Het Boekje Open: Philibert Schogt

16 oktober 2015

20140114-ARB-Omslag End of story.indd

Philibert Schogt groeide op in de VS en Canada. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn veelgeprezen debuutroman De wilde getallen (1998) werd ook internationaal een succes, met vertalingen in o.a. het Engels, Duits en Koreaans. Ook zijn daaropvolgende romans Daalder (2002) en De vrouw van de filosoof (2005) zijn in verscheidene landen uitgebracht. Onlangs verscheen zijn bijzondere dubbelroman Einde verhaal/End of Story.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Met mijn debuutroman De wilde getallen beleefde ik een vliegende start. Niet in Nederland, trouwens, waar het boek ondanks lovende recensies nauwelijks werd verkocht. Maar op de Frankfurter Buchmesse in datzelfde jaar ontstond er een heuse run op het boek. Allerlei buitenlandse uitgeverijen boden tegen elkaar op om de vertaalrechten te bemachtigen. Dat succes heeft mij jarenlang van de straat gehouden. Ook mijn tweede roman Daalder werd over de grens veel warmer ontvangen dan hier in eigen land. Daarna waren de gouden tijden helaas voorbij. Het is altijd moeilijk te zeggen waar het precies aan ligt, maar mijn derde roman De vrouw van de filosoof was misschien minder geschikt voor de internationale markt. Ook had de malaise in de boekenbranche inmiddels zijn intrede gedaan, waardoor uitgeverijen wereldwijd voorzichter waren geworden met het aankopen van buitenlandse romans. Dus de laatste jaren heb ik, net als het merendeel van mijn collega’s, mijn armzalige schrijversinkomsten moeten aanvullen met allerlei bijbaantjes. Ik corrigeer proefschriften, ik geef bijles aan twee buurjongens, dat soort dingen. Gelukkig heb ik een goedverdienende partner, anders zou ik zo veel moeten bijverdienen dat er van schrijven weinig meer terecht zou komen.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Ik was vroeger erg goed in wiskunde, maar ben er niet in verder gegaan uit vrees dat het vak me te veel zou opslokken. Daar heb ik nog weleens spijt van. Ook had ik wel meteoroloog willen worden, al heb ik daar waarschijnlijk een iets te romantisch beeld bij. Geef me een mooie wolkenlucht en mij hoor je niet meer.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Nee, tegenwoordig niet meer. Om te beginnen zijn mijn kladversies tot het allerlaatste moment tamelijk onleesbaar, omdat er door het hele manuscript heen nog allerlei incomplete of grammaticaal onjuiste zinnen staan. Bovendien heb ik door schade en schande geleerd dat commentaar van anderen, hoe goedbedoeld ook, mij eerder afleidt dan dat het me verder helpt. Iedereen heeft een eigen mening, een eigen verlanglijstje, en gaat er lustig op los associëren, terwijl ik al moeite genoeg heb om mijn eigen innerlijke stem te vinden. Ik heb trouwens wel een goede vriend met wie ik de grote lijnen bespreek. Daar heb ik enorm veel aan.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik schrijf vrijwel altijd thuis in mijn werkkamer, en begin dan ’s morgens zo vroeg mogelijk. Ter afwisseling ga ik een enkele keer in de bibliotheek zitten. De studieuze sfeer die daar heerst werkt soms heel goed.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
‘Tijd, tijd en nog meer tijd. Dat is voor mij de absolute voorwaarde om te kunnen schrijven. Dus niet een paar uurtjes tussen de bedrijven door, maar de hele dag, en nog liever vele dagen achtereen.
‘Geen gedoe aan mijn hoofd’ is mijn ideaal. Het vervelende alleen is: hoe moeizamer het schrijven gaat, hoe makkelijker iets onder de noemer gedoe valt. Een telefoontje is dan al genoeg om me uit mijn toch al gebrekkige concentratie te halen. Maar soms lukt het me wonderwel om me van de hinderlijke buitenwereld af te sluiten: tijdens de bouw van Joop van den Ende’s Delamartheater, waar ik pal naast woon, was ik bezig aan mijn roman Beste reiziger. Soms beukte de sloopkogel letterlijk tegen de muur waarachter ik zat te werken. Echt absurd. Maar op een gegeven moment kwam ik tot het bijna Boeddhistische besef: als het schrijven lastig gaat, dan ligt dat aan het schrijven zelf, niet aan de sloopkogel van Joop van den Ende. Toen hoefde ik niet meer naar een stillere plek te verkassen om mijn roman te voltooien.’
‘Wat rituelen betreft: vaak kom ik in de loop van de ochtend een beetje vast te zitten. Dan ga ik boodschappen doen. Daar knap ik meestal van op. Vooral de gebroeders Zwarthoed van de gelijknamige vishandel in de Kinkerstraat hebben me over menig dood punt heen geholpen met hun aanstekelijk goede humeur. Toen ze hoorden dat mijn boek was verschenen, kreeg ik van hen een gerookte makreel cadeau.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
Ik streef naar een heldere, soepele stijl zonder al te veel tierelantijntjes. Ritme vind ik uitermate belangrijk. Alles wat ik schrijf lees ik in gedachten hardop voor. Pas als er een mooie cadans in zit, ben ik tevreden.

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Eerst mocht ik mezelf pas schrijver noemen toen de uitgeverij het voorschot voor mijn debuutroman op mijn rekening had gestort. Toen mocht het pas nadat het boek daadwerkelijk was verschenen. Vervolgens was er een tweede boek voor nodig. Zelfs nu, na vijf romans en diverse vertalingen, heb ik nog altijd moeite met het zinnetje ik ben schrijver.’
‘Het is dan ook met een autobiografische knipoog dat ik Max Vermeer, de hoofdpersoon in Beste Reiziger, laat zeggen: ‘Met deze nuchtere constatering hoop ik een misvatting de wereld uit te helpen: ik ben geen schrijver.’ En in Einde verhaal/End of Story laat ik mijn hoofdpersoon  Johan Butler tot de volgende slotsom komen: ‘Wat wilde dat zeggen? Iets heel simpels, iets wat hij eigenlijk al wist, namelijk (…) dat hij geen schrijver was.’’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
‘Ik heb nog altijd de meeste bewondering voor de schrijvers die ik tijdens mijn middelbare-schooljaren in Canada heb leren kennen, omdat boeken toen zo’n verpletterende indruk op me maakten, veel meer dan nu. Voor het belichten van de duistere kant van de menselijke ziel: Dostojevski en Kafka. Voor hun visionaire dystopieën: Huxley en Orwell. Voor het onder woorden brengen van mijn eigen puberwoede: J.D. Salinger. Maar ook Homerus (in vertaling) en Shakespeare vond ik geweldig, en bepaalde gedichten van John Donne, Gerard Manley Hopkins en Dylan Thomas. Ik kan nog wel even doorgaan. De bewondering die ik tegenwoordig voel is kortstondiger en minder allesomvattend, collegialer misschien. Het gaat dan eerder om één specifiek detail van een boek, een treffende vergelijking bijvoorbeeld, of een gevatte dialoog.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Ik weet niet precies wie, maar ik zou voor eventjes zo’n bofkont willen zijn die alles in één keer eruit gooit en er dan nauwelijks meer iets aan hoeft te veranderen. Die weelde ken ik niet.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Het klinkt misschien flauw, maar als ik dat doel zou kunnen benoemen, dan zou ik geen boeken meer hoeven te schrijven. Laat ik het erop houden dat ik de werkelijkheid zo goed mogelijk in kaart wil brengen. Welk gebied ik in kaart wil brengen, dat verandert door de jaren heen. Anders gezegd: ik denk dat een zekere mate van onbewustheid essentieel is voor het creatieve proces van iedere kunstenaar. Ik weet niet precies waarom ik schrijf, maar kennelijk moet het.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Soms denk ik tijdens het schrijven: oei, wat zal die of die ervan vinden als hij of zij dat of dat leest? Dat soort gedachten probeer ik meteen de kop in te drukken. Ik heb al genoeg last van zelfcensuur. Zinnen die niet lekker lopen, daar heb ik achteraf spijt van. Soms zie ik jaren later opeens hoe het wél had gemoeten. Maar dan is het natuurlijk te laat. Wat dat betreft is schrijven net als het leven zelf.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Iedere keer als ik aan een nieuwe roman begin denk ik: ja, dit wordt hem, Het Gedroomde Boek. Maar hoe tevreden ik over het eindresultaat ook ben, telkens moet ik constateren dat mijn droom niet helemaal is uitgekomen. Misschien is dat maar goed ook, anders zou ik niet aan een nieuw project hoeven te beginnen. Wat mijn huidige Gedroomde Boek betreft: ik wil me nog altijd een keer aan non-fictie wagen, aan een filosofisch boek misschien, maar dan anders dan andere: toegankelijk, niet prekerig en vooral lekker gek.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Momenteel ben ik bezig het Nederlandse deel van mijn tweetalige roman End of Story/Einde verhaal te vertalen, zodat er een Engels-Engelse versie ontstaat. Mijn literaire agent in Londen heeft namelijk goede hoop dat dit boek opnieuw in de smaak zal vallen bij buitenlandse uitgeverijen. Als ik daar eenmaal mee klaar ben, heb ik hopelijk de tijd (en de financiële middelen!) om aan mijn Gedroomde Boek te beginnen.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.