Het Boekje Open: Inge van der Krabben

7 december 2015

krabben-tot waar we kijken kunnen-cmykIn de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Inge van der Krabben studeerde Algemene Letteren in Utrecht en debuteerde in 2015 met de roman Tot waar we kijken kunnen bij Ambo|Anthos. Momenteel werkt ze hard aan haar tweede roman. Verder schrijft ze korte verhalen, blogt ze wekelijks over schrijven in haar blog ‘Krabbels’ en runt zij haar tekstbureau Texting. Over haar schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Als je echt een boek wilt schrijven dan moet je, zoals ik dat in een van mijn blogs uitleg, ‘schrijven als een motherfucker’.’

Kun je rondkomen van je schrijven?
‘Mijn leven bestaat grotendeels uit schrijven en lesgeven in creatief schrijven. Ik ben een ware schrijf-a-holic. Ik debuteerde dit jaar, werk aan een tweede roman, blog elke week over schrijven, geef een cursus verhalen schrijven aan tien enthousiaste cursisten en run Texting: mijn tekstbureau voor de zakelijke markt. Het liefst zou ik rondkomen van het schrijven van boeken, aangevuld met lesgeven/coachen, dat lijkt me de ultieme combinatie.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? 
‘Schrijver zijn ís mijn gedroomde carrière. Ik leef mijn droom.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? 
‘Ik laat mijn werk lezen omdat ik geloof dat je door de reactie van lezers op je werk het nog beter kunt maken. Input van anderen kan jou als schrijver helpen vanuit een nieuwe invalshoek naar je werk te kijken. Ik weet dat er ook schrijvers zijn die daar totaal anders instaan, die zeggen dat je je eerste versie aan niemand moet laten lezen totdat je er zelf helemaal tevreden over bent. Zoals met veel dingen in het leven denk ik dat beide manieren werken. Het gaat erom te ontdekken wat voor jou de beste manier is. Dat kan een ander je niet voorschrijven. Het hangt sterk af van je persoonlijkheid en in welke fase van het schrijfproces je zit. Uitproberen dus. Persoonlijk ervaar ik de invloed van anderen puur als een verrijking omdat ik weet dat alleen ik mijn verhaal kan schrijven. Wat het beter maakt neem ik mee, wat er niet toe doet, niet. Het liefst laat ik mijn werk lezen als ik flink wat scenes heb geschreven en in mijn hoofd weet waar het verhaal naartoe moet. Toch is het ook in het beginstadium fijn om te sparren. Niet omdat ik anders niet verder kom, maar om voor mezelf de basis van mijn verhaal steeds duidelijker voor ogen te krijgen. Maar ook zaken als: Wat wil ik zeggen met dit boek? Verdient dit boek een plek en waarom? En meer inhoudelijk: Wat is het streven van mijn personage? Wat is de intrige? Wat gaat goed, wat kan beter? Niets heerlijker dan daarover in gesprek te gaan met iemand die er verstand van heeft.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
‘Bij mijn debuutroman Tot waar we kijken kunnen hebben velen meegelezen, maar nu ik een uitgever heb laat ik twee mensen meelezen. Dat zijn Lili de Ridder van de Lettervrouw, mijn coach van het eerste uur die me met name helpt met de psychologische lagen en me met haar vragenvuur laat nadenken over mijn personages en hun drijfveren tot mijn hersens kraken. Daarnaast Sanne Verbruggen van Ambo|Anthos, mijn redacteur die in mij en mijn werk gelooft en op wie ik vertrouw. Zij laat me de juiste nuances aanbrengen omdat ze mijn werk begrijpt, aanvoelt. Een roman schrijven is een kunst, maar een roman lezen net zo goed.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik schrijf altijd. In mijn hoofd; in bed, onder de douche, in de trein, op de wc, op een terras. Ik sla alles op, gebruik mijn leven en de wereld als inspiratiebron. Maar als je letterlijk op de laptop achter mijn bureau bedoelt, dan schrijf ik… te weinig. Mijn debuutroman heb ik vooral in de uren geschreven dat mijn kinderen naar school waren of op bed lagen. Ook ben ik een paar keer op schrijfretraite geweest en heb zelf een huisje gehuurd. Het lukt me nu nog niet om het schrijven in te bedden in mijn dagelijkse routine, maar dat is wel iets waar ik naar streef.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? 
‘Als je echt een boek wilt schrijven dan moet je, zoals ik dat in een van mijn blogs uitleg, ‘schrijven als een motherfucker’. Wat ik nodig heb is dat ik geen excuses verzin, niet eerst honderd-en-een andere dingen wil doen die óók belangrijk zijn, maar dat ik het dus gewoon doe. Zitten en schrijven, maakt niet eens zoveel uit waar. Niet nadenken over de plot of hoe een zin loopt of welke woorden ik gebruik, niet pielen in dingen die ik eerder heb geschreven (kan allemaal later), een blanco pagina voor mijn neus en tikken maar. Wat ik dan ook nodig heb is iemand die mij eraan herinnert dat ik moet eten en naar bed moet gaan.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Een lastige, goede vraag. Ik heb pas één boek geschreven. Volgens de achterflap heb ik een frisse, eigen stijl. Volgens mijn coach heb ik een fijne pen, schrijf ik licht over zware thema’s. Volgens mijn redacteur raakt en ontroert mijn schrijven. Hoe zie ik dat zelf? Stijl is een containerbegrip waar je van micro- tot macroniveau analyses op los kunt laten, van woordkeus en zinsbouw tot beeldend of bijvoorbeeld gedetailleerd. Mijn schrijfstijl is wat het is en zal zich met ieder boek dat ik schrijf duidelijker aftekenen. Misschien is het nog te vroeg om daar iets wezenlijk over te zeggen. Wat ik wel weet is dat ik van helderheid houd, van eenvoudige woorden die door hun samenhang in zinnen, scenes en hoofdstukken, emotie oproepen. Als je vraagt naar mijn schrijfstijl, vraag je eigenlijk naar mij. Zoals ik ben, schrijf ik en zoals ik schrijf, ben ik. Heb ik dit nou net zelf bedacht? Dat gebeurt me dus vaker, dat ik mezelf verbaas als ik mijn gedachten opschrijf. Goede vragen zetten aan tot nadenken, dat is wat je als schrijver ook doet: jezelf de goede vragen stellen en al schrijvende daarop reflecteren.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Dat kan ik je precies vertellen omdat ik dat moment nooit zal vergeten en toen het daar was, was het alsof ik al die jaren ervoor niet echt bewust had geleefd. Het was tijdens de allereerste les die ik kreeg van Carolina Trujillo bij de opleiding Verhalend proza van Scriptplus. Ik wilde al jaren een boek schrijven maar wist niet hoe en was via enig speurwerk op internet beland bij deze driejarige schrijfopleiding in Amsterdam. Toen zij mij met behulp van een simpele tekening (ze schrijft én tekent) het principe van drama uitlegde was ik verkocht. Ik beleefde daar mijn eigen epifanie en wist: dit wil ik, ik wil verhalen schrijven, ik wil boeken schrijven. Mijn eerste korte verhaal was bocht, voor mijn tweede kreeg ik een applausje. Ik groeide snel en voelde dat ik het in me had. Ik wilde niet meer stoppen. Door het schrijven vond ik mijn stem, vond ik wat al die tijd al in me had gezeten.’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
‘Ik lees veel en bewonder. Maar als ik er een moet noemen kies ik de Amerikaanse (uit Rusland gevluchte) schrijver Ayn Rand. Zo knap hoe zij in de klassieker De eeuwige bron de protagonist Howard Roark en antagonist Peter Keating tegenover elkaar zet op alle denkbare niveaus van het menselijk zijn. Door haar boek ging ik anders naar mijn eigen leven kijken (ik las het rond mijn dertigste). Roark is compromisloos, Keating waait met alle, voor hem gunstige, winden mee. Toen ik het las voelde ik dat ik meer als Roark wilde zijn, overtuigd van eigen kunnen en doelgericht. Ik weet wel dat je in het echte leven niet compromisloos kunt zijn, De eeuwige bron is een ideeënroman waarin Rand extremen schetst, maar ik werd me er meer van bewust dat je op verschillende manieren in het leven kunt staan en dat je die keuze zelf moet maken. Daar houd ik ook van, als boeken je aan het denken zetten.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Als ik op straat een tijdje achter iemand loop fantaseer ik weleens hoe het zou zijn een dag zijn of haar leven te lijden, dat deed ik als kind al. Mijn fantasie wordt snel geprikkeld. Eigenlijk is dat wat je als schrijver ook doet: in de huid van een ander kruipen, van een personage. Moet het een schrijver zijn? Ik zou wel een dag iemand willen zijn die dicht bij me staat, die ik echt vanbinnen wil kennen en waarnemen hoe diegene waarneemt zodat ik zijn of haar manier van leven, denken en handelen beter begrijp. Dit is precies waar mijn debuutroman over gaat. Jammer dat het niet echt kan. Nu ik erover nadenk wil ik dan het liefst mezelf zijn en door mijn schrijven mezelf nog beter leren kennen. Want is het niet zo dat hoe duidelijker je zelfbeeld is, hoe duidelijker de ander voor je wordt? Hoe meer je over jezelf leert, hoe beter je de ander kunt plaatsen? Als schrijver moet je jezelf én de ander willen kennen, empatisch zijn. Ik filosofeer maar een beetje. Dat is ook nog wel iets wat ik ooit wil doen, een studie filosofie.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Ik schrijf omdat ik wil schrijven en schrijven het allerleukst vind om te doen. Schrijven helpt me ontdekken wie ik ben en hoe ik mij verhoud tot de mensen en wereld om me heen. Het geeft me rust, inzicht en tegelijkertijd energie. Ik hoop dat die krachten voelbaar zijn voor lezers. Mijn missie? Het vergroten van empathie en mededogen, in de eerste plaats bij mezelf en door mijn schrijven mogelijk bij anderen. Uiteindelijk worstelen we allemaal met dezelfde levensvragen.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Nee. Alles wat ik geschreven heb is goed geweest, ook de bocht, juist de bocht. Daar leer je het meest van. Nog steeds. Ik leer zoveel, elke dag weer. Het is zo gemakkelijk om in je veilige cocon te blijven, maar zoals Brene Brown het zo mooi zegt: ‘If we are brave enough often enough, we will fall’. Als ik val leer ik, als ik voorover val leer ik nog meer. Dat geldt voor elke kunstvorm, tja, voor het hele leven eigenlijk.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Ik wil heel graag een klassiek liefdesverhaal schrijven alla Romeo en Julia… onmogelijk, onvoorspelbaar, hartstochtelijk en pijnlijk, zoiets. Eerst nog een tijdje oefenen.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Ik werk aan mijn tweede roman waarin een vrouw die in contact staat met de doden moet beslissen hoe ze in het leven wil staan (zie je, daar heb je het weer: keuzes maken). Een deel van het verhaal speelt zich af in Marokko. Ik ben daar geweest en leefde bij een Berbers gezin in huis, mocht van dichtbij hun prachtige land, cultuur en rituelen leren kennen. Ik wil dat laten zien, niet belerend maar door levens te schetsen. Angst en schaamte zijn belangrijke thema’s. Ook werk ik aan een schrijfworkshop die aansluit bij het moeder-dochter thema van mijn debuutroman.’

One Response to Het Boekje Open: Inge van der Krabben

  1. […] Lees het interview op de website van Loodmagazine. […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.