< Terug

Het Boekje Open: Onno Wesseling

1 juni 2016

onno wesselingWe spraken Met Onno Wesseling over schrijven en alles wat daarbij komt kijken.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast? Zo ja, wat voor werk doe je?

Ik kan mij gelukkig fulltime op het schrijven concentreren.

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?

Ik ben een jaar of tien werkzaam geweest als fysiotherapeut en heb daarnaast klassieke zang gestudeerd. In Zwitserland, waar ik acht jaar gewoond heb, was ik lid van de ‘Swiss Operastudio’. Helaas zorgde een gehooraandoening ervoor dat ik moest stoppen met zingen. Dat is het enige beroep dat nóg mooier is dan schrijven.

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? Zo ja, waarom diegene?

Mijn vrouw Maria Riccarda leest ieder nieuw hoofdstuk zodra de eerste versie daarvan af is. Men beweert dat je nooit je werk aan familie en/of vrienden moet laten lezen omdat die van je houden en geen harde kritiek willen/durven uiten. Ik ken de uitzondering op die regel… Ik heb dan ook veel aan haar opmerkingen gehad.

Wie is de eerste lezer van je werk? Waarom diegene?

Het antwoord op de eerste vraag: zie hierboven. De reden van het ‘binnenshuis’ houden van de eerste versie is juist dat het een eerste versie is. Er zal nog zoveel veranderen, onder andere door de ontwikkeling die het verhaal in latere hoofdstukken doormaakt, dat je alles straffeloos helemaal moet kunnen omgooien. Wanneer je het verhaal te snel naar buiten brengt en bijvoorbeeld een redacteur zich met je verhaal bemoeit wordt je schepper en leerling tegelijkertijd. Dat is een moeilijke positie.

Heb je een vaste tijd of plaats waar je schrijft?

Ik schrijf vijf tot zes dagen per week, gedurende een uur of acht per dag. Het liefst schrijf ik in mijn kamer op de bovenste verdieping van ons huis.

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven, heb je bepaalde schrijf rituelen?

Ik heb uitzicht nodig. Als ik niet in de verte kan kijken stromen mijn gedachten niet. Ook moet ik soms gaan wandelen om een verhaal weer vlot te trekken, daarom is mijn hond ook zo blij met mijn beroep. Wat ook erg stimulerend werkt is een andere omgeving, een andere stad of een ander land, maar in mijn directe omgeving moet het stil zijn. Ik kan niet werken als ik ergens muziek hoor, of als er mensen om mij heen zijn. Geen schrijver á la Hemingway, dus. Dat heeft met concentratie te maken, maar ook met het feit dat ik soms hardop met mezelf moet discussiëren of met een van de personages uit mijn romans.

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?

Men zegt dat ik erg beeldend schrijf. Ik hou me eerlijk gezegd niet erg bezig met het nastreven van een bepaalde stijl maar ik kan me voorstellen dat mijn tekst inderdaad vrij beeldend is. Ik ben nogal visueel ingesteld, wat te maken zou kunnen hebben met mijn slechthorendheid, en ik kan me voorstellen dat zoiets ook zijn weerslag heeft op mijn schrijfstijl.

Voor welke schrijver heb jij bewondering en waarom?

Er zijn een aantal Amerikaanse schrijvers waar ik erg van houd, zoals John Fante of Anthony Doerr, vanwege de kracht waarmee ze hun verhalen vertellen. Zij lijken het niet zo belangrijk te vinden of er misschien een woord teveel staat, als het verhaal maar van de grond komt. Een andere geweldige verteller vind ik Roald Dahl. Een schrijver als Louis Paul Boon kan ik zeer waarderen om zijn ruige directheid.

Marquez is iemand die mij zeer intrigeert, dat is misschien een beter woord dan bewondering. Zijn surrealistische stijl plaatst een (of meer) extra dimensie(s) achter het eigenlijke verhaal. Je kunt je zelfs vaak afvragen wat het precies is wat hij je vertelt.

Van de huidige sobere Nederlandse stijl ben ik geen grote aanhanger maar er zijn uitzonderingen zoals bijvoorbeeld Jan van Mersbergen die ik erg bewonder.

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?

Geen, dat zou vast en zeker funest voor mijn eigen schrijven zijn… Als het dan moet, dan misschien John Irving omdat hij zo’n prachtig eiland in een meer in New Hampshire heeft. Daar zou ik best een dag willen verblijven.

Schrijf je vanuit een bepaald doel of met een specifieke reden?

‘Doel’ en ‘reden’ lijken me te grote woorden voor mijn motivatie om te schrijven. Wat ik hoop te bereiken is dat de lezer in mijn verhaal stapt en ik hem daar kan blijven boeien, zodat hij slechts met tegenzin stopt met lezen en als het boek dan eenmaal uit is hij hopelijk een herinnering heeft aan een plaats waar hij nooit geweest is en mensen in zijn hart gesloten heeft die hij nooit zal ontmoeten.

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? Waarom?

Spijt gelukkig niet. Wel had ik na het voltooien van beide romans een vaag gevoel dat het beter kan, hoe hard ik er ook aan gewerkt heb. Eigenlijk is dat juist een gevoel waar ik helemaal niet rouwig om ben. Het is een uitdaging die bijdraagt aan mijn ongeduld om met het volgende verhaal te beginnen.

Wat is je favoriete quote? 

‘God put his head to the window.’ Dit is afkomstig van William Blake (1757 – 1827) die op vierjarige leeftijd het hoofd van God bij het raam van zijn kinderkamer zag. Het symboliseert voor mij de bijna grenzeloze verbeeldingskracht die kinderen van nature hebben (vooral ook door dat raam). Ik weet dat ik een beetje zuur en clichématig klink als ik zeg dat het doodzonde is dat die kiem van schepping met het voortschrijden van de leeftijd steeds verder van een mens af komt te liggen. Die verbeeldingskracht moeten we zien te koesteren. Hoe serieus een kunst ook is, de fundamenten ervan steunen altijd op fantasie.

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek of project?


Op 1 april (geen grap) is mijn roman ‘Suiker’ verschenen. Ik ben inmiddels bezig met het uitwerken van de verhaallijnen van een derde roman die voor de verandering zich eens niet in het buitenland zal afspelen. Ik verheug me enorm op het schrijven daarvan.

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.