Het Boekje Open: Jaap Robben

4 januari 2016

In de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Deze keer: Jaap Robben over zijn schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Boswachter, dat leek me ook een prachtig beroep. En Afrikaan, als kind dacht ik dat dat een beroep was.’
Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?

‘Ik heb verder geen baan. Sinds 18e al eigenlijk nooit meer in dienst ergens geweest…’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?

‘Boswachter, dat leek me een prachtig beroep. Archeoloog. En Afrikaan, als kind dacht ik dat dat een beroep was. Mijn oom werkte in Afrika voor een organisatie en als hij terugkwam met het vliegtuig en dia’s liet zien zag ik hem meestal in een hut, een jeep of met giraffen op de achtergrond. Daardoor riep ik mijn hele jeugd dat ik ook Afrikaan wilde worden, net als mijn oom.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?

‘Dat verschilt. Meestal leest mijn vriendin mee. Maar pas wel in een laat stadium. Als ik zelf niet meer weet hoe ik verder moet. Zij heeft een scherp lees-oog. Zij wijst altijd direct de zin aan of het moment waarop het lezen hapert. En zij snapt goed waar ik mee bezig ben. En mijn redacteur uiteraard.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?

‘Ik schrijf graag in musea. Of in een rumoerig cafeetje waar geen muziek op staat. Op mijn werkplek in de zeepfabriek in Nijmegen. Het liefst ’s avonds als er niemand meer aan het werk is en het overal donker en stil.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?

‘Veel ‘rommel’-tijd. Beetje stofzuigen, afwasmachine inruimen, koffieprut naar de groenbak brengen, factuurtje schrijven, mail beatwoorden. En dan raak ik gefrustreerd dat ik steeds niet echt aan schrijven toekom en dan knalt alles eruit. Maar in de tijd dat ik echt geconcentreerd bezig ben, dan is het vanaf de ochtend achter mijn computer zitten en de hele dag doorschrijven, cappuccino maken en appels eten. En steeds dezelfde cd op. Maar dat verschilt per boek. Nu luister ik veel naar Nick Cave’s Push the Sky Away en muziek van Arvo Part. Frames van Michel Borstlap en The National draai ik ten alle tijden veel.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?

‘Oei, dat is lastig. Net als je eigen accent beschrijven. Daar ben ik me niet zo bewust van. Dat wil ik ook niet, anders word ik me er misschien ook te bewust van. En ga je net als met een accent je aanpassen en dat zou ik nooit willen.’
Wanneer wist je: ik ben schrijver?

‘Heel lang durfde ik me zo niet te noemen. Ik zei dat ik iets schreef. Dingen, tekstjes. Een gedicht.’En wat doe jij?’ vroeg ik dan liever. Het voelde wat pretentieus om me schrijver te noemen, dat moet ik eerst nog maar eens bewijzen. Ik dacht dat ik ooit een brief van de koningin zou krijgen, ‘Vanaf Heden Verklaart Hare Majesteit U Tot Schrijver’. Maar ongemerkt ben ik me uit mezelf schrijver gaan noemen.’
Voor welke schrijver heb jij bewondering?

‘Voor velen. Voor Joke van Leeuwen, om haar brede oeuvre en haar enorme talent. Voor Gerbrand Bakker om zijn Hollandse, prachtige romans van wereldkwaliteit. Voor Bart Moeyaert om zijn taal, zijn stijl, zij poezie, de verhalen die vaak klein zijn qua setting, maar enorm qua gevoeligheid en impact. Voor David Vann, hij peurt in alles dat pijn doet. En zo kan ik nog wel even verder gaan. Annelies Verbeke, Elvis Peeters, Per Petterson, Karl Ove Knausgard.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?

‘Dave Eggers, wat hij schrijft lees ik erg graag. Vooral ook zijn artikelen, met hem zou ik graag eens aan dagje meereizen. Zien wat hij ziet. En daar dan later over lezen.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?

‘Ik vrees dat ik niet heel veel anders kan. Zelfs als niemand het zou lezen, schreef ik nog steeds. Dat lijkt me missie genoeg.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?

‘Nee, dat niet. Wel gedichten van tien jaar geleden die ik niet zo graag meer teruglees. Omdat ik dan lees dat ik er zoveel mee bedoelde, maar dat ze daardoor ook niet méér betekenden dan dat.’
Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?

‘Altijd het boek waaraan ik nog moet beginnen. Dat is in mijn hoofd enorm en vaag naar de randen toe, maar zodra het op papier staat, ontdek ik altijd wat er toch nog beter aan kon.’
Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?

‘In het voorjaar van 2016 verschijnt er iets voor kleuters waar ik nu aan werk. In januari 2016 verschijnt een verzameling van mijn poezie ‘s Nachts verdwijnt de wereld. En ooit komt er weer een roman, maar daar ben ik pas net mee begonnen.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.