Het Boekje Open: Eva Posthuma de Boer

26 juni 2015

Ica-647x1024In de bijna wekelijkse rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Schrijfster en columnist Eva Posthuma de Boer schreef eerder samen met Sanne Wallis de Vries het brieven- en interviewboek Rinus aan de rekstok. Haar debuutroman Eindeloze dagen verscheen in 2007, gevolgd door Lichthart en De comedy club. Onlangs verscheen haar vierde roman, Ica. Lees hier de recensie van Lood. Eva Posthuma de Boer vertelt deze week over haar schrijfgewoontes, toekomstplannen, do’s en don’ts tijdens het schrijven en meer: ‘Ik ken geen schaamte in mijn schrijven. Op het moment dat ik iets op papier zet, is het fictie, dat ervaar ik echt zo.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Mijn vorige uitgever vroeg me ooit of ik geen thrillers wilde gaan schrijven, die zouden tenminste iets opleveren. Ik vond het een bespottelijke vraag. De illusie van mijn romans te kunnen leven heb ik nooit gehad, maar ik verkeer inmiddels in de gelukkige omstandigheid dat ik twee vaste columns heb, in Het Parool en in Kek Mama, en regelmatig gastcolumns schrijf. Dat levert een bescheiden inkomentje op, dat enorm onbescheiden wordt aangevuld door mijn lieftallige echtgenoot.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘In mijn vorige leven, dat zo’n tien jaar geleden ophield, was ik theaterproducent. Ik maakte voorstellingen voor de Parade, werkte bij Toomler en Comedytrain, en deed jarenlang de producties van cabaretgroep NUHR. Fantastisch, maar uitputtend. De mensen en het gedoe, het ging allemaal zo onder mijn huid zitten. Toch had ik nooit overwogen ermee te stoppen, tot ik samen met Sanne Wallis de Vries een non-fictie boek maakte, getiteld Rinus aan de Rekstok (dat is een oude Amsterdamse benaming voor Jezus aan het kruis). De uitgever van dat boek moedigde mij aan om een roman te gaan schrijven. Ik lachte hem heel hard uit, maar ging toch zitten broeden. We zijn nu tien jaar verder, en in die tien jaar heb ik eigenlijk niets anders meer gedaan dan schrijven.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘De lieftallig echtgenoot over wie ik het net al had is mijn eerste lezer. Niemand is zo eerlijk als hij. We kunnen elkaar de hersens inslaan als het om vuilniszakken gaat, maar sparren over de dingen die we maken, kunnen we heel goed samen. Verder lezen mijn redacteur Wanda Gloude en mijn agent Lolies van Grunsven tijdens het proces mee, en kan ik met hen eindeloos aan keukentafels over thematiek, verhaallijn en personages praten.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik huur een werkruimte op een kwartiertje fietsen van mijn huis. ’s ochtends als de kinderen naar school zijn ga ik eerst een rondje sporten, en dan naar mijn ‘kantoor’, zoals ik het noem. Daar werk ik zolang het gezin dat toe laat, wat betekent dat ik soms te kort heb, en soms doorwerk tot ik scheel zie.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
‘Ik verkeer bij voorkeur in een staat van tijdloosheid, en kan absoluut geen mensen om me heen hebben.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Tot nu toe stoel ik mezelf bij elke roman nieuwe ‘technische’ doelen, waardoor ik zelf in de illusie verkeer dat mijn boeken enorm van elkaar verschillen. Zo is mijn derde roman De Comedy Club een mozaïekvertelling, dus geschreven vanuit vijf perspectieven. Daarmee wilde ik de thematiek van het boek, gejaagdheid en vervlakking, versterken. In mijn nieuwe roman zit juist veel rust, zijn de zinnen langer en wijd ik meer uit: dat was wat dat verhaal nodig had.’

‘Ondanks die verschillende vormen, geloof ik dat mijn boeken wel doordrenkt zijn van eenzelfde toon. Die kan ik zelf lastig duiden, maar is voor de lezer wel herkenbaar. Tenminste, dat hoor ik wel eens. En één ding hou ik mezelf altijd, bij elk verhaal dat ik vertel, voor ogen: de diepste ontroering ontstaat door de lach.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Ben ik schrijver?’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers?
‘Ik geloof dat ik ‘jaloers’ niet het goeie woord vind, er zijn schrijvers die ik enorm bewonder, zoals Connie Palmen, op wie ik de protagonist in mijn nieuwe roman Ica heb geënt. Haar kennis, talent, haar kijk op de wereld en de literatuur, inspireren me. Door haar wil ik meer weten, leren, lezen, schrijven. Dat heb ik met wel meer schrijvers, zoals Murakami en Houellebecq.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Mijn debuut stond heel dicht bij mezelf, maar bij de twee romans die daarop volgden had ik wel een maatschappelijke missie voor ogen. Lichthart, mijn tweede roman, speelt zich voor een deel in Zuid-Afrika af. Ik schreef het na een lange reis door het land. Mijn streven was een meeslepend en ontroerend verhaal te vertellen dat zonder moralistische toon toch aan het denken zette over het Zuid-Afrika van nu en onze rol als Westerlingen als het op hulpverlening aankomt.’

‘De Comedy Club handelde over het fenomeen groener gras. Wij leven aan de goede kant van de wereld, en toch is het nooit goed genoeg, bedriegen mensen elkaar, hebben ze in alles haast en zijn ze voornamelijk gericht op instant geluk. Toen ik vier jaar na de tsunami een reis door Sri Lanka maakte, lag de hele kustlijn er nog als een open wond bij. Ik vond dat verbijsterend. Van al het geld dat we zo leuk hadden ingezameld met z’n allen, was daar niets aangekomen. Weeshuizen vol hongerige kinderen, gebouwen in staat van ontbinding. Na die reis ben ik echt een tijd boos geweest. Ik kon het allemaal niet meer rijmen. Daaruit is De Comedy Club voortgekomen.’

‘Mijn doel met Ica was, vrees ik, niet nobeler dan streven naar mijn eigen geluk. Het was een zoektocht naar mijn bewondering voor Connie Palmen, maar ook naar de grenzen van fictie. Het is een boek over schrijven, en dat vond ik, als schrijver, zelf echt heel interessant.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Ik ken geen schaamte in mijn schrijven. Op het moment dat ik iets op papier zet, is het fictie, dat ervaar ik echt zo. In elk boek zit van alles van mezelf, maar nooit één op één. Vaak constateer ik achteraf pas wat ik uit mijn eigen leven heb gehaald. En dan nog schaam ik me niet, dankzij de kracht van de fictie.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Ik heb mijn gedroomde boek net af. Ica zat al zolang in mijn hoofd. Ik heb er drie jaar over gedaan om het te schrijven, en vooral in de laatste periode was het een behoorlijke uitputtingsslag. Nu het af is moet ik er echt los van komen, merk ik. Ik mis het geconcentreerde werken eraan, het in het verhaal zijn.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten?
‘Ik heb wel een plan voor een volgend boek, een schrijnend liefdesverhaal over een gemiste liefde, twee mensen die elkaar nooit hebben gevonden. Klinkt nog vaag, maar ik weet precies wat ik bedoel… Ik moet een tijdje opladen voor ik daaraan kan beginnen. Hoewel ik niet zeker weet of ik dat geduld kan opbrengen, ik merk dat dat verhaal zich toch al vaak stiekem tussen mijn gedachtes wringt. En daar word ik dan onmiddellijk gelukkig van.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.