< Terug

Het Boekje Open: Martijn Simons

28 mei 2015

simonsIn de bijna wekelijkse rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Deze keer: Martijn Simons. Hij debuteerde eind 2009 met het korte verhaal De cavia in De Gids. In 2010 verscheen zijn debuutroman Zomerslaap, die enthousiast werd ontvangen. Hij is columnist voor volkskrant.nl. In september verschijnt zijn tweede roman, Ik heet Julius.  Martijn Simons vertelt over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen, zijn do’s en don’ts tijdens het schrijven en meer: ‘Ik vind het nogal moeilijk om over mijn werk te praten zolang het niet af is.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Naast het schrijven ben ik docent. Ik geef les op de afdeling Beeld en Taal van de Rietveld Academie en sinds kort ben ik ook docent Nederlands op een middelbare school. Ik zou niet meer zonder willen, ik heb die afwisseling nodig.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was?
‘Weet je, ik heb daar nooit over nagedacht, het schrijven is lang mijn enige ambitie geweest.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘De enige die alles leest, in diverse fasen van voltooiing, is mijn redacteur. Ik heb verder geen lezers, ik vind het nogal moeilijk om over mijn werk te praten zolang het nog niet af is. Alsof anderen dan met het verhaal aan de haal kunnen gaan, snap je? Het moet bij mij blijven, ik moet het beschermen. En de laatste versie van mijn roman Ik heet Julius lees ik nu voor aan mijn vriendin. Terwijl ik voorlees schrap ik woordjes, leestekens, scherp de tekst aan. Dat werkt ontzettend goed.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘De eerste lezer ben ik natuurlijk zelf. Als ik het al niet de moeite waard vind, wat zou ik dan een ander opzadelen met mijn verhalen? Maar serieus: uiteindelijk schrijf ik mijn verhalen en romans natuurlijk voor mezelf, anders houd ik het niet vol. Voor columns geldt trouwens het tegenovergestelde, die zou ik nooit schrijven als ik niet zeker wist dat er publiek voor was. Columns zijn ook nadrukkelijk voor publiek geschreven. Het vereist een compleet andere aanpak.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd of plaats?
‘Meestal schrijf ik thuis, in de woonkamer, aan een tafel. Als ik links van me kijk, zie ik treinen rijden en rechts de tuinen van mijn buren. Over treinen gesproken: ik zat laatst een paar uur in de trein (ik moest op en neer naar Tilburg) en toen heb ik een paar fantastische scènes geschreven, dus mijn werkterrein heeft zich uitgebreid.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
‘Nauwelijks. Ik moet vooral voldoende geslapen hebben. Ik schrijf meestal in de ochtend, dan ben ik het scherpst en is er nog maar weinig afleiding. Hoe later het wordt, hoe meer afleiding er komt. Meestal heb ik mijn werk er dan al op zitten, gelukkig.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Beeldend, secuur, ritmisch.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Toen ik op de postkamer van de Bezige Bij werkte en ik elke middag pas verschenen romans naar de pers stuurde, kwam er wel eens een boek voorbij waarover ik dacht: dit kan ik veel beter. Hoe langer ik er werkte, hoe vaker ik dat dacht. Uiteindelijk ben ik gestopt en zelf een boek gaan schrijven.’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers?
‘Op auteurs ben ik niet jaloers, wel op boeken, of op personages. Of nou ja, jaloers, ik denk: wow, dat had ik geschreven willen hebben. Of: die had ik bedacht willen hebben. Meer niet. Is dat jaloezie? Ik vraag het me af.’

Welke collega-auteur zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Geen idee, het is al lastig genoeg om jezelf te zijn, een ander kan ik er echt niet bij hebben. Maar als ik iemand moet kiezen: Karel van het Reve. En dan de hele dag allerlei idiote verschijnselen kapot redeneren. Ja, dat lijkt me nog wel wat. Maar niet langer dan een dagje, hoor.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Het enige doel dat ik heb is mezelf tevreden stellen, en dat is al heel wat. Ik wil niet schrijven vanuit het idee dat ik iets over de wereld wil zeggen, of over de huidige tijd. Ik bedoel, dat wil ik wel, en dat gebeurt ook, maar niet omdat ik dat van tevoren zo bedenk. Dat lijkt me ook een hele nare manier van werken. Saai, voorspelbaar.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Kan ik me niet herinneren. Ik heb wel eens, toen ik nog televisiecolumns schreef voor de Volkskrant, zelfcensuur toegepast. Dat ik niet die ene verwoestende opmerking maakte over Halina Reijn omdat ik het zielig vond. Nu je het zegt, daar heb ik eigenlijk wel spijt van. Nu kan het niet meer, en laten we eerlijk zijn: elke hatelijke opmerking over Halina Reijn moet met gejuich ontvangen worden.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Nou en of. Maar daar ga ik niks over zeggen natuurlijk, dat zou het onmogelijk maken om het nog te schrijven. Tobias Wolff heeft dat ooit mooi verwoord in The Paris Review, hij noemt dat “talking the work away”.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten?
‘Begin september verschijnt mijn nieuwe roman Ik heet Julius. Dat boek is zo goed als af, ik verander hier en daar nog een woord, maar dat is het dan wel. Gelukkig ben ik ook al bijna een jaar aan het nadenken over een nieuw boek, en ik heb de afgelopen weken de eerste scènes geschreven. De werktitel is Destiny en het wordt nogal goed. Meer wil ik er nog niet over zeggen.’

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.