Het Boekje Open: Elfie Tromp

24 november 2015

unnamedIn de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Elfie Tromp is schrijver en columnist. Daarnaast werkt zij als presentator en maakt theater. Ze debuteerde in 2013 met de roman Goeroe, die genomineerd werd voor het beste Rotterdamse boek. In datzelfde jaar won ze de VPRO Bagagedrager, een prijs voor jonge reisjournalisten. Haar columns verschijnen wekelijks in Metro. Haar tweede roman Underdog ligt 25 november in de winkel. Over haar schrijfgewoontes, toekomstplannen en keuzes: ‘Ik zou een boek willen schrijven dat een wereld op zich is. Zoals ik het nu zie, is mijn debuut een stad waar je in kan rondlopen, mijn tweede zie ik als een land dat je kunt bereizen. Ik hoop dat ik iets nog grootsers kan schrijven.’

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘Inmiddels verkeer ik in de luxe dat ik rond kan komen van mijn schrijfwerk. Hier schaar ik ook mijn columns onder. Daarnaast schrijf ik voor theater en treed veel op.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘Ik ben heel nieuwsgierig. Ik zat vroeger bij de debatclub, de schoolkrant, toneelgroep, had gitaarles en deed aan vechtsport. Ik heb psychologie gestudeerd en toneelschrijven. Dat ik uiteindelijk romanschrijver en columnist ben geworden is deels toeval. Ik weet nu dat ik heel graag verhalen wil vertellen, dat kan op vele manieren. Dit is de mijne.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
‘Mijn columns laat ik heel braaf lezen door mijn lover, schrijver Jerry Hormone. Hij heeft Nederlands gestudeerd en is een kei in zinsbouw. Ook haalt hij feilloos de zwakke plekken uit mijn redeneren. Hij is mijn slijpsteen. Beide romans heb ik aan mijn goede vriend Jeroen Rozendaal laten lezen. Hij is zeer belezen, werkt o.a. als literair interviewer en kan heel goed op verhaalniveau meedenken.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk? 
‘Eerste Lezer? Dat klinkt verheven. Ik zie mijn werk niet als een heilig product. Ik weet heel goed dat mijn eerste versie nauwelijks het eindresultaat zal benaderen, dus ben er niet huiverig voor om dit te laten beoordelen door iemand die me daarmee verder kan helpen. In mijn geval is dat Ad van den Kieboom, superster-redacteur van uitgeverij De Geus.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik schrijf het best in stilte. Het liefst zonder wifi. Ik heb een werkkamer in mijn huis. Ik ben een workaholic en heb moeten leren om een kantoorritme aan te houden, anders zit ik van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht voor mijn scherm.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijfrituelen’?
‘Ik moet geen kater hebben, daar word ik dyslectisch van. En genoeg slaap. Als ik moe ben, ben ik niet creatief. Het romantische beeld van de drinkende schrijver is dus niet voor mij weggelegd.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘Prikkelend, tragikomisch, toegankelijk. Ik ben huiverig voor mooischrijverij. Schrijvers die ineens het woord ‘wenen’ gebruiken in plaats van ‘huilen’, terwijl ze het in het echte leven nooit gebruiken, wantrouw ik. Stijl moet nooit tussen de lezer en het verhaal komen. Het verhaal staat voorop.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Toen ik voor mijn eerste roman de luxe had om uit drie uitgeverijen te kiezen, realiseerde ik me dat wat ik schreef weleens de moeite waard zou kunnen zijn. Dat gevoel is sindsdien niet meer weggegaan.’

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
Pfoei, er zijn er veel. Jan Wolkers, omdat ik niemand ken die zo helder de schoonheid in de lelijkheid en het aardse weet te vangen. Hoe hij het draaien van een drol beschrijft, is ongeëvenaard.’

‘Douglas Coupland, omdat hij feilloos de vinger legt op de problemen van deze tijd. Door zijn werk te lezen, valt de verwondering van de lezer samen met die van de schrijver. Ik vind het heel belangrijk dat wat een schrijver vertelt, over deze tijd gaat. Ik word zo moe van de zoveelste oorlogsvertelling of adaptatie van een Griekse tragedie (gebeurt veel in het theater). Ik wil een reflectie zien van deze tijd, mezelf herkennen in de worstelingen van de personages. Douglas doet dat als geen ander. Van mijn generatie, neem ik diep mijn petje af voor Hanna Bervoets. Haar werkethiek is benijdenswaardig. Ze bouwt gestaag aan een indrukwekkend oeuvre zonder daarbij zichzelf overdreven op de borst te kloppen zoals jonge schrijvers weleens doen.’

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘Mijn tweede roman Underdog is deels een roadtrip door Australië. Hiervoor heb ik zelf het land doorkruist. Eerder won ik de VPRO Bagagedrager, een prijs voor jonge reisjournalisten. Ik zou dus heel graag meer als reisschrijver willen leven. Bill Bryson of O’Hanlon dus. Ook omdat ik graag dikke bakkebaarden zou willen hebben.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘Ik probeer met mijn werk een wereld te openen die anders voor een lezer gesloten blijft. In Underdog is dat de wereld van de hondenfokkerij en -shows. In mijn debuut Goeroe is dat de Newage-wereld. Over beiden werelden bestaan veel vooroordelen. Ik vind het interessant om ze te doorgronden en lezers misschien tot een vorm van begrip te brengen.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘Ik heb geleerd te fingeren in mijn verhalen. Als ik anekdotes gebruik, worden tantes ineens  ooms en speelt het niet af op een verjaardag, maar heeft het op een bruiloft plaats. Een verhaal blijft ook overeind zonder autobiografische details. Maar het blijft een gevaarlijk spel. Mijn hoofdpersonage van mijn tweede roman heet Rein. Ik vind het zo’n prachtige naam voor iemand die niets anders kan dan puur, instinctief reageren. Ik denk dat de Rein die ik ken, me dat niet in dank zal afnemen. Hij heeft er niet om gevraagd om gefictionaliseerd te worden. Toch zie ik het als een hommage.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘Ik zou een boek willen schrijven dat een wereld op zich is. Waar een lezer zich in kan verliezen en naar kan terugkeren. Zoals ik het nu zie, is mijn debuut een stad waar je in kan rondlopen. Mijn tweede zie ik als een land dat je kunt bereizen. Ik hoop dat ik iets nog grootsers kan schrijven.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Ik heb met de korte film ‘Vonk’ (voor Jack Wouterse en Wart Kamps) de publieksprijs gewonnen bij 48hour filmproject. Daardoor zijn er meer scenario-vragen bij me binnengekomen. Dat vind ik heel leuk om in te duiken. Ook geef ik af en toe het literair tijdschrift ‘Strak’ uit. De komende editie is een samenwerking met kunstenaar Bas Kosters, die op 31 oktober gepresenteerd is in Rotterdam.’

Bewaren

One Response to Het Boekje Open: Elfie Tromp

  1. […] ook het interview met Elfie Tromp voor de rubriek ‘Het boekje […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.