< Terug

Sare Bakkers: ‘Soms denk ik dat niemand op mijn verhalen zit te wachten’

14 september 2016

Ieder jaar krijgen talentvolle jonge schrijvers de kans om een kort verhaal in te sturen voor de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. De winnaar krijgt een voordracht op Lowlands, een schrijfmasterclass, een gesprek bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar en publicatie in nrc.next. Wie zijn deze jonge schrijvers? Wij interviewden Sare Bakkers, één van de schrijvers die de longlist bereikte.

Sare Bakkers (1989) behaalde in 2013 haar diploma aan de Rietveld Academie en studeerde gelijktijdig Nederlands aan de UvA. Ze geeft Nederlandse les op een VMBO-school in Amsterdam, en schrijft en tekent wanneer het kan.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
Ik ben begonnen met schrijven toen ik een pen kon vasthouden. Zodra ik de kans kreeg, schreef ik verhalen. Cliché, maar waar. Als kind wilde ik liever kinderboekenschrijfster worden, omdat het me (toen) heel erg moeilijk leek om literatuur voor volwassenen te schrijven. Maar ik deed wel pogingen. Die verhalen waren schaamteloos doordrongen van allerhande drama; thema’s zoals moord, zelfmoord, liefde, vliegtuigongelukken, stilstaande meren, vreemdgaan, leven met gilles de la tourette en andere ziektes kwamen vaak allemaal (in hetzelfde hoofdstuk) aan bod. Vreselijk. Mijn verwachtingen waren wel anders. Rond mijn twaalfde had ik mezelf het doel gesteld om voor mijn vijfentwintigste te debuteren. Nu ben ik zesentwintig en niet eens dichtbij een debuut.

Waarom deed je mee aan de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd?
Omdat ik, al dan niet onbewust, toch de stille hoop koester ‘ontdekt’ te worden. Hoe gênant dat ook mag klinken. Iedereen die schrijft, droomt toch van een almaar groter wordend leespubliek, lijkt me. En ik werk vreselijk goed met deadlines. Als er niets is, geen direct geïnteresseerd platform, geen deadline, dan schrijf ik vaak gewoonweg niet. Hoe stom ik dat ook van mezelf vind. Ik vind het vaak heel moeilijk om mezelf er toe te zetten, dus ik ben altijd heel blij als ik weer aan een schrijfwedstrijd  mee kan doen.

Wat ging er door je heen toen je hoorde dat je de longlist gehaald had?
Ik was echt heel opgelucht en blij verrast. Het nieuws dat mijn verhaal was uitgekozen voor de longlist, was als een bevestiging die op het juiste moment kwam. Een keer in de zoveel tijd verlies ik namelijk een beetje het vertrouwen en ben ik bang dat mijn schrijverij ergens, op een onzichtbare plek, zal stranden. Het nieuws van de longlist was daarom een zeer welkome bevestiging. Zie je wel, dacht ik, ik moet echt meer gaan schrijven. En ik dacht ook zoiets als: het is de moeite waard.

Waar haalde je de inspiratie voor Zondag vandaan?
Ik schreef Zondag toen het schooljaar bijna afgelopen was. Ik had wat meer ruimte tijdens mijn werkdagen. Dus ik bracht mijn laptop mee naar werk, zodat ik die middag in de bieb op het Roelof Hartplein kon gaan schrijven. Ik had er echt zin in. Ik was zo opgelucht dat ik eindelijk een rustig genoeg hoofd had om te schrijven, en tijd, dat ik de eerste pagina er gewoon uitknalde. Daarna ging ik in een café koffie drinken en bedenken hoe het verhaal zou verdergaan. Op een gegeven moment was ik alle scenario’s in mijn hoofd langsgegaan en toen wist ik het. De volgende dag ben ik teruggegaan en heb ik het afgeschreven. Het verhaal is dus gewoon een beetje ontstaan. Ik weet zelf ook niet precies hoe dat werkt. Opeens was het er.

Kun je een tipje van de sluier oplichten waar jouw verhaal over gaat?
Mijn verhaal gaat over een bejaarde man die jarig is. Hij wacht op zijn dochters en kleinkinderen in een eenzaam huis waar de koffie langzaam pruttelt. Hij neemt die dag een belangrijk besluit.

Wat moeten we ons voorstellen bij jouw werk als autonoom kunstenaar?
Toen ik nog op de Rietveld zat, maakte ik veel meer beeldend werk dan dat ik nu doe. Dat vind ik eigenlijk wel jammer, maar toen waren er veel meer middelen dan nu (al wil ik nu niet met een soort smoes komen). Ik vind mijn beeldend werk vaak wel overeenstemmen met mijn manier van schrijven. Het gaat vaak over proberen, het eindeloze pogen van mensen, het proberen te doorzien van iets dat groter is, of van een bepaalde logica. Een bepaalde fragiliteit, of onhandigheid, is soms beter uit te drukken in beeld dan op schrift.

Naast schrijver en autonoom kunstenaar ben je ook docent Nederlands. Wat merken jouw leerlingen van jouw liefde voor schrijven en taal?
Eigenlijk denk ik dat ze er helemaal niet veel van merken. Ik doceer voornamelijk aan examenklassen, en die zijn bezig met samenvatten en begrijpend lezen. Het is eigenlijk een best droog curriculum. En het is absoluut niet zo dat ik les na les een soort monologen sta te houden over literatuur, dat wordt nog wel eens gedacht bij docent Nederlands.

Als mijn leerlingen de zakelijke brief moeten schrijven, wil ik heel graag dat ze mooie zinnen maken, en ik hamer onophoudelijk op spelling, interpunctie en formulering, omdat ik het zo belangrijk vind dat ze in staat zijn zich schriftelijk goed uit te drukken. Ik merk wel dat mijn leerlingen er steeds beter in worden, en daar heb ik dan echt plezier in (en zij ook!). Twee weken per jaar besteden we aan fictie, dan ga ik helemaal los. Dan zeggen mijn leerlingen dingen tegen me, zoals ‘juf, rustig aan’ en ‘u houdt echt te veel van boeken.’

Is er een rode draad in jouw verhalen, zoals een thema waar je graag over schrijft?
Ik denk het wel. De rode draad is volgens mij wat ik eerder al beschreef, bij die vraag over mijn beeldend werk. Ik vind het interessant om naar mensen te kijken en me af te vragen wat ze beweegt, wat ze willen en proberen. En daar schrijf ik dan ook over.

Veel schrijvers hebben een specifieke plek waar ze graag schrijven. Waar schrijf jij het liefst?
Ik schrijf graag thuis, maar meestal word ik daar afgeleid door huishoudelijke zaken. Dan wil ik eerste perse stofzuigen, de badkamer schoonmaken, de was doen of het vuilnis buitenzetten. Tegen de tijd dat ik alles heb gedaan, heb ik vaak geen zin of energie meer om te schrijven. Daarom kies ik er soms voor om naar een openbare plekken te gaan, maar dat moet dan een hele specifieke openbare plek zijn; er mag wel geluid zijn, maar geen harde muziek of pratende mensen. Ik wil hardop kunnen spreken omdat ik het allerliefst hardop schrijf. En eigenlijk wil ik niet te vaak gestoord worden. Plekken die in aanmerking komen, en waar ik dan ook graag schrijf, zijn bijvoorbeeld bibliotheken of studiezalen.

Heb je bepaalde schrijfgewoontes, zoals vroeg in de ochtend schrijven of liters koffie wegwerken voor je begint?
Voordat ik begin met schrijven, heb ik vaak al een heel riedeltje moeten afleggen tijdens de dagen ervoor. Ik heb bijvoorbeeld al tijdens het fietsen een personage bedacht, of een situatie, of een zin.  Vaak heb ik me in de dagen ervoor een beetje afgesloten, waardoor ik me een wat eenzaam of onbeholpen voel.

Daarnaast moet ik een soort honger hebben, in de vorm van onuitgesproken zinnen of nog niet navertelde gebeurtenissen, die dan heel graag op papier gezet willen worden. En als laatste wil ik het gevoel hebben dat alles op orde is (Huishouden, check. Afspraken, check. E-mails beantwoord, check. Financiën, check). De onrust die ik tijdens het schrijven kan voelen, wil ik gebruiken voor het verhaal en niet verspillen door hem te projecteren op externe zaken.

Wat zijn je favoriete boeken?
Ik denk heel vaak tijdens het lezen: dit is mijn favoriete boek. Dat blijft het dan ook wel een tijdje, maar ik word dan een paar dagen of weken later weer gegrepen door een boek dat ik (net zo) fantastisch vind. Ik heb wel een soort voorliefde voor Nederlandse en Vlaamse literatuur. Waarschijnlijk omdat ik daar gewoonweg veel in aanmerking mee ben gekomen door mijn studie Nederlands.

Boeken die me echt raakten zijn alle drie de boeken van Griet op de Beeck, Papegaai vloog over de IJssel van Kader Abdollah, Oorlog en Terpentijn van Stephan Hertmans, De zondvloed van Jeroen Brouwers, Sprakeloos van Tom Lanoye (terwijl ik hem laatst opnieuw wilde lezen, maar niet meer goed door het begin heen kwam) en ik heb net Een klein leven van Hanya Yanagihara gelezen. Jezus, wat was dat een bijzonder boek.

Wat zijn je verdere schrijfplannen?
Mijn schrijfplannen bestaan er vooral uit dat ik wil blijven schrijven. Dat ik niet moet vergeten dat dat toch een van de dingen is, die ik nou eenmaal het liefst doe. Ik heb de neiging te denken dat er niemand is die op mijn verhalen zit te wachten, dat is een stem waar ik niet teveel naar wil luisteren. Ik heb onlangs mijn baan als docent opgezegd, om samen met mijn vriend een jaar te gaan reizen. Dat is heel bevrijdend en mogelijk ook heel goed voor mijn schrijfproductie.

Heb je een schrijftip voor beginnende schrijvers die ervan dromen om ooit gepubliceerd te worden?
Ik zou die tips zelf wel willen ontvangen!

Nieuwsgierig naar het verhaal van Sare Bakkers en de andere deelnemers? De twintig beste verhalen zijn gebundeld in dit e-book.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) studeert Communicatie in Den Haag. Ook is ze freelance copywriter en blogger. Als hoofdredacteur ziet ze in Lood een ambitieus platform om nieuwe literatuur onder de aandacht te brengen van een jong publiek. Ze schrijft voornamelijk reportages, recensies, nieuwsoverzichten en opiniestukken over literaire ontwikkelingen.

E-mail Rosalinde

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.