Het Debutantenbal 2015 – Een gesprek met Oek de Jong, Manon Uphoff en Herman Koch

10 februari 2015

Op zaterdag 7 februari vond Het Debutantenbal in De Balie plaats. Prominente schrijvers vertelden over hun entree in de letteren en in een fluistercafé kon je speeddaten met auteurs. Daarnaast kregen aspirant-schrijvers in andere programmaonderdelen een kijkje in de keuken van uitgevers en redacteuren van enkele vooraanstaande Nederlandse uitgeverijen.

Dat de wens om te debuteren iets van alle leeftijden is, blijkt al snel als de Grote Zaal volstroomt met bezoekers die geïnteresseerd zijn in het begin van de carrière van de drie genodigde Nederlandse schrijvers. Jong en oud schuift aan bij het gesprek dat Isolde Hallensleben voert met Oek de Jong, Manon Uphoff en Herman Koch. De auteurs vertellen over de rol die lezen en schrijven in hun jeugd speelde en hoe zij tot hun debuut kwamen.

‘Thuis luisterde er geen hond naar me’
Als Isolde Hallensleben vraagt naar het belang van lezen en schrijven in hun kindertijd, blijkt het beginpunt veel eerder te liggen dan verwacht. Zo vertelt Herman Koch dat hij in de baarmoeder al werd voorgelezen: ‘Zowel mijn vader als mijn moeder hebben mij veel voorgelezen. Mijn vader was ook wel iemand die zomaar verhalen kon vertellen, die verzon hij ter plekke’. Hierbij knikken Oek de Jong en Manon Uphoff instemmend. Ook Manon Uphoff had een vader die hield van vertellen, het hele gezin vertelde eigenlijk graag: ‘Ik kom uit een dertienkoppig gezin, mensen die allemaal het woord wilden krijgen. Eén van de redenen dat ik ben gaan schrijven is omdat er thuis geen hond naar me luisterde.’ Oek de Jong herkent ook de vertelgrage vader, maar weet ook nog goed wat het eerste boek was dat hij ooit las: De gele taxi, een gouden boekje. Lezen deed hij tot diep in de nacht, of tot zijn arm zo erg tintelde dat hij het boek weg moest leggen. Zijn vader vertelde graag met enige trots dat hij ’s avonds laat vaak nog het licht zag branden als hij thuiskwam.

‘Je moet op die jongen letten, daar komt altijd iets leuks uit’
Verhalen over de fantasierijke verzinsels van de vader van Oek de Jong, de stapels boeken die Manon Uphoff als kind kocht van haar zakgeld en de boeken over ontdekkingsreizigers waar de vader van Herman Koch zo graag uit voorlas passeren de revue. Daarna stuurt Isolde Hallensleben het gesprek richting de eerste geschreven verhalen op de lagere en middelbare school. Ging het de auteurs makkelijk af?

Herman Koch vertelt dat hij van jongs af aan verhaaltjes schreef, zonder van die hobby erg bewust te zijn: ‘alleen met terugwerkende kracht kun je zeggen, ja dat deed ik toen al met plezier. Maar dat was hetzelfde plezier dat je had bij een regenachtige dag, waarop je de hele dag binnen kon lezen, waarop je dus niét buiten hoefde te spelen!’. Ook vertelt Herman Koch over het moment waarop hij zich bewust begon te worden van het schrijven als zodanig. ‘Toen ik op de lagere school met een groepje klasgenoten een opstel moest schrijven, kwam het hoofd van de school het lokaal binnen en zei tegen mijn onderwijzer: ‘“Je moet op die jongen letten, daar komt altijd iets leuks uit” en op dat moment dacht ik: er komt iets leuks uit mij en dat vindt een volwassene.’

Over zijn eerste serieuze pogingen tot schrijven vertelt Oek de Jong: ‘Het begin van het schrijven is een soort droom, of je talent hebt weet je helemaal niet, hoe je het moet doen weet je ook niet. Het had iets heel droomachtigs voor mij. (…) Ik wist ook de weg in mijn hoofd niet. Waar moet je naartoe om iets te vinden waar je over moet schrijven en hoe doe je dat dan?  Het gaat door zo’n hele lange droomfase.’

Voor Manon Uphoff heeft het schrijven lange tijd niet uitgesproken op nummer één gestaan, zij hield erg van tekenen. Over het schrijven in haar twintigerjaren zegt zij: ‘Ik schreef al heel lang, maar het verhaal waarmee ik gedebuteerd ben, dat was het eerste verhaal dat zichzelf schreef. Ik hoefde maar achter de personages aan te rennen en bij te houden wat er gebeurde, dat was het verhaal Poep, dat heb ik binnen één avond geschreven.’

‘Dit gaan ze niet weigeren’
Zowel Oek de Jong als Herman Koch debuteerden met een kort verhaal in een literair tijdschrift. Oek de Jong deed dit in 1975 in het Hollands Maandblad. Hij noemt het moment dat hij het telefoontje kreeg van het Hollands Maandblad emotioneler dan het moment dat hij begon met schrijven, of het moment dat zijn debuut uitkwam. Manon Uphoff en Herman Koch knikken instemmend. Herman Koch vertelt over de berekenende manier waarop hij het literaire tijdschrift New Foundland benaderde dat toen pas net bestond: ‘Die hebben vast nog niet zoveel kopij, dacht ik, en dit gaan ze niet weigeren’. Over de erkenning die ze ervoer na haar eerste publicatie zegt Manon Uphoff: ‘Het is een krankzinnig geluksmoment, wat jij denkt te doen, dat anderen erkennen dat je dat kan en dat je daarmee door moet gaan’.

‘Word eerst ouder, hoe jammer dat ook is!’
Als het gesprek na een uur ten einde loopt is er nog ruimte voor een vraag uit het publiek. Er schieten onmiddellijk enkele handen de lucht in: ‘Hebben de schrijvers nog tips voor debutanten?’ Oek de Jong stelt dat je geduld moet hebben en dat een debuut vooral moet opvallen. ‘Neem vooral de tijd om echt met iets heel bijzonders te komen’. Dat het belangrijk is om veel mensen te kennen ontkent hij. Manon Uphoff drukt de debutanten op het hart om je vooral na je debuut niet in een tweede verhaal te laten dwingen. Of een personage uit je eerste publicatie een langer leven beschoren is, is niet aan de uitgever die in een tweede deel wel brood ziet. Herman Koch voegt daaraan toe dat het van belang is zo lang mogelijk te wachten tot je als schrijver weet: dit is waar ik sterk in ben. Benader mensen uit het vak dus pas als je stevig in je schoenen staat. ‘Dus word eerst ouder, hoe jammer dat ook is!’

Na deze bemoedigende woorden van de drie auteurs herinnert Isolde Hallensleben het publiek aan het fluistercafé achterin de zaal. Daar zitten enkele auteurs en redacteuren de hele avond klaar om te speeddaten met aspirant-schrijvers. Maar, zoals ons die avond nog vaak op het hart zal worden gedrukt, die uitgevers, redacteuren en auteurs lopen op Het Debutantenbal ook gewoon in het wild rond.

Meer lezen over het Debutantenbal? Bekijk hier hoe je als debutant binnen kan komen bij een uitgeverij.

One Response to Het Debutantenbal 2015 – Een gesprek met Oek de Jong, Manon Uphoff en Herman Koch

  1. […] Meer lezen over het Debutantenbal? Bekijk het verslag van de debuteerervaringen van Oek de Jong, Manon Uphoff en Herman Koch. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Suzanne Rietmeijer

Suzanne Rietmeijer (1990) is afgestudeerd historicus. Na een leerzaam jaar in het boekenvak en een periode in Parijs, is zij nu bezig met de master Culturele en Sociale Geschiedenis aan de UvA. In Lood ziet zij een platform dat jong en vernieuwend is. Suzanne zal bij Lood niet alleen aandacht schenken aan the usual suspects, maar ook het ongewone onder de aandacht brengen.

 

E-mail Suzanne

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.