Het stoute zusje wint

7 februari 2015

‘Slam is het geschenk van het moment’ liet Ellen Deckwitz optekenen in de NRC Next van 26 januari.  Dat geschenk laat het publiek van de finale van het NK Poetry Slam 2015 zich goed smaken. Presentator Daan Doesborgh heeft zelfs moeite de zaal rustig te krijgen: ‘Ik stond gisteren voor Havo 5 en daar werd beter geluisterd.’

Tijdens deze dertiende editie van het NK Poetry Slam worden de acht deelnemers wederom beoordeeld op performance en inhoud (de literaire kwaliteiten van de poëzie). Maar is dat werkelijk zo? De discussie kwam onder andere voorbij in het artikel van NRC Next, waarin het Nederlandseslamcircuit ‘literair gedreven’ werd genoemd. De meeste slammers gebruiken het podium vooral om hun dichtbundel uitgegeven te krijgen. Dit gegeven wordt onderstreept in de organisatie van de slamwedstrijden: een jury uit de ‘papieren wereld’ beoordeeld de slammers voornamelijk op de criteria van poëzie op papier.

Sterke performance
De vakjury van deze dertiende editie bestaat voornamelijk uit ‘dichters van het papieren woord’: Ilja Leonard Pfeijffer, Joke van Leeuwen en Lucky Fonz III. De laatste is dan geen dichter, maar blijkt uit het introductiepraatje van presentator Daan Doesborgh wél een sterke voorliefde te hebben voor klassieke dichters (onbekend met het fenomeen slammen).

IMG_6245

Bij deze jury blijft de performance dan ook wat onderbelicht. Als in positieve termen gesproken wordt over een performance dan is deze voornamelijk ‘sterk’, maar wat ze hier precies mee bedoelen blijft onduidelijk. De jury is vooral negatief over de aanwezigheid van papier (als spiekbrief). Marloes Robijn kan mede daarom op minder hoge cijfers rekenen. Andere opmerkingen: Daan Zeijen hijgt te veel in de microfoon en dient minder met zijn handen te bewegen (presentatrice Ellen Deckwitz: ‘koop een inhalator’). Coen Cornelis draagt schijnbaar bescheiden voor en bij Sannemaj Betten zijn ze onder de indruk van de tegenstelling tussen haar lieve uitstraling en de rauwe poëzie die ze uitspuwt. De performance van Arnoud Rigter vinden ze weer te veel een maniertje worden.

Vooral komen er opmerkingen uit de monden van de jury over het taalniveau en de literaire kwaliteit van de voorgedragen gedichten. Tekstueel wordt Jelmer van Lenteren minder sterk gevonden en (tot onvrede van het publiek) zijn gedichten zelfs eenvormig. Ilja Pfeijffer mist een ‘talig avontuur’ en vindt de poëzie te veel lijken op gewone zinnen. Sannemaj Betten is een verassing in de eerste ronde, maar haar gedichten zijn te voorspelbaar in de tweede. Hoewel haar k-klanken wel heel sterk zijn. Coen Cornelis wordt geprezen om zijn taalexperimenten en sterke teksten, Max Greyson om zijn taaltovenarij. Marloes Robijn is inhoudelijk ontroerend en Daan Zeijen is een ‘achtbaan langs heel efficiënt verwoorden’. Nu weidt de jury en met name Lucky Fonz III nog veel meer uit over de inhoudelijke aspecten, maar dit is staand in het schemerdonker niet op papier te krijgen. Het mogen in elk geval duidelijk zijn dat de poëtische waarde erg belangrijk is voor de jury.

Poetry slam, qu’est-ce que c’est?
Poetry slam is een uniek genre met een eigen taal. Intonatie, ritme, timing (spelen met pauzes), lichaamstaal: het zijn essentiële elementen die naast de tekstuele kant zorgen dat een gedicht overkomt op het publiek. Maar een tekst die werkt in een gedichtenbundel, werkt niet noodzakelijkerwijs op het podium, en omgekeerd. Poetry slam is een combinatie van kunstvormen, maar elke dichter heeft ook weer zijn eigen vorm.

Hierdoor bevindt zich een probleem op niveau van de definiëring en kwalificering van een goede poetry slammer en een poetry slam in het algemeen. Wegen de onderdelen inhoud en performance gelijk? Wat is een goed gedicht? Hoe meet je dit? Bijna niets is zo smaak gebonden als poëzie. En waar bestaat een ‘sterke’ slam performance uit? Hoe hoort dit eruit te zien en te klinken? En wat is de perfecte ‘symbiose’ tussen deze elementen?

De Dikke Van Dale omschrijft ‘poetry slam’ als een ‘wedstrijd waarbij dichters tijdens een kort optreden op een podium gedichten voordragen of rappen, waarna het publiek een oordeel velt over de kwaliteit van de voordracht.’ De nadruk in deze definitie ligt dus sterk op de performance. Dit maakt van de poetry slam een genre op zich en de poetry slammer vooral een voordrachtskunstenaar. Dit benadrukken zowel Ellen Deckwitz als Jee Kast ook. De trotste slamdichter Jee Kast vergelijkt zichzelf met een cabaretier – de performance draait om timing en spontaniteit – maar in plaats van grappen zijn gedichten zijn drijfveer.

Stoute zusje
Ook de ‘held op Crocs’ met de prachtige stem, jurylid en dichter Ilja Pfeijffer maakt de link met cabaret in NRC Boeken:
‘Poetry Slam is het cabaret van de poëzie. Het is het stoute zusje dat niet wil deugen. En mensen die niet willen deugen zijn vaak de meer amusante mensen. Poetry Slam is stout en amusant.’

Ilja Pfeijffer

Ilja Pfeijffer stelt inderdaad dat poetry slam tot een ander genre behoort dan de papieren poëzie, maar schetst en faisant niet bepaald een positief beeld van het genre. Een ‘stout zusje’ klinkt bijna denigrerend, en in Pfeijffer’s ogen lijkt het louter amusement. In de serieuze literaire kritiek blijkt dit vaker de mening over het genre te zijn.

Maar is Marloes Robijn (‘De vrouw een hoedenplank, esthetisch ondervoed’) niet ontroerend? Of Sannemaj Betten (‘Ik ben heel schoon, ik ben heel kapot’)? Ik heb tijdens de finale niet alleen gelachen. Ik ben ontroerd en verrast. Ik genoot van de mooie zinnen en talige verwonderingen die langskwamen. Zoals Max Greyson met zijn gedicht ‘Ook de ochtend heeft zijn schemering’.

Of wat te denken van de intense verzen van Wieke van der Linden?:
‘Borsten op spanning houden
Het klonk alsof hij sprak over fietsonderdelen
In zijn handen wil ik best een fiets zijn.’
Er spreekt humor met een onderlaag van eenzaamheid uit.

In de final battle van het NK Poetry Slam 2015 komt dit spanningsveld wervelend naar voren. Het blijkt uiteindelijk een eindstrijd te worden tussen de klassieke dichter en de moderne slamdichter. Tussen Max Greyson en Daan Zeijlen.

Papier vs. Podium
Vuur. Vurig. Gevaarlijk. De laatste battle doet zijn naam eer aan. Daan en Max reageren in felle bewoordingen en improvisaties op elkaar. Punchlines spatten over en weer. Het rumoer in het publiek neemt toe.

Daan Zeijlen:
‘Max wilde iets moois schrijven over het menselijk tekort
En als dat niet ging over het zijne
[…]
Hij begon stilletjes te hopen dat het dit maal lukken zou
[…]
Maar Max kon het woord niet vinden, noch omschrijven door een ander
Het boek kon hem niet helpen
Hij verloor algauw de moed
In het magazijn van zijn gedachten viel zij recht in het theater met het kopje onsorteerbaar
Dat wat zijn tekstverwerker liever onverteerbaar noemt

Max wilde iets moois schrijven. Maar het lukte niet.’

IMG_6240

Max Greyson:
‘Wij lijken loodrecht op elkaar
Wat had gij in gedachten voor mij?
[…]
Ik ben afhankelijk
omdat wij vergankelijk zijn

Ik heb iets in gedachten voor u
uw haar afknippen
u blinddoeken en u leugens inspreken
mijn initialen in uw schaambeen krassen
Maar laat maar
Ik lek wel uit op papier
Kom hier dat ik u kus.’

Daan Zeijlen:
‘Max is als een giraf geboren
Kijk mama ik kan…
Maar mama kijkt niet
[…]
Mama zegt dat het niet geeft
We stappen allemaal weleens met verkeerde been uit baarmoeder.’

Max Greyson:
‘Ik ga toch blijven gaan voor de poëzie en niet voor de punchlines.
Daan, laat ons niet de torteldansers worden
het podium opgaan in paarse waas, niet
in te nauwe schoenen en de volgspot

Laat ons niet balletterig op onze tippen
lopen in één rechte rimpel, niet
poppenspelen aan het losse lijntje

[…]

Laat ons wiegen met je hoepelende heupen
ons heden verdraaien in rok en rol
kwistig je kralen strooien als geliefden […]’

Vurig gaat de laatste battle nog even zo door. De klassieke dichter houdt dapper stand tegen de vlammende battelaar. Dat hij voor de poëzie wil blijven gaan, is in dit geheel veelzeggend.

IMG_6247

Het stoute zusje wint
Het mag duidelijk zijn wie de voorkeur had van de jury. Lucky Fonz III, vond Max technisch beter. En Ilja Pfeijffer hield een bijna even vurig pleidooi als de battle voor ‘de muzikale dichter, de taaltovernaar, de vernieuwer van zinnen, de ware dichter’ en niet voor ‘de cabaretier, de effectieve zegger en de geraffineerde slammer’. De jury kon overduidelijk ‘de mooie dichtregels van weleer’ niet loslaten.

De jury had echter geen stemrecht meer in deze ronde. Voor het publiek lijkt de voordracht, de performance, zwaarder te wegen dan ‘mooidichterij’. Niets ontziende humor, scherpe observaties, een energieke woordenstroom en toegankelijkheid sleepten de toeschouwer mee in zijn keuze. Max Greyson kon met het eeuwige verdriet terug naar België. ‘De wollige bosvriend’ ging met de titel Slampion 2015 én een onhandelbaar grote, gouden wisseltrofee naar huis.

IMG_6262

Hoewel ook ik Max Greyson een verfijndere en technisch sterkere dichter vond, was Daan Zeijen de echte slammer met de rake bewoordingen. Naar Max Greyson wil ik rustig luisteren met de ogen dicht. Daan Zeijen mag door mijn kroegbezoek denderen met gevatte poëzie.

De combinatie van kunstvormen maakt poetry slam lastig te kwalificeren en dat maakt de diversiteit groot. Zoals ook uit deze finale bleek. Dat de tekst op het podium eenandere rol speelt in combinatie met andere elementen, hoeft niet per se te betekenen dat dit een mindere literaire kwaliteit inhoudt. Max Greysons performance én teksten waren fantastisch. De finale van de Nederlandse Poetry Slam 2015 zat vol memorabele momenten. Een geschenk van het moment. Mijn oren suizen nog stilletjes na van het intens meeleven van het publiek. Poetry slam, de poëzie als performance, maakt in elk geval veel los.

Voor de volgende NK Poetry Slam stel ik een vierkoppige vakjury voor: met twee volleerde slammers en twee papieren woordkunstenaars, zodat dan écht zowel inhoud als performance beoordeeld kunnen worden op gelijke voet. Poetry slam mag meer beschouwd gaan worden als een volwaardig genre op zich. Een magische plek waar poëzie leeft en niet ligt te verstoffen in de boekenkast van een goed gesorteerde boekhandel.

3 Responses to Het stoute zusje wint

  1. […] titel is: ‘de andere slam’. Bij het reguliere NK Poetry Slam kan namelijk getwist worden over de smaak van de jury, tijdens deze slam maakt iedereen even veel […]

  2. […] 28 februari vindt de ‘andere slam’ plaats, namelijk de Dobbelslam 2015. Terwijl er tijdens het NK Poetry Slam getwist kon worden over de smaak van de jury, zorgt hier de dobbelsteen ervoor dat elke dichter […]

  3. […] Zeijen werd Nederlands kampioen Poetry Slam van 2015. Als geen ander weet hij poëzie een plek te geven op het podium en met zijn intelligente […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Margot de Sera

Margot de Sera (1990) studeert Redacteur/Editor en Theatre Studies. Literatuur stelt ons net als theater in staat onze blik te kantelen en te bevragen. Bij Lood zoekt Margot naar jonge, Nederlandse schrijvers die verrassen en verwachtingen onbevestigd laten, met name opkomende dichters (poetry slams) en debutanten.

E-mail Margot

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.