Het Boekje Open: Roman Helinski

13 november 2015

9789044625592_cvr-150x240

In de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Roman Helinski viel op met publicaties in literaire tijdschriften als De Brakke Hond en Deus ex Machina. Hij studeerde moderne letterkunde en journalistiek en schreef columns voor Dagblad De Pers en het AD/Utrechts Nieuwsblad. Zijn verhalen verschijnen in onder meer Hollands Maandblad en Hard gras. In 2014 debuteerde hij met Bloemkool uit Tsjernobyl. Over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Het helpt om frisse woorden in een zin op te nemen. Ik word vrolijk als een schrijver iemand een mandarijn laat eten de oever van de Dnjepr. Mandarijn, oever, Dnjepr. Zo mooi.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Ik kan ervan rondkomen. Niet ruim. Een gezin ervan onderhouden zou niet lukken, maar ik heb geen gezin. Ik schrijf verhalen voor literaire tijdschriften, dat betaalt niet per se veel, maar het voelt wel goed. Ook schrijf ik verhalen voor Hard Gras, een literair voetbaltijdschrift. Daarnaast schrijf ik vaker en vaker reisverhalen voor tijdschriften.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Vanaf mijn achttiende schrijf ik en sinds mijn negentiende doe ik dat voor geld. Twintig euro kreeg ik voor mijn eerste columns in Dagblad de Limburger maar joh… ik was zo blij. Ik wilde altijd voetballer worden In mijn debuutroman Bloemkool uit Tsjernobyl komt deze wens nadrukkelijk terug, al is het daar vooral de vader die hoopt dat de zoon voetballer wordt. Verder heb ik nooit plannen gemaakt. Wat me wel heel erg interesseert is de actualiteit en de keuzes die journalisten en in bredere zin kranten maken. Als het schrijven mislukt, ga ik ongetwijfeld mijn best doen hoog te worden bij een goede krant; een journalist met verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid, dat lijkt me een heel eerzaam en spannend beroep. Maar tot nu toe gaat het lekker met schrijven.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Mijn nieuwe roman wordt meegelezen door aardig wat mensen. Mijn redactrice, nog iemand op de uitgeverij. Ik heb een zeer belezen vriend van mijn vader die altijd zinvolle dingen opmerkt over wat ik maak. Verder lees ik soms ongevraagd stukken voor aan familieleden, vrienden en dates. Ik stuur in mijn enthousiasme ook slechte stukken naar mensen, vroeger deed ik dat heel vaak, tegenwoordig heb ik geleerd even na te denken en dan pas werk te versturen.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘De allereerste lezer ben ik toch echt zelf. Vaak mail ik de tekst die ik heb geschreven op een dag naar mijn telefoon en dan lees ik vlak voor het slapengaan in bed alles een keer door.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
‘Mijn roman Bloemkool uit Tsjernobyl schreef ik aan de keukentafel van mijn studentenhuis. ’s Nachts wanneer het rustig was. Meestal vanaf een uur of elf tot drie in de nacht. Ik schrijf dan bijvoorbeeld een alinea en zonder het echt door te hebben sta ik op, loop rond, zet koffie kijk minutenlang uit het raam. Dan volgen nieuwe alinea’s. Op goede nachten heb ik hele hoofdstukken uit mijn roman in één keer geschreven, soms stukken van vijfduizend of zesduizend woorden. Dan ben ik de dagen daarna wel geestelijk moe en mogelijk iets langzamer dan normaal. Mijn nieuwe roman De Valse Profeet schrijf ik overdag, dat nachtritme was volgens mij uit noodzaak geboren en ik heb geprobeerd het om te buigen naar de dag. Ik werk momenteel veel in cafeetjes en in bibliotheken omdat het bij mij thuis te druk is. Maar dat is niet ideaal.’

‘Ik kan me goed afsluiten van andere mensen, maar in een café kan ik niet vijf minuten staand uit het raam gaan kijken. Mogelijk mopper ik ook op mezelf tijdens het schrijven, soms kijken mensen me raar aan. Binnenkort verhuis ik naar een groot eigen appartement in Den Haag. Daar verheug ik me enorm op. Ik verwacht dat ik daar heel geconcentreerd kan werken aan mijn roman. Dat zal vast ook gebeuren op verschillende tijdstippen, dus ook ’s avonds nog even twee uur eraan. Maar regelmaat is zeer belangrijk dus sowieso elke dag steeds een uur of vier. Ik vind wel dat ik iets lekkers mag als ik uren schrijf. Dus verse cake of speculaas of zoiets. En koffie. Dat is het. Verder heb ik letterlijk een volle accu nodig, want bijna niets werkt zo afleidend als een leeglopende accu en dat ik niet weet hoe lang ik nog door kan.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Die wisselt per boek en dat moet ook, elk boek vraagt zijn eigen toon. In mijn eerste roman was die toon warm en dromerig. In mijn nieuwe boek wordt hij iets nonchalanter, maar nog steeds warm en hopelijk vol. Het helpt om frisse woorden in een zin op te nemen. Ik word vrolijk als een schrijver iemand een mandarijn laat eten de oever van de Dnjepr. Mandarijn, oever, Dnjepr. Zo mooi.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Toen ik begon had ik meteen een heel zelfverzekerde blik op mijn eigen schrijven (slecht maar ooit zou het goed zijn) en op dat van heel veel andere mensen van wie ik bijvoorbeeld op internet-verhalen las (gewoon slecht). Ik tekende een contract bij de Arbeiderspers toen ik net twintig was. Mijn eerste roman is elf jaar later verschenen bij Prometheus. Om allerlei redenen duurde dat zo lang. En toch heb ik in die jaren nooit gedacht dat het ging mislukken. Ik was wel ontzettend opgelucht toen ik Bloemkool uit Tsjernobyl vers van de drukker in mijn handen hield. Het was eindelijk zo ver. Mijn moeder was nog meer opgelucht dan ik trouwens.’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
‘Ach zoveel! Bassani en Babel omdat hun taal zo rijk is, Marquez omdat er een zekerheid in zijn proza zit waar ik het koud van krijg. Hamsun omdat dat zo logisch is, van Hamsun las ik enorm veel en sommige boeken van hem zijn te dik, maar toch vervelen ze me niet. Steinbeck vind ik geweldig om diezelfde reden, puntgave romans zijn dat. De laatste van Knausgard las ik trouwens met heel veel plezier. Schrijvers met een nadrukkelijk eigen verteltoon die zondigen tegen de ‘schrijfregels’, schrijfregels die steeds belangrijker lijken te worden. Maar zonder die regels kan het ook, moet het misschien juist wel. Dat vind ik mooi. Eigenzinnigheid. Mishima is ook prachtig. Ik heb inmiddels aardig wat romans van Afrikaanse schrijvers gelezen. Vaak is dat sensitiever, dromeriger en rijker dan werk van Europeanen, maar met zo’n generalisatie moet je natuurlijk altijd oppassen.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Hemingway dan maar. Een stoere schrijver. Eentje die echt leeft. Hoog en laag. Zichzelf af en toe naar de kloten zuipt en neukt. Voor een dag wil ik best zo extreem zijn, niet veel langer want daar gaan mensen dus aan onderdoor.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Ik schrijf om mensen te raken, maar ik wil niet inspelen op sentimenten, niet middels te makkelijke trucjes. In mijn nieuwe roman schrijf ik over een grote groep mensen die structuur missen en leiderschap – dat gaat mis, maar het zijn stuk voor stuk goede mensen die het leven gewoon even boven de pet gaat. Dat zou je geëngageerd kunnen noemen. Overigens is een andere belangrijke reden om te schrijven mijn wens om een betere schrijver te worden. Het lijkt me geweldig om ooit een echt heel goed boek te schrijven, een belangrijk boek.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Ik heb mensen gekwetst in columns, dat was ongetwijfeld niet elke keer nodig. Maar spijt… welnee.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Een heel eenvoudig boek dat desondanks belangrijk is voor de tijd waarin we leven.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Mijn nieuwe roman De Valse Profeet verschijnt begin 2016 bij Prometheus. Daarna hoop ik naar Oeganda te reizen in mijn eentje. Het land waar mijn vader de laatste jaren van zijn leven heeft doorgebracht. Over die reis wil ik fictie schrijven, geen reisboek dus, maar een echte roman.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.