Het Boekje Open: Lize Spit

29 januari 2016

unnamedLize Spit woont sinds 2005 in Brussel. Ze behaalde een Master Scenario aan het RITS, schrijft daarnaast ook proza en poëzie. Ze publiceerde o.a. in Het Liegend Konijn, De Gids en Das Magazin. In 2013 won ze zowel de jury- als de publieksprijs van WriteNow! Lize geeft scenario-cursussen bij Wisper en is gast-docent Schrijven op de LUCA School Of Arts in Brussel. Ze is gespecialiseerd in AVI-schrijven, leverde teksten voor De Taalbende, de nieuwe taalmethode van Plantyn. Ze is een van de initiatiefnemers van vzw RAW die werkruimte aanbiedt aan jonge schrijvers en filmmakers. Het Smelt, haar debuutroman, is in januari verschenen bij Das Mag Uitgevers.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast? Zo ja, wat voor werk doe je?
‘Ik kan niet rondkomen van het schrijven zelf, maar vrijwel al mijn bijbaantjes hebben met schrijven te maken: ik treed geregeld op, geef hier en daar scenario-cursussen en werk als gast-docent Schrijven op LUCA School of Arts in Brussel.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Van kindsbeen af heb ik veel geschilderd, vooral intuïtief, want het ontbrak me aan techniek. Toen ik voor de studie ‘Scenarioschrijven’ koos, heb ik mijn verf en ander schildermateriaal opgeborgen omdat ik geloof dat, om echt goed in iets te worden, daar vooral totale toewijding voor nodig is. Twee verschillende dromen najagen zorgt al snel voor een onmogelijke spreidstand. ‘Een gemiste carrière’ zou ik het schilderen niet noemen, maar wanneer ik droevig of kwaad ben, voel ik wel steeds de drang om met verf te kliederen. Ik kan mijn gevoelens niet makkelijk rechtstreeks in het schrijven uiten, want daarvoor zit de techniek dan weer in de weg.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? 
‘Zolang een kortverhaal niet af is, laat ik het nooit lezen. Wat betreft langere stukken, zoals mijn roman, werd bij momenten mijn zelfvertrouwen zo schaars dat ik andere stemmen nodig had die zeiden: ‘Ga door, je kunt het wel.’’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘De eerste lezers van mijn roman waren mijn redacteurs: Marscha Holman en Daniël van der Meer. Ik vertrouw hen blindelings, ze vullen elkaar goed aan. Marscha volgde het schrijfproces nauwgezet op, sprak me moed in, stuurde hier en daar bij. Daniël werd bewaard als ‘verse lezer’ zodat hij onbevangen naar de eerste versie kon kijken.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik heb een kantoor in de rand van de stad (in een verlaten industriegebied) waar ik vrijwel elke werkdag heen pendel om te schrijven. Veertig minuten heen, veertig minuten terug, daartussen een werkdag van zeven uur in afzondering. Als ik overdag een afspraak heb in het centrum van de stad en ik niet naar m’n kantoor kan, werk ik altijd in dezelfde koffiebar. Wanneer iemand op mijn vaste plaats zit, wacht ik tot die persoon weg is om de plek te kunnen inpikken om dan te beginnen met werken. Mijn nachten zijn mijn reservedagen. Aan de roman werkte ik een jaar lang gemiddeld 14 uur per dag: twee sessies van zo’n 7 uur, vaak sliep ik slechts vier uur. Ik heb helemaal geen romantische opvatting over schrijven. Gewoon hard werken en niet vergeten te eten.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?
‘Er zijn drie dingen die ik nodig heb: Mijn laptop, geborgenheid en tijd.
Mijn laptop: ik schrijf vrijwel nooit met pen en papier. Pas bij het openklappen van mijn laptop kan ik concreet nadenken over wat ik wil schrijven en hoe ik het ga aanpakken.’
Geborgenheid: ik kan vrijwel overal schrijven, op treinen, in drukke cafés, zolang ik maar met mijn rug naar de muur gekeerd zit, zodat ik niet het gevoel heb dat voorbijgangers kunnen meelezen.
Tijd: ik schrijf niet goed als ik een afspraak heb op de middag. De dag moet nog volledig beschikbaar zijn, er mag geen enkele andere opdracht op mijn stapel liggen. Pas als ik weet dat ik oneindig veel tijd heb, kan ik echt doorwerken.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Dat is een moeilijke vraag, omdat een schrijfstijl je typeert, en meestal onbewust ontstaat, zoals een manier van praten of lopen. Ik probeer er dus zelf niet teveel bij stil te staan. Anderen omschrijven mijn stijl als beeldend en helder, wat zou kunnen kloppen, gezien mijn scenario-achtergrond.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Ik denk dat je weet wat je graag doet, wanneer je voor datgene bevestiging wil krijgen. Toen ik tien jaar was, kregen we op school de opdracht een limerick te schrijven. De leerkracht van het vierde leerjaar, juf Martine, begon te huilen toen ik de mijne voorlas. Wekenlang bleef ik van kop tot teen gloeien, elke keer ik daar aan terugdacht. Toen wist ik zeker: dit is wat ik wil, schrijven. Want als ik de turnleerkracht of zangjuf had kunnen ontroeren, zou ik me daar helemaal niet zo aan hebben vastgeklampt. Dat ene beeld, van de snotterende juf, heb ik mezelf tien jaar lang tijdens het schrijven voorgehouden, tot ik besefte: misschien had ze die betreffende dag gewoon last van haar hormonen. Maar goed, dat kon me toch niet meer ontmoedigen.’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
‘Ik lees graag schrijvers die genoeg ruimte durven nemen, die zorgvuldig de reflecties (van personages) weten uit te werken, die niet teveel opsmuk of tierlantijntjes gebruiken, een droge, heldere stijl hebben. Voorbeelden daarvan zijn Raymond Carver, Judith Herzberg en Thomas Heerma van Voss.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Geen schrijver. Om eens zonder de schrijf-radar naar mijn omgeving te kijken, en niet langer het onderscheid te willen maken tussen wat wel en niet bruikbaar is voor een verhaal.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘‘Een missie’ klinkt nogal pedant, die heb ik niet. Wat ik het mooiste vind aan lezen is dat je jezelf even kunt vergeten en dat je, aan het einde van een verhaal, merkt hoezeer je gehecht bent geraakt aan een bepaald personage. Ik hoop – al klinkt dit behoorlijk corny – dat lezers mijn personages in hun hart sluiten.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? 
‘Van de roman die ik net geschreven heb. Omdat ik als schrijver meer genadeloos ben geweest dan dat ik als persoon wil zijn. Tijdens het schrijfproces voel ik nooit schaamte, die komt pas achteraf, wanneer ik besef dat ook anderen het zullen lezen.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Ik zie vooral de roman voor me die ik niet wil schrijven; over een schrijver die moeizaam een boek schrijft.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Mijn debuutroman Het Smelt is op 14 januari verschenen. Ik heb hard gewerkt aan dit boek, nu neem ik tijd om te recupereren. Ik weet wel al ongeveer waar mijn volgende roman over zal gaan, maar dat idee moet eerst nog wat inkoken.’

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.