< Terug

Selin Kusçu: ‘Kunst hoeft niet in één keer goed te zijn’

1 september 2016

Ieder jaar krijgen talentvolle jonge schrijvers de kans om een kort verhaal in te sturen voor de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. De winnaar krijgt een voordracht op Lowlands, een schrijfmasterclass, een gesprek bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar en publicatie in nrc.next. Wie zijn deze jonge schrijvers? Wij interviewden Selin Kusçu, één van de drie schrijvers die de shortlist bereikten.

Selin Kuşçu (1991) werkte tijdens haar studie Media, Informatie en Communicatie bij uitgeverij Lebowski. Gelijk na het behalen van haar Bachelor begon ze aan de Gerrit Rietveld Academie, richting Beeld & Taal, en nam ze deel aan de BKB Academie. Ze schrijft vooral korte fictieverhalen, maar ook minder fictieve artikelen, bijvoorbeeld voor Nachtbrakers (het online magazine van de Museumnacht Amsterdam).

Je hebt deelgenomen aan de BKB Academie, studeert nu Beeld & Taal aan de Gerrit Rietveld Academie, maakt graag foto’s en je hebt online diverse verhalen gepubliceerd. Wat wil je uiteindelijk bereiken?
Ik leg me inderdaad nog niet echt toe op één ding. Misschien ben ik bang om in een bubbel terecht te komen. Het is fijn om uit de ene wereld te kunnen stappen, omdat er nog een andere is waar je je ook in thuis voelt. De Amerikareis met de BKB Academie viel midden in het lesprogramma van de Rietveld, het is leuk om tussen die twee een brug te slaan. Het valt trouwens best tegen hoe verschillend die werelden zijn: we zijn allemaal bevoorrecht, geschoold, niet arm.

Om je vraag te beantwoorden: ik zeg wel eens dat het niet gaat om wat ik later wil worden, maar om wat ik allemaal nog wil leren.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
Toen ik acht of negen jaar oud was, schreef ik de hele dag, hoofdstuk na hoofdstuk. Ik zou een verhaal voorlezen bij Villa Achterwerk (maar durfde niet) en kreeg op school een Gouden Griffel: een kroontjespen die de knutseljuf goud had geschilderd. Ergens eind basisschool stopte ik er ineens mee, ik weet niet waarom. Pas tijdens een essayopdracht in het tweede jaar van Fotografie aan de KABK zag ik dat mijn ideeën beter tot hun recht kwamen als ik schreef dan wanneer ik fotografeerde.

Waarom deed je mee aan de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd?
Ik had zin om naar Lowlands te gaan, maar niet om ervoor te betalen. Je weet maar nooit, dacht ik. Maar ik ben ook iemand die goed werkt met een stok achter de deur. Door mee te doen aan de wedstrijd had ik na de eindbeoordeling op de Rietveld, dus het begin van de zomervakantie, een duidelijk doel om door te schrijven. Dat maakt het daarna buiten spelen en op avontuur gaan ook leuker.

Wat ging er door je heen toen je hoorde dat je de shortlist gehaald had?
Ik was halverwege een solo fietstocht door Diemen en Zuid-Oost, had nog vier procent batterij en vroeg me af hoe ik thuis moest komen zonder Google Maps. Toen kwam de mail binnen en wist ik: ik kom heelhuids thuis.

Waar haalde je de inspiratie voor jouw verhaal vandaan?
Als je jezelf niet herkent in een ander, is het makkelijker om afstand te bewaren. Dat gevoel kun je ook met delen van jezelf hebben. Alsof jij en je spiegelbeeld van elkaar weten dat ze onlosmakelijk dezelfde persoon zijn, maar dan toch schrikken als ze elkaar in een raam of spiegel treffen. De helft van mijn roots is altijd op afstand gebleven, losgezongen van de ‘ik’. Ik vraag me af of dat angst voor het onbekende is.

Kun je een tipje van de sluier oplichten waar jouw verhaal over gaat?
Het gaat over een Nederlands-Turkse jonge vrouw die het lastig vindt zich te verhouden tot haar Turkse familie en een cultuur die ze niet (her)kent. Maar eigenlijk gaat het over te veel focussen op dat waarin we anders van elkaar zijn. Het creëren en vergroten van afstand tussen mensen is iets wat me opvalt: er is een tendens waarin we hard willen definiëren wie de ‘wij’ is, zodat we ‘de ander’ kunnen aanwijzen en uitsluiten.

Dat boerkiniverbod in Frankrijk, en dat dan zelfs een tuniek wordt aangezien voor een boerkini, laat zien dat het ons niet lukt de ander te begrijpen. Het is zo agressief dat we alleen maar verder van elkaar af komen te staan. Nogmaals: angst voor het onbekende is iets fascinerends.

Selin Kuscu

Je liep stage bij uitgeverij Lebowski. Wat heb je in die periode geleerd over het boekenvak of het schrijven zelf?
Goede vraag. Ik heb eerst als stagiaire op de redactie gewerkt, daarna bleef ik er werken als assistent-uitgever. In dat jaar heb ik veel inzichten opgedaan. Tijdens mijn stage mocht ik Hallo muur van Erik Jan Harmens meeredigeren. Dat was te gek want ineens zat ik met één van de beste redacteuren en één van de beste schrijvers aan tafel. Ik leerde dat je met een tekst begint, dan bijschaaft, een ander ernaar laat kijken, erover praat, nadenkt, opnieuw begint, verder gaat, nog meer schaaft, doorschrijft en via die route het verhaal afmaakt. Een kunstwerk krijgt vorm dankzij het proces. Ik vond altijd, en het blijft een struikelblok, dat als ik iets maak, het in één keer goed moest zijn. Dat is niet zo, juist niet. Je eindproduct wordt er beter van als je jezelf de ruimte gunt het werk zo lang mogelijk onaf te laten zijn.

Is er een rode draad in jouw verhalen, zoals een thema waar je graag over schrijft?
Volgens mij moet je veel geschreven hebben voordat je daar iets zinnigs over kunt zeggen. De ene keer heb ik zin om iets gevoeligs of zachts te schrijven, de andere keer een totaal absurd verhaal met de vreemdste zinnen en ideeën. Soms voel ik me wel dom, dat ik niet weet welke kant het op gaat. Zolang ik me laat leiden door waar ik zin in heb, is het denk ik in orde.

Veel schrijvers hebben een specifieke plek waar ze graag schrijven. Waar schrijf jij het liefst?
Ik heb eerst twintig plekken nodig waarbij het niet lukt om me te concentreren, zodat de 21e plek werkt, omdat ik moe ben van het niet kunnen concentreren.

Heb je bepaalde schrijfgewoontes, zoals vroeg in de ochtend schrijven of liters koffie wegwerken voor je begint?
’s Nachts, als ik eigenlijk wil gaan slapen, maar dat van mezelf niet mag omdat ik nog niets geproduceerd heb. Als ik wakker en alert ben, ben ik harder voor mezelf, gun ik mezelf geen ruimte voor fouten. Moeheid schakelt dat extreme zelfbewustzijn uit. Ik word coulanter. Er moet íéts, gewoon íéts, alsjeblieft gewoon íéts, komen. Dan gaat de sluis open en stroomt het er in een keer uit.

Ik las dat je snel afgeleid bent. Hoe zorg je er in deze tijd vol afleidingen en prikkels voor dat je toch de rust vindt om verhalen te schrijven?
Ik moet eigenlijk mijn telefoon uit het raam gooien, Facebook verwijderen, in een bos gaan leven.

Wat zijn je favoriete boeken?
Ik heb zó weinig gelezen. Dat zit me wel eens dwars. Maar het boek dat ik op dit moment wil herlezen: Een samenzwering van idioten van John Kennedy Toole. Een supervreemd boek met een absurdistisch hoofdpersonage dat buiten alle oevers treedt en daarom te gek is. De schrijver typeert een idiote man met een idioot leven aan de hand van heel eigenzinnige beschrijvingen, die me nog steeds op willekeurige momenten te binnen schieten en aan het lachen maken.

Wat zijn je verdere schrijfplannen?
Ik heb nog twee jaar Rietveld tegoed. Ik ben heel dankbaar voor die veilige omgeving, waarin niemand van buiten zomaar binnen kan komen en alles wat binnen gebeurt niet naar buiten hoeft. Dan heb ik ook nog eens waanzinnige docenten, bijvoorbeeld onze schrijfdocente, Maria Barnas, haar werk is heel goed, maar voor onze groep is ze vooral een bijzondere docent. Het plan is om nog twee jaar te spelen met schrijven.

Heb je een schrijftip voor beginnende schrijvers die ervan dromen om ooit gepubliceerd te worden?
Naar mij moet je echt niet luisteren, daar ben ik nog niet mee bezig. Laatst stond er een mooi interview met Jasper Henderson in Het Parool, waarin hij uitlegt hoe een uitgeverij naar (nieuwe) schrijvers kijkt. Hij geeft een mooi inkijkje in die andere kant van het schrijverschap. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat het een valkuil is om je van alle verschillende verwachtingen en belangen té bewust te zijn.

Nieuwsgierig naar het verhaal van Selin Kusçu en de andere deelnemers? De twintig verhalen op de longlist zijn gebundeld in dit e-book.

Foto credits: Sanja Marusic

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) studeert Communicatie in Den Haag. Ook is ze freelance copywriter en blogger. Als hoofdredacteur ziet ze in Lood een ambitieus platform om nieuwe literatuur onder de aandacht te brengen van een jong publiek. Ze schrijft voornamelijk reportages, recensies, nieuwsoverzichten en opiniestukken over literaire ontwikkelingen.

E-mail Rosalinde

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.