< Terug

Het Boekje Open: Frank de Kruif

22 juni 2016

frank de kruif havenschandaalFrank de Kruif (Rotterdam, 1963) studeerde geschiedenis in Leiden. Hij maakte daarna als dienstplichtig soldaat zijn boekendebuut in 1991 met ‘Over lef gesproken!’ over de soldatenvakbond VVDM (co-auteur: Fred Lardenoye). Na lang als redacteur te hebben gewerkt voor vakblad Nieuwsblad Transport vestigde hij zich in 2014 als zelfstandig journalist en historicus. In 2015 verschenen Pensioenmiljoenen (uitgever W Books, co-auteur Sjaak van der Velden) en Het Havenschandaal (uitgeverij De Geus).

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast? Zo ja, wat voor werk doe je?

Sinds ruim twee jaar werk ik voltijds als freelance journalist en historicus. Tot nu toe is het mij gelukt om daarvan rond te komen, maar er zijn vette maanden en magere maanden.

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?

Ik heb nooit zo goed geweten wat ik later wilde worden. Ik ben geschiedenis gaan studeren omdat daar mijn belangstelling ligt, en na mijn studie ben ik in de journalistiek gerold.

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? Zo ja, waarom diegene?

Mijn vriendin is ook journalist/eindredacteur en levert nuttige kritiek. Ze wijst me op lelijke zinnen of onduidelijkheden in de tekst en behoedt me voor pijnlijke tik- en taalfouten.

Wie is de eerste lezer van je werk? Waarom diegene?

Behalve mijn vriendin zijn dat de opdrachtgevers van mijn journalistieke werk. Bij mijn laatste boek ‘Het havenschandaal’ heeft ook een bevriende collega meegelezen, en natuurlijk de redacteur van mijn uitgeverij.

Heb je een vaste tijd of plaats waar je schrijft?

In elk geval een vaste plek: op de vliering van mijn woning, die te laag is om rechtop te staan, maar hoog genoeg om er te zitten schrijven. Ik werk meestal gewoon overdag, soms ’s avonds. Het belangrijkste is dat ik een paar uur in het verschiet heb als ik begin, want ik kom moeilijk op gang.

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven, heb je bepaalde schrijf rituelen?

Telefonerende en rokende en drinkende collega’s; vroeger had ik er geen enkele moeite mee om mij op luidruchtige redacties te concentreren op mijn verhaal. Tegenwoordig heb ik stilte nodig. En mijn leesbril.

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?

Nuchter, helder, zakelijk, niet-literair. Maar toch verhalend en dwingend, met aandacht voor het ritme van de zinnen. En met een scheutje ironie.

Voor welke schrijver heb jij bewondering en waarom?

Als non-fictieschrijver lees ik uiteraard veel geschiedenis en journalistiek werk, maar bijna altijd vanwege het onderwerp, en niet vanwege de schrijver. Mijn bewondering gaat veeleer uit naar literaire auteurs. Als ik moet kiezen, kies ik voor schrijvers die mij als opgroeiende scholier en student hebben gevormd: de ‘grote twee’ van de na-oorlogse Nederlandse literatuur, Gerard Reve en Willem-Frederik Hermans, en buitenlanders als Louis-Ferdinand Céline en Thomas Mann.

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?

Dan noem ik toch een hedendaags historicus: Adam Zamoyski. In zijn boek 1812 wekt hij met journalistieke en literaire middelen Napoleons veldtocht in Rusland tot leven. Als ik voor even Zamoyski kon zijn, zou ik veel van mezelf kunnen leren.

Schrijf je vanuit een bepaald doel of met een specifieke reden?

Schrijven is mijn broodwinning. Ik beantwoord niet aan het romantische beeld van de schrijver die schrijft omdat hij niet anders kan. Als ik niet word gelezen, houd ik er mee op.

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? Waarom?

Elke journalist heeft onbedoeld wel eens iets opgeschreven dat feitelijk onjuist was en gerectificeerd moest worden. Of in een commentaar een mening geuit die hij later moest bijstellen. Ik kan me geen ernstige blunders herinneren.

Wat is je favoriete quote?

Groot ontzag heb ik voor mensen die uit hun hoofd reciteren, en moeiteloos het ene citaat na het andere opdreunen. Zelf kom ik meestal niet verder dan het filosofische gedicht ‘Het heelal’ van mijn stadgenoot Jules Deelder: ‘Hoe verder men keek, hoe groter het leek’.

Heb je in je achterhoofd een gedroomd boek: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?

Nee. Of ja, toch: ‘het boek dat alle andere boeken overbodig maakt, de Bijbel en het telefoonboek uitgezonderd’.

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek of project?

Ik heb een idee voor een volgend boek waarover ik in overleg ben met mijn uitgeverij, De Geus. Weer non-fictie. Als het doorgaat, vertel ik er graag meer over.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.