Het Boekje Open: Michael Bijnens

3 februari 2016

Bijnens - CinderellaMichael Bijnens groeide op als zoon van een Antwerpse prostituee. Hij studeerde af aan de Brusselse theaterschool en maakte vervolgens razendsnel naam als toneelauteur. Met Cinderella debuteerde Bijnens vorig jaar als romanschrijver. Michael Bijnens over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Van schrijven droomde ik nooit. Ik heb altijd gedacht: ik doe dit sowieso, en het zal verdomme lukken. Dat megalomane doorzetten heb je wel nodig.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast? Zo ja, wat voor werk doe je?
‘Tot nu lukt het me om van het schrijven rond te komen. Vroeger heb ik armoede gekend. Soms ontbrak het mijn broer en mij aan kleingeld om de zwemlessen op school te betalen. Door dat te hebben meegemaakt, zal ik nooit geloven in het cliché beeld van de armlastige artiest. Soms moet ik bij het onderhandelen van factuurprijs op mijn strepen staan, maar ik werk veel en ik combineer verschillende genres. Van romans en toneelstukken afzonderlijk kom je niet rond. Combineer de twee en je hebt te eten.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Ik heb van honderden beroepen gedroomd: regisseur, piloot, cafébaas, geheim agent,
journalist… Van schrijven droomde ik nooit. Om een of andere reden heeft het altijd in mijn agenda gestaan. Ik heb altijd gedacht: ik doe dit sowieso, en het zal verdomme lukken. Dat megalomane doorzetten heb je wel nodig. Anders kom je nooit voorbij het eerste hoofdstuk. En ja, als het lukt, ben je regisseur, piloot, cafébaas, geheim agent, en journalist tegelijk. Achter je computer zitten is maar tien procent van het werk. Je moet erop uit, het vliegtuig nemen, situaties naar je hand zetten, van identiteit veranderen, en zuipen … nooit tijdens het schrijven zelf, maar wel in die ene kroeg in Mexico waar een corrupte flik net dronken genoeg is om geen argwaan te koesteren.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Ik lees alles voor aan mijn geliefde. En dan is er ook nog mijn immer enthousiaste redacteur. Zij zijn de enige twee mensen die ik zou durven lastigvallen met het onvolgroeide proza waar je negentig procent van de tijd mee zit te kloten.’

Wie is de ‘eerste lezer’ van je werk?
‘Mijn lief, omdat zij er het geduld voor heeft. En omdat zij mij goed genoeg kent om te kunnen
bevroeden waarnaar ik precies op zoek ben. Ik denk dat er maar een paar mensen zijn die je op de juiste manier kunnen bekritiseren. De meeste mensen verwarren kritiek met hun eigen trots en voorkeur. Naar de meeste mensen hoef je niet te luisteren.’

Heb je een vaste tijd of plaats waar je schrijft?
‘Als ik echt aan een tekst aan het werken ben, en dus al ver voorbij het stadium zit waarbij ik
materiaal verzamel, dan ja, zo bijzonder is het niet hoor: je zit gewoon aan een tafel, achter een computer, en je typt. Als je geluk hebt. Als je ‘erin’ zit. Het gros van de tijd loop je gewoon rond, omdat er niks te typen valt. Ik ‘typ’ zittend aan een tafel, en ik ‘schrijf’ al wandelend. Alsof ik wegloop van mijn ideeën, tot ik merk dat ze mij tot op de voet zijn gevolgd.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven, heb je bepaalde schrijf rituelen?
‘Muziek. Omdat het mij weghaalt uit de ruimte waarin ik mij bevind. Al het andere in mijnwerkkamer moet ik vergeten.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Ritme is voor mij veel belangrijker dan stijl. Ik merk dat ik de meeste van mijn zinnen drie tot vier keer opnieuw formulier tot de cadans niet langer stremt. Hoe dat precies zit, weet ik niet, van versvoeten en dat soort dingen heb ik alleen een abstracte kennis. Maar het moet gewoon lopen. Pas als het ritme goed zit, begint de tekst aan de lezer te trekken en wordt hij voortgestuwd. Van ritme kun je overigens nooit te veel hebben. Van stijl wel. Hoewel mijn eerste roman best wel een markante stijl heeft – zeg maar zweterig en weelderig Vlaams – heb ik die stijl alleen maar gekozen omdat die samenvalt met de inhoud. Een bordeel is een plek die zweert en ettert, de hoeren die er werken, lijden daaraan. Het is een bij uitstek barokke plek, het bestaan is er een soort van woekerend gezwel dat op het punt staat te barsten. Strak en afgeborsteld proza zou die plek geen eer doen.’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
‘Toewijding. Dat is het woord dat in mij opkomt als ik aan mijn literaire voorbeelden denk. Cormac McCarthy is zo iemand. Zijn werk is doordesemd van zo’n duidelijke richting, zo’n onverzettelijke noodzaak, dat ik er duizelig van word. Wat hij doet, getuigt bijna van een religieuze focus, en het werkt, ik ga op de knieën voor zijn oeuvre. Verder vouw ik nog mijn handen voor James Ellroy, vanwege zijn scope, Roberto Bolaño, vanwege zijn verdwaalde beelden en zijn vermogen om mij op allerlei zijpaden te bezweren.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Juli Zeh, Amélie Nothomb, J.K. Rowling voor mijn part. Als ik dan toch van gedaante moet kiezen, dan ga ik sowieso voor een vrouw. Daar ben ik nu eens echt nieuwsgierig naar, hoe het is om een vrouw te zijn.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Ik wil weten hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Want na vijfduizend jaar beschaving weten wij dat nog steeds niet. Wetenschappers kijken vandaag naar de hemel en zien dat 95 procent van de materie en de energie die zij daar waarnemen geen enkele verklaring kent. Onlangs hoorde ik het een fysicus zo uitdrukken: ‘Neem alles wat je liefhebt, kent en vertrouwt, alles wat je ziet en zou kunnen zien, neem dat allemaal weg, en dan nog blijft de werkelijkheid nagenoeg onveranderd.’ Het was tijdens een of andere conference en toen hij uitgesproken was, zweeg hij en voegde er dan nog terloops aan toe: ‘Zo beangstigend is het’. Wel schrijven is die angst terzijde leggen. Je kijkt in het gat waarin alles anders zou kunnen zijn. En van daaruit breid je het bestaande verder uit. Natuurlijk heb je in die zoektocht geen enkele kans van slagen. Maar de werkelijkheid is op zichzelf ook een grote mislukking. Dus dat strookt.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Neen. Zelfs niet van het bovenstaande. Al besef ik ook wel dat je over ‘de werkelijkheid als dusdanig’ eender wat kunt zeggen.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Nog een stuk of vijf denk ik. In zekere zin heb ik mijn ‘grote verhaal’ al opgetekend. Dat is fijn, nu iedereen weet dat mijn moeder een hoer is, en mijn bestaan een soort van bordeel, kan ik er voor de rest van mijn leven van weglopen zonder dat het ooit verdwijnt. De misdadige put waar ik uit ben gekropen is nu verworden tot een fundament waar ik niet meer mee bezig hoef te zijn. Ik weet waar ik vandaan kom, nu kan ik uitzoeken waar ik naartoe ga. En ja, ik heb een aantal literaire bestemmingen voor ogen.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek of project?
‘Deze zomer ben ik voor de tweede keer afgereisd naar de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. In Ciudad Juárez trok ik zes weken op met een predikant die het drugsgeweld van de afgelopen jaren aan den lijve ondervond. De man had een bizarre christelijke boksclub en zat diep in het milieu van de straatbendes. Tegelijkertijd hoorde ik in een café een verhaal over een man die tijdens een afrekening blind was geworden. De dader had hem een kogel door zijn ogen geschoten. Hierop bouw ik verder. De hoofdpersoon van mijn roman wordt een predikant die een gruwelijke aanslag overleeft en daarbij blind wordt. Ik wil te weten komen wat hij na al het geweld in die stad nog kan zien.’

One Response to Het Boekje Open: Michael Bijnens

  1. Sabine van den bergh schreef:

    Een mooi interview ! hij weet waar hij over spreekt en over schrijft das een feit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.