Het Boekje Open: Jerry Hormone

17 maart 2016

jerry hormoneIn de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Jerry Hormone maakte furore met Rotterdamse bands als The Apers, Anne Frank Zappa en The Jerry Hormone Ego Trip. Onder de naam Jeroen Aalbers schreef hij de meer dan honderd titels tellende kinderboekenserie Borre, die naar het Chinees en het Koreaans is vertaald. Hij publiceerde verhalen in o.a. Das MagazinDe
Revisor
en De Titaan en runt met zijn vriendin Elfie Tromp het tijdschrift Strak. In januari debuteerde hij met Het is maar bloed. Over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Ik schrijf in de eerste plaats voor de lezer, want, zoals het motto van mijn literair tijdschrift Strak luidt: ‘Masturberen doe je voor jezelf, schrijven doe je voor de lezer.”

Kun je rondkomen van je schrijven?
In 2005 begon ik aan de kinderboekenserie Borre, die ik schrijf onder het nom de plume Jeroen Aalbers. Ik heb sindsdien niet meer voor een baas hoeven werken. Maar ik klus er voor de lol wel een beetje naast als muzikant en presentator.

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
Van 2000 tot 2005 was ik gitarist van The Apers en er heilig van overtuigd dat ik een internationale punkrock superster zou worden. Dat was ik in feite ook, maar het bracht financieel dusdanig weinig op dat ik de laatste drie weken van de maand witte bonen in tomatensaus moest eten. Maar dat is niet echt een gemiste carrière: ik speel nog steeds in bands en ga zo af en toe nog op tour naar Italië.

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
Aan mijn vriendin, Elfie Tromp, en mijn redacteur, Jelte Nieuwenhuis. Maar alleen als ik twijfel of het wel goed is, of als ik vastzit. Elfie heeft aan de HKU writing for performance gestudeerd, dus die heeft 1001 trucjes om schrijfblokkades te doorbreken. En Jelte weet bij twijfel altijd heel goed de vinger op de zere plek te leggen, dat hij bevestigt wat je zelf eigenlijk al niet aan je tekst vond werken. Als het niet goed is, zullen ze mij niet ontzien.

Heb je een vaste tijd of plaats waar je schrijft?
Meestal op de bank of aan m’n bureau. Maar ik heb ook periodes waarin ik veel in café’s schrijf. Vroeger schreef ik vooral ’s nachts, maar de laatste jaren houd ik een wat gezonder dag- en nachtritme aan. Al ben ik nog steeds geen ochtendmens.

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?
Mijn laptop. Of gewoon pen en papier. Als het moet, kan ik altijd en overal schrijven. M’n enige regel is dat ik niet drink als ik herschrijf. Voor herschijven, wat toch vooral schrappen is, moet je streng voor je tekst zijn. En scherp. En dat ben je niet als je gedronken hebt.

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
Mijn redacteur, Jelte dus, noemt het hyperrealisme. Ik kan me wel in die term vinden. Of Nieuwe Nieuwe Zakelijkheid. Ik streef naar een compleet metafoorloze weergave. Ik wil niet tussen de lezer en het verhaal in gaan staan. Een zo direct mogelijke taal dus, maar laat de emoties en binnenwereld van de personages, dat waar het eigenlijk om draait, zoveel mogelijk impliciet, waardoor je alsnog tussen de regels door moet lezen. Eigenlijk zoals je in het echt niet in iemands hoofd kan kijken, maar wel aan zijn of haar gezicht kan zien wat er zo ongeveer in hem of haar omgaat. Al blijft dat natuurlijk altijd speculatie.

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
Toen ik in 2005 voor het eerst ‘Borre en de ijscoman’, mijn eerste kinderboek, in handen had. Veel mensen schrijven, maar pas als iemand zo gek is om je te publiceren, ben je schrijver.

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
Enkel en alleen literair gezien: Willem Elsschot, Roald Dahl, Jan Arends, Charles Bukowski, Walter van den Berg, Hans Sleutelaar (al is dat vooral vanwege zijn werk als redacteur voor o.a. Johnny van Doorn). Allemaal mensen die direct en economisch schrijven en hun personages niet ontzien. Maar als combinatie schrijver-mens heb ik de meeste bewondering voor Jan Wolkers. Naast dat hij een aantal waanzinnig mooie boeken heeft geschreven, denk ik dat hij heel goed was in leven. Een soort zenboeddhist, maar dan veel lijflijker.

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag? 
Nou ja, Wolkers dan. In 1971. Ten tijde van het radioprogramma ‘Alleen op een eiland’. Lekker in m’n blote reet over Rottumerplaat rondrennen en een dode babyzeehond uit zijn dode zeehonden-moeder snijden en daar dan toch esthetische schoonheid in vinden.

Schrijf je vanuit een bepaald doel of met een specifieke reden?
Ik schrijf in de eerste plaats voor de lezer, want, zoals het motto van mijn literair tijdschrift Strak luidt: ‘Masturberen doe je voor jezelf, schrijven doe je voor de lezer.’ Ik wil geen dagboekproza produceren, ik wil de lezer boeien, en daar doe ik mijn best voor. Met mijn onlangs verschenen verhalenbundel ‘Het is maar bloed’ wil ik het absurdisme van menselijk lijden tonen. In mijn kinderboeken komt vaak de lulligheid van volwassenen aan bod. Menselijke tekorten zijn wat dat betreft een onuitputtelijke bon van inspiratie.

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? 
Nee, geen spijt omdat de kwaliteit beneden peil zou zijn, maar ook niet omwille van de inhoud. Zoals bij haast iedere schrijver komen er autobiografische elementen voor in mijn werk. Sommige mensen zullen zichzelf – ondanks dat alle personages gefictionaliseerd zijn – herkennen. Niet iedereen zal daar even blij mee zijn. Maar mijn verhalen zijn geen afrekeningen. Dat zou voor de lezer ook totaal oninteressant zijn.

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
Op het moment zit ik in de PAF! Studio van Dave von Raven van The Kik en Marcel Fakkers van The Madd om een plaat op te nemen met The Jerry Hormone Ego Trip. Als die af is, ga ik aan een roman werken. De werktitel is ‘Piep’ en ik heb een mapje op m’n bureaublad staan waar ik aantekeningen en foto’s in bewaar, maar verder staat er nog geen letter op papier. Je moet ook nooit teveel op de dingen vooruitlopen. First things first.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.