtig samen in haar eerste roman. Over vijf jaar hoopt ze bij boek nummer drie te zijn.
Ik kan niet wachten.


Bregje Hofstede
De hemel boven Parijs
Uitgeverij Cossee
224 pagina’s, € 19,90

2 Responses to Bregje Hofstede: ‘Je moet lelijk durven zijn’

  1. […] een dag in het teken van een nieuw literair seizoen. Tijdens het Uitfeest worden onder meer Bregje Hofstede en Griet Op de Beeck geïnterviewd over hun romans en toekomstplannen. Een alternatieve opening van […]

  2. […] P.F. Thomèse opent het festival met de lezing ‘De Staat van het Verhaal’. Onder meer Bregje Hofstede, Niña Weijers, Griet Op de Beeck, Ernest van der Kwast en Raoul de Jong zijn te bewonderen door de […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Margot de Sera

Margot de Sera (1990) studeert Redacteur/Editor en Theatre Studies. Literatuur stelt ons net als theater in staat onze blik te kantelen en te bevragen. Bij Lood zoekt Margot naar jonge, Nederlandse schrijvers die verrassen en verwachtingen onbevestigd laten, met name opkomende dichters (poetry slams) en debutanten.

E-mail Margot

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.