Het Boekje Open: Ralf Mohren

3 juni 2015

21258_54abdfd6cf3c7_21258In de bijna wekelijkse rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Eerder schreef Ralf Mohren een boek over Jack Poels en Tren van Enckevort van onder andere Rowwen Hèze en Herberg de Troost. Zijn debuutroman Tonic kwam eerder dit jaar uit. Ralf Mohren vertelt over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen, zijn do’s en don’ts tijdens het schrijven en meer: ‘Het mag een cliché zijn, maar dit was een boek dat ik moest schrijven. Ik ben er verdomd trots op.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Nee, dat kan ik niet. Sterker nog, mijn inkomen haal ik voor het grootste gedeelte uit mijn baan als leraar Nederlands. De zekerheid die ik daardoor heb is prettig, maar ik zou willen dat de verhouding anders lag en ik meer tijd had om te schrijven. Nu moet het voornamelijk in de weekenden, de vakanties en op mijn schrijfdag gebeuren. Ik heb één dag in de week vrij van school.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Ik heb lang gedroomd om te schrijven, maar het bleef bij dromen. Ik dacht er wel aan, maar ik deed niks.  Eigenlijk wist ik ook niet waar te beginnen. Of ik vond het teveel gedoe. Er moest in elk geval eerst heel veel water door de Maas voor ik echt ging schrijven. Of, in mijn geval, is ‘water’ misschien niet het goede woord.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Jazeker. Ik laat alles lezen aan mijn agent Willem Bisseling (van Sebes & Van Gelderen). Dat had in eerste instantie een praktische reden: Willem ‘moest’ immers op zoek naar een uitgeverij voor mijn werk. Maar los daarvan is hij in staat om heel snel en helder te zeggen wat hij vindt en hij durft de vinger op de zere plek te leggen. Dat is ook prettig. Nu ik een contract heb bij Meulenhoff leest mijn redactrice Femke Meijer mee. Ik vind het erg prettig dat zij meeleest. Als ik schrijf, kruip ik ik zo in mijn eigen hoofd dat ik de grote lijn van het verhaal soms minder goed overzie. Dan klopt het in mijn hoofd allemaal wel, maar dat wil niet zeggen dat het voor de lezer dan ook werkt.  Iemand die professioneel meeleest en kritische vragen stelt, helpt me om die grote lijn te bewaken.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘Twee vrienden van mij hebben het allereerste begin van Tonic gelezen. Dat was prettig, want zij stimuleerden me om door te schrijven. Door hun positieve commentaar had ik het idee dat het iets kon worden. En mede daardoor kwam ik door die eerste lastige tienduizend woorden heen.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘In principe kan ik bijna overal schrijven, behalve thuis. Ik vind het fijn om het huis uit te gaan. Ik moet onbereikbaar zijn, alleen met mijn hoofd kunnen zijn. Daar kunnen best andere mensen omheen zitten, zolang ik daar maar niks mee hoef. Ik zet een koptelefoon op mijn hoofd en ik ben weg. Ik heb veel geschreven in de bibliotheek in Eindhoven en in de studio die vrienden in het Klokgebouw hebben. En ik ben vijf dagen naar Schiermonnikoog geweest om de eerste versie van Tonic af te maken. Dat was geweldig.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?
‘Het liefste begin ik ‘s ochtends en als het even kan op een heel uur en ik heb liever geen verplichtingen tussendoor. Een enkele keer kom ik in een soort roes en vergeet ik de tijd. Dat is magisch. Maar veel vaker is het harken om de woorden te vinden. Als het niet gaat, stop ik en ga ik even weg.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Dat vind ik moeilijk om te bepalen. Ik schrijf vrij intuïtief. Ik heb geen grote vellen met schema’s aan de muur hangen. Stijl vind ik belangrijker dan plot. Hoewel ik groot respect heb voor schrijvers die een mooi plot bedenken en dat tot in de puntjes uitwerken, lees ik liever schrijvers die me stilistisch verrassen.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Dat weet ik nog niet zo lang. Na mijn eerste boek dacht ik soms: ja, maar dit is non-fictie, je lift mee op je onderwerp. En na Tonic dacht ik soms: ja, maar dit is allemaal behoorlijk autobiografisch, lekker makkelijk. Onzin allemaal. Tijdens het schrijven heb ik geregeld gedacht: ja! Dit kun je. Punt. Dat wil niet zeggen dat ik geregeld en steeds weer opnieuw twijfel. Maar dat moet. Anders zou ik vastlopen en gemakzuchtig worden.’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers?
‘Niets menselijks is mij vreemd. Ik kijk wel eens met een schuin oog naar schrijvers die meer aandacht krijgen, in programma’s komen waar ik niet in kom en in kranten staan waar ik niet in sta. Soms denk ik: ik kom er niet tussen of nog erger: ze willen me niet eens kennen. Maar dat zit voornamelijk in mijn eigen hoofd en het leidt tot niks. Meestal voel ik me gezegend dat ik überhaupt de kans krijg om boeken te schrijven bij een mooie uitgeverij. Jaloers op specifieke schrijvers ben ik niet, maar ik kan wel veel bewondering hebben voor hun werk. Laatst las ik bijvoorbeeld Om het nu van Barry Smit. Dat lijkt bijna achteloos geschreven. Dat vind ik erg mooi.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Een zo goed mogelijk boek schrijven. Ik sprak eens een schilder die zei: ‘Als ik een schilderij van mezelf bekijk, dan zie ik meteen of het klopt. Als het niet klopt, is het lek.’ Zo zie ik het ook. Ik wil geen lekke boeken schrijven. Dat wil niet zeggen dat alles op een soort wiskundige manier moet kloppen. Integendeel. Ik vind het al heel wat als ik dingen teruglees en denk: ja, dat heb je goed gedaan. Dat heb ik bij vlagen bij Tonic.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Nee, ik heb geen spijt van wat ik tot nu toe geschreven heb, maar ik vond het wel heftig om Tonic te schrijven. Of ik moet zeggen om het te publiceren. Tijdens het schrijven vond ik het soms pijnlijk, maar ik heb alle gène laten varen. Dat vind ik een grote verdienste van het boek. Aan de andere kant weet ik dat het mensen uit mijn directe omgeving behoorlijk geraakt heeft. Daar heb ik me achteraf wel druk over gemaakt. Maar ook niet te lang. Het mag een cliché zijn, maar dit was een boek dat ik moest schrijven. Ik ben er verdomd trots op.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Elk boek dat ik schrijf moet ‘gedroomd’ zijn. Het eerste ‘Afslag Herberg de Troost’ was dat omdat het het eerste was en omdat ik over allerlei zelf opgelegde grenzen heenging zoals bijvoorbeeld het benaderen van een held van me en het zoeken van een uitgever. In Tonic ben ik volstrekt eerlijk geweest en ben ik bij vlagen stilistisch losgegaan. De vraag is of dat bij een volgende roman weer lukt. Als dat zo is, is het boek bij voorbaat ‘gedroomd’.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? 
‘Mijn tweede roman zit in mijn hoofd, hij moet alleen nog even geschreven worden. Nee, dat is niet waar. Ik heb een idee, maar hoe zich dat ontwikkelt weet ik nog niet. Ik zie er tegenop, maar ook naar uit om ermee aan de gang te gaan.  In mei ga ik een paar dagen op een waddeneiland zitten om het boek een kickstart te geven. Een werktitel heb ik al: Poolman.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.