Het boekje open: Hanna Bervoets

19 april 2015

Omdat interviews met auteurs zo leuk zijn, start Lood met een nieuwe rubriek: Het boekje open. Auteurs vertellen openhartig over (het begin van) hun schrijverscarrière, hun do’s en don’ts tijdens het schrijven, hun collega-auteurs en hun wensen voor de toekomst. Deze week met Hanna Bervoets, die door literair tijdschrift Das Magazin uitgeroepen werd tot een van de belangrijkste auteurs onder de 35. Haar vierde roman Efter wordt verfilmd en bereikte de longlist van de Gouden Boekenuil en de Libris Literatuurprijs. Over haar dagelijkse noodzaak om te schrijven: ‘Het is met schrijven als met seks hebben: hoe meer je het doet, hoe meer je het wilt.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Ik kan aardig rondkomen van het schrijven. Dat wil zeggen: van schrijfklussen. Naast romans schrijf ik columns en reportages voor verschillende bladen. Dat is overigens niet alleen om de huur te kunnen betalen, maar ook omdat ik vind dat het mij verrijkt naar de samenleving te kijken en daarover te schrijven. Bovendien zie ik het beoefenen van die andere genres als extra training voor het schrijven van romans. Het is met schrijven als met seks hebben: hoe meer je het doet, hoe meer je het wilt. Zo werkt het bij mij althans. En door hard en regelmatig te werken blijft de machine geolied.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was?
‘Als puber wilde ik graag filmregisseur worden. Dat was, denk ik, omdat ik graag verhalen vertelde. Een regisseur verzint echter lang niet altijd zijn eigen scenario’s en is vooral bezig met het managen van een crew. Ik denk niet dat ik daar goed in geweest zou zijn. In die zin is het feit dat ik schrijver ben geworden en geen regisseur geen gefnuikte droom, maar juist een vervulde wens.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Tijdens het schrijven laat ik mijn redacteur Jelte Nieuwenhuis meelezen. Ik schrijf voor hem ook steeds uit wat ik aan het doen ben, wat mijn gedachten zijn over personages en thema’s, en hoe het verhaal verdergaat. Het is fijn om iemand te hebben die weet waar je mee bezig bent. Mijn redacteur grijpt tijdens het schrijfproces nauwelijks in, ik zie hem meer als een coach die me vanaf de zijlijn aanmoedigt terwijl ik lange marathon ren.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘Pas wanneer een boek helemaal af is, laat ik het aan anderen lezen. De drukproef geef ik soms al aan een paar dierbare vrienden, mensen waar ik van houd. Want uiteindelijk schrijft een schrijver stiekem vooral voor degenen die het belangrijkst voor hem of haar zijn, denk ik. Een boek zegt veel over wie je bent, en we willen toch vooral worden gezien, worden gekénd door de mensen waar we het meest om geven. Liefde voor een ander is vaak liefde voor het idee dat die ander jou ziet zoals jij jezelf ziet.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik schrijf thuis, in mijn werkkamer. Ik heb een speciale ergonomische stoel, en een ratelende, oude pc. Ik bezit geen laptop, want kan toch niet werken op een andere plek. Ik heb een vertrouwde, prikkelvrije omgeving nodig om te kunnen schrijven. Daarom is ook een vast werkritme voor mij belangrijk. Ik schrijf iedere ochtend van elf tot twee, en dan ’s middags weer van vier tot zeven.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?
‘Bij het ontbijt bedenk ik wat ik die dag ga schrijven. Dat werk ik uit met pen en papier. In de loop van de dag typ ik dat over. Om de veertig minuten gaat er een wekker, en sta ik even op. Deze gewoonte heeft een ergonomische oorsprong, maar ik merk ook dat het lekker is om in ‘blokjes’ te werken. De tijdsbegrenzing comprimeert mijn concentratie.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Dit is een afschuwelijke vraag, te vergelijken met: hoe zou je je karakter omschrijven?  Je vrienden weten dat vaak beter dan jijzelf. Zo kennen mijn lezers mijn stijl misschien wel beter dan ikzelf. Er zit geen theorie achter hoe ik schrijf, geen doctrine achter mijn stijl. Ik wil er ook niet teveel over nadenken, ik ga af op (ritme)gevoel.’  

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Toen ik negen was begon ik aan mijn eerste boek, over twee jongens en hun cavia. De jongens heetten Tim en Tom en namen hun cavia mee naar het buitenzwembad. Ze legden het beest op een handdoek en vergaten hem vervolgens, en dat maakte de cavia vreselijk eenzaam. Ik geloof dat ik mezelf al een behoorlijke schrijver achtte toen ik dat verhaal op papier zette. Ik kan me niet herinneren dat ik me ooit afgevraagd heb of ik wel of geen schrijver was, of dat ik het wel of niet wilde worden. Ik heb gewoon altijd verhaaltjes geschreven, sinds ik kon schrijven.’

‘Daar is niets verhevens aan, overigens. Van mij mag iedereen zich schrijver noemen, het is geen beschermde titel. Schrijvers die het schrijverschap als een heilige roeping voorstellen, suggereren vaak dat het beroep alleen voor henzelf en een klein clubje dode mannen is weggelegd. Door een beroep zo te mythologiseren maak je jezelf bijzonder en ontmoedig je tegelijkertijd aspirant collega’s. Misschien komt het ophemelen van Het Schrijverschap dus wel voort uit angst. En ik draag er zelf aan bij, door mee te doen aan interviews als dit, over hoe het is om ‘schrijver’ te zijn, of dat nu iets heel bijzonders of belangrijks is. Nee, ijdelheid is mij, en veel andere schrijvers niet vreemd. Maar laat iedereen die zich schrijver voelt zich lekker schrijver noemen.’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers?
‘Jaloezie is woede en verdriet om wat je niet hebt. Ik vind dat ik het als schrijver heel oké getroffen heb, omdat mijn boeken worden opgemerkt, en ze een klein maar trouw lezerspubliek trekken. In die zin ben ik niet snel jaloers op andere jonge schrijvers. En op oude rotten al helemaal niet, want die spelen voor m’n gevoel in een andere league: eentje die ik zelf ook wil bereiken. Wat dat betreft ben ik ambitieus. Dat betekent overigens niet dat ik helemaal nooit afgunstig ben. Bij mij werkt dat heel kinderachtig: schrijvers die ik persoonlijk niet zo mag, om welke kleinzerige reden dan ook, gun ik domweg minder. Gelukkig zijn dat er niet veel. Wanneer een collega iets moois maakt, voel ik toch vooral bewondering.’  

Welke collega-auteur zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Niemand. Het lijkt me heel onplezierig te moeten omgaan met een lichaam dat je niet kent, in een sociale omgeving die je niet kent, met een koffieapparaat waarvan je niet weet hoe het werkt. Een dag lijkt me te kort om die shock te boven te komen.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Persoonlijk schrijf ik om mijn eigen leven dragelijk te maken. Schrijf ik een paar dagen niet, dan raak ik onrustig. Schrijf ik langer dan een week niet, dan weet ik niet goed meer wie ik ben. Ongezond, vast. Maar ik ben het gelukkigst wanneer ik de hele dag met de levens van mijn personages bezig kan zijn, en zo niet hoef na te denken over anderen dingen. Om dat te kunnen doen heb ik mezelf wijsgemaakt dat schrijven nut heeft. Dat is niet zo, in wezen zit er niemand op mijn werk te wachten. Lagen mijn boeken niet in de winkel, dan kochten mensen andere boeken. Maar ik moet mezelf voorhouden dat het zin heeft wat ik doe; het is een sprookje dat ik mezelf iedere dag opnieuw vertel, een verhaal dat maakt dat ik ’s ochtends uit bed kom.’

‘Tegelijkertijd is dat nu juist een van de belangrijkste thema’s in al mijn werk: de verhalen die we onszelf en elkaar vertellen om met onszelf en elkaar te kunnen leven. Dat komt terug op allerlei niveaus. Zo wijs ik in mijn werk graag op culturele mythes en algemeen geaccepteerde normen, om te laten zien dat dit slechts constructies zijn, en dat er alternatieven mogelijk zijn. Maar liever dan dat ik één boodschap overbreng, toon ik de nuances van het menselijk gedrag en bestaan.’

‘Ik geloof niet in goed of kwaad, ik geloof slechts in geaccepteerd gedrag en minder geaccepteerd gedrag. Welke krachten bepalen deze normen? Hoe komt het dat mensen met goede intenties toch ongunstige keuzen maken voor zichzelf en hun omgeving? Het mooie van schrijven is dat je honderden bladzijden hebt om dat te onderzoeken. Om empathie te kweken voor je personages, en daarmee misschien ook wel voor de mensen in de dagelijkse omgeving van de lezers. Dus als je me vraagt wat ik over wil brengen met mijn werk, dan is het dát: empathie, begrip van en voor onszelf en onze omgeving. Dat is voor mij ook wat engagement inhoudt. Meer dan pamfletlitertatuur waarbij een zogenaamde misstand eenzijdig wordt belicht.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? 
‘Nee. Schrijven leer je door te schrijven. Niet alles wat ik gemaakt heb was even briljant, natuurlijk niet. Maar ik heb nergens spijt van.’

Heb je in je achterhoofd een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Ik geloof het niet. Wanneer ik iets wil maken, ga ik het maken.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek of project?
‘Ik ben bezig met een nieuwe roman, de eerste versie is nu net af. Het boek verschijnt in januari bij uitgeverij Atlas Contact. Daarnaast wil ik weer wat meer journalistieke reportages gaan maken. Al is het zeer verleidelijk weer in mijn eigen fantasiewereld te duiken.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.