Angela Stoof: ‘Schrijven gaat om wat je als mens te zeggen hebt’

12 september 2016

Ieder jaar krijgen talentvolle jonge schrijvers de kans om een kort verhaal in te sturen voor de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd. De winnaar krijgt een voordracht op Lowlands, een schrijfmasterclass, een gesprek bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar en publicatie in nrc.next. Wie zijn deze jonge schrijvers? Wij interviewden Angela Stoof, één van de schrijvers die de longlist bereikte.

Angela Stoof (1974) studeerde informatiekunde, cognitieve psychologie en theologie. Ze werkt als onderzoeker Theologie en Levensbeschouwing en als docent. Eerder werkte ze als ritueelbegeleidster bij afscheid en schreef teksten en gedichten voor uitvaarten. In 2007 publiceerde ze in eigen beheer haar kinderboek Maan, ik kom eraan! Ze schrijft verder korte verhalen, essays, blogs en gedichten. Haar teksten roepen een levendige ervaringswereld op en hebben vaak een mystieke ondertoon. Ze woont met haar man in Nijmegen.

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
Ik was een jaar of twaalf, dertien, denk ik. Mijn vader had een kantoor aan huis waar een elektronische typemachine stond. In de zomervakantie verschanste ik me daar en schreef een boek. De laatste start heette het. Het ging over een professor, een atoombom en een bel in de tijd. Ik ben vergeten hoe het afliep.

Waarom deed je mee aan de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd?
Ik doe wel vaker mee aan schrijfwedstrijden, gewoon om als schrijfster een beetje uitgedaagd te blijven. Wat ik vooral leuk vond aan de Grote Lowlands Schrijfwedstrijd was de gedachte dat ik me als schrijver tot het Lowlands-publiek kon richten. Ik ben zelf ook een paar keer naar Lowlands geweest, in de beginjaren van het festival. Ik ken de sfeer, de energie en soms de magie die er hangt – en ook hoe het is om in een tentje te slapen terwijl de dronken buren een kampvuur maken en daar met haarlak in spuiten. Daarover was ik wat minder enthousiast. Ook zag ik indertijd op Lowlands de band waar ik in het motto van mijn verhaal naar verwijs: dEUS.

Wat ging er door je heen toen je hoorde dat je de longlist gehaald had?
WAUW! En daarna: o jeetje, straks kom ik op de shortlist en moet ik mijn verhaal voordragen op het Lowlands festival. Past dat wel in mijn agenda? Maar ik kwam niet op de shortlist; toch wel jammer, ik had graag in een Lowlands-tent gestaan met mijn verhaal!

Waar haalde je de inspiratie voor Reis door de nacht vandaan?
Het grootste deel van mijn verhaal is gebaseerd op mijn ervaringen rondom uitgaan in de jaren 90. Als jongere vond ik het fascinerend om uit te gaan: de overweldigende indrukken van geluid en licht, het opeengepakt op de dansvloer staan, het mezelf helemaal verliezen in de muziek. Ik herinner me een documentaire van de VPRO over dansfeesten in die tijd, met als titel: ‘de andere wereld’. Zo ervoer ik het ook echt. De wereld van het uitgaan en de wereld van school en ouders waren totaal verschillende werelden. De overgang daartussen was letterlijk en figuurlijk ‘een reis door de nacht’.

Kun je een tipje van de sluier oplichten waar jouw verhaal over gaat?
In het verhaal probeer ik de ervaring op te roepen van hoe het is om uit te gaan. Daar zit een fenomenologische gedachte achter. Fenomenologie is een belangrijke filosofische stroming die probeert om bij de kern van ervaringen te komen en daar zodanig over te schrijven dat de ervaring bij de lezer van de tekst wordt opgeroepen. Maar het verhaal heeft ook een veel diepere betekenislaag. Oppervlakkig gezien gaat het over uitgaan, maar ten diepste heeft het verhaal een mystiek motief: de ervaring die een mens kan hebben wanneer deze alles uit handen geeft. In mijn verhaal spreek ik bijvoorbeeld over een uitsmijter als ‘wachter op de drempel’. Dat is een mystieke verwijzing. En wat er dan gebeurt als je eenmaal over de drempel bent? Daarvoor moet je het verhaal maar lezen!

Je hebt een kinderboek geschreven. Als je moet kiezen, schrijf je dan liever voor kinderen of volwassenen?
Uiteindelijk schrijf ik het liefste voor volwassenen, misschien wel omdat zij een goed verhaal meer nodig hebben dan een kind. Een kind wordt onder andere door verhalen gevormd, wat uiteraard vreselijk belangrijk is. Maar volwassenen kunnen zo zijn vastgelopen in hun leven en hun manier van denken dat een verhaal soms de enige manier is om dat weer een beetje open te breken. Ik geloof toch dat het me daar uiteindelijk om gaat: om mensen op een dieper niveau aan te raken. En soms vind ik daarvoor de beste vorm in kinderboekentaal. Mijn kinderboek, Maan, ik kom eraan!, schreef ik indertijd vanuit de gedachte dat je moeilijke dingen zo simpel mogelijk uit moet leggen. Het grappige is dat het wordt gelezen door kinderen én volwassenen.

Je hebt Theologie gestudeerd en doceert bij Hogeschool Windesheim. Hoe beïnvloedt jouw werk en achtergrond je schrijverschap?
Anders dan wat de meeste mensen verwachten zie ik theologie vooral als een taal. Theo-logos, woorden over God, of ‘godgepraat’ zoals een docent ooit zei. Van oorsprong ben ik cognitief psychologe, maar de psychologie reikte mij geen taal aan waarmee ik goed genoeg kon spreken over de mens, leven, wereld, werkelijkheid.

Psychologische concepten vallen dood neer wanneer ik word geconfronteerd met bijvoorbeeld de wreedheden van IS, maar ook bij momenten van intense vervoering en opperste geraaktheid. Theologie heeft daar wel woorden voor. Ze zijn niet makkelijk en lijken uit-de-tijd, maar zijn o zo waardevol. Theologie helpt me om me als schrijver beter en voller te kunnen uitdrukken.

Als docent geef ik onder andere wetenschapsfilosofie. Een fantastisch vak; het heeft me geleerd hoe begrensd het menselijke denken is en hoe beperkt ons blikveld kan zijn. Er zijn echt ‘andere werelden’ buiten datgene wat we denken. Ook daar zit dan weer zo’n bijna mystiek moment in van loslaten: wat als je je vertrouwde denkbeelden verlaat? Hoe dient het leven zich dan aan? Deze thematiek komt ongetwijfeld terug in mijn werk als schrijver.

Je hebt ook teksten en gedichten geschreven voor uitvaarten. Dat lijkt me vrij heftig. Waarom heb je daarvoor gekozen?
Door teksten en gedichten te schrijven voor uitvaarten kon ik mijn talent op een heel waardevolle manier inzetten. Natuurlijk is een overlijden een heftige gebeurtenis. Maar wat in mijn ogen heel mooi is, is dat alle maskers en maniertjes van mensen voor even verdwijnen. Daar is dan gewoon geen ruimte meer voor, te midden van het verdriet en andere emoties. Mensen worden dan heel authentiek in wat ze zeggen en doen. Wat men ook aan aangrijpende verhalen heeft; ik heb er ruimte voor, omdat het echt is. Om daar dan stem aan te geven, woorden aan te verbinden, dat is prachtig werk.

Is er een rode draad in jouw verhalen, zoals een thema waar je graag over schrijft?
Interessante vraag. Uiteindelijk denk ik dat het me gaat om ‘de mens’: wie is de mens? Het antwoord heb ik niet, noch als psycholoog, noch als theoloog, noch als onderzoeker. Ik weet ook niet of de vraag wel klopt. Ik neig erg naar een mystieke beschouwing: ik ben pas volledig mens als ik opgeef wie ik denk te zijn. De vraag ‘wie is de mens’ wordt op dat moment ook irrelevant. Wat overblijft is iets dat ik misschien ‘leven’ kan noemen. Daar kan ik eindeloos over schrijven, zonder ooit iets echt gezegd te hebben. En dan toch willen spreken he!

Veel schrijvers hebben een specifieke plek waar ze graag schrijven. Waar schrijf jij het liefst?
In de trein. Fantastisch, dat langszoevende landschap. Ik sta stil en het landschap rijdt. De woorden buitelen dan naar binnen.

Heb je bepaalde schrijfgewoontes, zoals vroeg in de ochtend schrijven of liters koffie wegwerken voor je begint?
Wat me altijd helpt om bij mijn ‘bron’ te komen, is muziek. Zo schreef ik ook teksten en gedichten voor uitvaarten: mensen kozen bepaalde liedjes voor een afscheid, en als ik daarnaar luisterde, kon ik contact maken met wat voor hen van wezenlijk belang was. Ik heb ooit een gedicht geschreven op de cadans van ‘Variations on the Kanon’ van Johann Pachelbel; het is te lezen op mijn website.

Wat zijn je favoriete boeken?
Da’s een boekenkast vol! Maar vooruit, een aantal boeken die me als schrijver zeker gevormd hebben: de dagboeken van Etty Hillesum, het hele oeuvre van Marion Bradley, de kinderboeken van Toon Tellegen. Ik ben ook helemaal weg van ‘Het Kippencollectief’ van Susan Juby. Vreselijk gelachen, maar ook was ik diep ontroerd door de menselijkheid die tussen de dialogen oplichtte. Ze zegt er niets expliciets over, maar daar precies gebeurt het. Heel knap.

Wat zijn je verdere schrijfplannen?
Ik heb een oud schrijfproject opgepakt dat een tijdje in mijn la heeft liggen rijpen. Het is een soort droomvertelling over het mythische eiland Ithaca, verweven met de thematiek van rouw en verlies en de reis van de ziel. Ook werk ik samen met een beeldend kunstenares, Feilin Han, aan een boek over de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart.

Heb je een schrijftip voor beginnende schrijvers die ervan dromen om ooit gepubliceerd te worden?
Blijf bij jezelf en vertrouw op je eigenheid. Elke schrijver schrijft anders, en het gaat niet om het kunstje, maar om wat jij, als mens, te zeggen hebt.

Nieuwsgierig naar het verhaal van Angela Stoof en de andere deelnemers? De twintig verhalen op de longlist zijn gebundeld in dit e-book.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) studeert Communicatie in Den Haag. Ook is ze freelance copywriter en blogger. Als hoofdredacteur ziet ze in Lood een ambitieus platform om nieuwe literatuur onder de aandacht te brengen van een jong publiek. Ze schrijft voornamelijk reportages, recensies, nieuwsoverzichten en opiniestukken over literaire ontwikkelingen.

E-mail Rosalinde

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.