Het Boekje Open: Christiaan Weijts

7 oktober 2015

9789029589666_cvr Christiaan Weijts debuteerde in 2006 met Art. 285b, waarvan de titel verwijst naar het stalking-artikel in het Nederlandse Wetboek van strafrecht. Zijn roman werd vrijwel unaniem lovend ontvangen, en werd genomineerd voor zowel de AKO Literatuurprijs als de Gouden Uil. Met zijn tweede roman, Via Cappello 23 (2008) won hij de Gerard Walschapprijs. In 2012 verscheen de roman Euforie, waarmee hij de BNG Nieuwe Literatuurprijs won en er werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Zijn nieuwste roman De linkshandigen kwam afgelopen jaar uit.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
‘​Van het schrijven in de ruimste zin van het woord kan ik redelijk rondkomen, ​dus inclusief het journalistieke werk dat ik doe, zoals vaste columns in nrc.next en De Groene Amsterdammer. Maar van de literatuur word je niet rijk, laat staan gelukkig. Nou ja, afgezien van wat zeldzame momenten waarop het allemaal goed loopt.’

‘Als schrijver heb je een andere relatie tot geld dan de gemiddelde loondienstmens. Die zit in een restaurant en denkt boven de menukaart: hier moet ik twee uur voor werken – dat kan hij precies uitrekenen. Bij mij is het altijd weer onzeker hoeveel er binnenkomt en wanneer. De relatie tussen geld en waarde is losgelaten. Wat voor mezelf het waardevolste werk is levert doorgaans het minste op, terwijl een onnozele klus soms juist veel oplevert.’

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
‘​Bioloog, advocaat, astronoom, architect, musicus: die hebben allemaal op het lijstje gestaan. En soms fantaseer ik nog wel eens over een briljante redevoering om een of andere evidente crimineel mee vrij te pleiten – maar dat is dan al meteen het literaire aspect van dat beroep dat me blijkbaar aanspreekt. Nee, het mooie van schrijven is dat je alles en iedereen kunt zijn.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? 
‘​Nee, zelfs mijn uitgever krijgt een versie te zien die al heel ver is, zodat het een boek begint te worden waar ik al in kan geloven. Thuis aan mijn vriendin laat ik het dan weer pas lezen nadat mijn redacteur bij de uitgeverij er iets over gezegd heeft.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk? 
‘​Peter Nijssen van De Arbeiderspers. Omdat hij in grote lijnen begrijpt wat ik wil, en, ook door zijn jarenlange ervaring, snel kan zien hoe iets nog beter kan.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
‘Ik heb thuis een werkkamer, dicht bij zee, dus ’s zomers fiets ik ook nog wel eens naar een strandtent. En soms wil ik juist geen officiële werkplek hebben​ ​en ga ik juist de stad in, om een beetje in notitieboekjes te kriebelen in koffietenten. Het hangt van de fase af waarin een boek zich bevindt. In het begin moet ik veel ronddwalen. Naarmate het vastomlijnder wordt begint het steeds meer op echt werk te lijken, aan het bureau, gedisciplineerd.’ ​

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
‘Vreemd genoeg werkt het uitdenken van ideeen, scène, dialogen enzo, het beste onder de douche. Ik heb daar nooit bij stilgestaan, totdat ik laatst las dat Woody Allen het ook zo doet. Alles onder urenlange douches bedenken, waarna het eigenlijke schrijven een peulenschilletje is, dan zit het werk er al op.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
‘​Ik merk dat ik niet echt één stijl heb, maar dat elk boek zelf om een andere stijl vraagt. Vaak wissel ik ook in stijlen binnen één boek. Art. 285b​ had dat al, daar wisselde de stem van de obsessieve stalker zich af met zijn lyrische kant, en stonden er ook allerlei parodieën op droog-juridische teksten in. In Via Cappello 23 pasticheer ik het wetenschappelijke discours. En nu ben ik aan een boek bezig waar drie of vier personages elk een geheel eigen toon en stijl hebben. Eentje met een Céline/Nietzsche-achtige razernij, eentje juist wat geserreerd, zeg maar Modiano ofzo, en dan ook nog eentje die haast in poëzie ​spreekt. Om kort te gaan: het is mijn stijl is om de rijkdom aan stijlen ​voluit te onderzoeken en te benutten.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
‘Eén heel concreet moment was dat niet, alhoewel ik me wel één zonnige namiddag herinner, ik zat op een terras tussen de Dam en de Nieuwmarkt in Amsterdam, ik had er zitten schrijven, en was daar geloof ik tevreden over, de zon ging onder, de mensen liepen allemaal voorbij, en ik dacht: maar dit kan ook, ik hoef niet mee te doen, schrijven in plaats van meedoen. Die gedachte voelde als een enorme opluchting.’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers? 
‘Op vrijwel welke collega. Het punt is: de boeken die je van die lui ziet, zijn allemaal áf, terwijl je zelf nog aan het ploeteren bent. Zelfs simpele, weinig complexe of ambitieuze boeken lijken al heel wat als je ze in de winkel doorbladert. Arthur Rubinstein schrijft in zijn autobiografie dat hij jaloers is op elke pianist, zelfs een beginneling die alleen maar een Scarlatti-sonate speelt. Dat heb ik dus ook. En dan gaat het alleen nog maar over de afgunst op het artistieke deel ​van de zaak en zwijg ik nog over degenen die ineens bestsellerlijsten in schieten, prijzen winnen, noem het maar op. Je zou een dagtaak kunnen hebben aan het jaloers-zijn. Gelukkig heb ik meestal wel betere dingen te doen dan dat.’

Welke collega-auteur zou jij wel willen zijn voor een dag?
‘​Eerlijk gezegd niemand; ik ben merkwaardig genoeg heel tevreden met mezelf. Bijna op een Salvador Dalì-achtige​ manier: ‘Elke dag kijk ik in de spiegel en ben ik weer dankbaar dat ik een dag mag doorbrengen met Salvador Dalì.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
‘​Ik wil mijn eigen vermogen tot denken en voelen vergroten, en daarmee ook, als twee vliegen in één klap als het ware​, dat van de lezer.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
‘​Nee, geen seconde, en van geen komma. Het omgekeerde trouwens wel, en dat is ook interessanter: spijt hebben van iets níet geschreven hebben. ​Om je heen gebeurt allerlei spannends, schrijvenswaardigs, maar dat zomaar opschrijven zou de privacy van de betrokkenen in het geding brengen; en meestal gaat het ook om heel tragische gebeurtenissen. Die pluk je niet zomaar om in een boek te gebruiken, ik niet in elk geval, al is er iets in mij dat zou willen dat ik daar minder ethisch in was, en de boel gewoon gebruiken. Onder het mom van: die mensen zijn over honderd jaar allemaal dood, en die boeken van mij blijven gelezen worden tot in de eeuwigheid.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
‘​Ik heb een Gedroomd Boek dat ik nóóit zou willen schrijven, want daarna kun je je laptopje wel aan de wilgen gaan hangen. Het Gedroomd Boek is een soort Platoons ideaal, waar ik met elk nieuw werk naar streef, maar waarvan ik ook weet dat het onbereikbaar is.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
‘Eind 2016, een roman die nu nog de werktitel Het valse seizoen draagt, en die is opgezet als het literaire equivalent van een strijkkwartet, dus met vier stemmen, die elkaar afwisselen, ondervragen, opjagen. Het strijkkwartet is in staat om intimiteit te paren aan de grote symfonische beweging. Het omvat de volheid van het bestaan in een overzichtelijke vorm, waar je alle afzonderlijke stemmen van kunt horen. Telkens als een componist een werkelijk nieuw idee wilde uitwerken, greep hij altijd naar het strijkkwartet. Elke imbeciel kan een symfonie schrijven, maar een strijkkwartet, dat is andere koek.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.