Het boekje open: Auke Hulst

1 april 2015

Basis CMYK

Omdat interviews met auteurs zo leuk zijn, start Lood met een nieuwe tweewekelijkse rubriek: Het boekje open. Auteurs vertellen openhartig over (het begin van) hun schrijverscarrière, hun do’s en don’ts tijdens het schrijven, hun collega-auteurs en hun wensen voor de toekomst. Deze week met Auke Hulst, die doorbrak met Kinderen van het ruige land (2012). Over het schrijven van zijn laatste roman Slaap zacht, Johnny Idaho: ‘Grote delen van mijn leven bestaan uit wachten tot ik de geest krijg.’

Kun je rondkomen van je schrijven of heb je er nog een baan naast?

‘Ik kan rondkomen van schrijven. Dan heb ik het over het schrijven van boeken, maar ik schrijf daarnaast ook essays, recensies en reisverhalen voor een aantal kranten en tijdschriften. Dat meer journalistieke werk doe ik al vanaf mijn 21ste. Als romanschrijver haal ik niet alleen inkomen uit royalties, deels in de vorm van voorschotten, maar ook uit leengelden van bibliotheken, zo nu en dan een werkbeurs van het Letterenfonds en gages voor optredens op festivals, in bibliotheken en in boekhandels, hoewel het bij boekhandels vaak om de spreekwoordelijke boekenbon en fles wijn gaat. Ik verdien daarnaast nog wat aan het maken van muziek met mijn band De Meisjes. Al kost muziek maken ook heel veel geld. Maar het is me, zowel bij schrijven als muziek, niet om geld te doen. Ja, dat is wel makkelijk praten als je redelijk verdient. (Afkloppen).’

Wat was je geworden als je geen schrijver was?

‘De dingen die ik altijd wilde – schrijven en muziek maken – doe ik. En ik heb eerlijk gezegd ook nooit een plan B gehad. Maar stel dat ik totaal geen talent had gehad, en dus ook niet alleen journalist had kunnen worden, dan had ik waarschijnlijk een (vergeefse) poging gewaagd profvoetballer te worden. Of striptekenaar. Ik had ook gewoon aan lager wal kunnen raken.’

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?

‘Dat verschilt. Meestal laat ik pas iets lezen als ik een versie af heb, die minimaal een keer herschreven is. Maar bij Slaap zacht, Johnny Idaho heb ik mijn redacteur, Liesbeth Vries, er al in een vroeger stadium bij betrokken. Mijn vriendin, die nu de Master Redacteur/Editor aan de UvA afrondt, heb ik ook al eerder stukken laten lezen. Dat zijn twee mensen met een goed oog voor taal en literatuur en het vermogen te articuleren wat er naar hun idee niet werkt. Bij een complex boek, met verschillende stemmen, is vroege input fijn. Ook omdat ik met dit ene boek meer geworsteld heb dan met alle voorgaande samen.’

Wie is de Eerste Lezer van je werk?

‘Ik ben de Eerste Lezer. Ik schrijf in principe voor mezelf. En in zekere zin ben ik ook de enige die van belang is. Althans, tot een boek de wereld in gaat. Dan worden de opinies van alle anderen alsnog belangrijk, maar dan kan ik er toch niets meer aan doen. Ik wil voorkomen dat ik schrijf met het idee dat lezers, waaronder recensenten, over mijn rug meekijken. Dat lijkt me voor het werk het gezondst. Voor mij persoonlijk is het niet zo heel gezond, want alle stress die ik gedurende het schrijven weet te ontwijken, krijg ik na publicatie met rente op mijn bordje, lijkt het wel.’

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd of plaats?

‘Ik schrijf hoofdzakelijk thuis, aan mijn bureau. Geen vaste tijden. Ik kan me niet lang concentreren, dus alles gebeurt gefragmenteerd, verspreid over de dag. Grote delen van mijn leven bestaan uit wachten tot ik de geest krijg. Ik heb geleerd dat niet te forceren. Soms schrijf ik ook op locatie. Ik heb een deel van mijn tweede roman, Wolfskleren, in Spanje geschreven, ik heb delen van Slaap zacht, Johnny Idaho in Tokio geschreven en De eenzame snelweg, het reisboek dat ik met Raoul Deleo maakte naar aanleiding van Jack Kerouacs On the Road, is voor een groot deel daadwerkelijk onderweg geschreven.’

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven; bepaalde ‘schrijfrituelen’?

‘Ik moet niet al te gestrest zijn. En ik snaai (te) veel. Kauwen helpt me nadenken. Daarnaast is het voor mij belangrijk dat ik ruimte heb om rond te lopen of anderszins fysiek afleiding te zoeken. Er hangt een dartbord naast mijn bureau – mijn niveau is zo onderhand al heel behoorlijk. Toen ik nog in Groningen woonde ging ik vaak poolen tussen het schrijfwerk door, omdat ik vlakbij een poolhal woonde.’

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?

‘Muzikaal. Met een ondertoon van melancholie. Als oude Cool Jazz.’

Wanneer wist je: ik ben schrijver?

‘Toen ik begon met schrijven – ik was twaalf – was dat meteen vanuit het idee: dit is wat ik ben en dit is wat ik zal worden. Gek genoeg duurt het dan nog heel lang voor je zonder enige gêne uit je strot kan krijgen dat je schrijver bent. Pas bij mijn vierde boek, denk ik. Maar het is een merkwaardig woord om te gebruiken, ook omdat zovelen het zo lichtvaardig gebruiken, waardoor het aan inflatie onderhevig is geraakt en in de ogen van velen ook pretentieuze bullshit is. Schrijven is een uiting van wie je bent, maar het is niet wie je bent. Je bent een mens, met beperkingen, ambities en angsten. Schrijver suggereert ook dat je iets getemd hebt, terwijl je bij elk boek als het ware een nieuw bokkig paard bestijgt met eigen hebbelijkheden. Je wordt ongetwijfeld weer een paar keer uit het zadel geworpen. Hoe kun je dan nog met aplomb beweren dat je kunt paardrijden?’

Op welke collega-auteur ben je wel eens jaloers?

‘Als schrijver voel je je altijd te weinig gezien. Terwijl naar jouw idee andere schrijvers, die echt niet per se beter of relevanter zijn, om de haverklap gerecenseerd worden en met hun bakkes in de krant staan. Van dat idee moest ik loskomen, al is het moeilijk en zelfs al is het soms terecht. Het zat me dwars dat mijn eerste vijf boeken volledig genegeerd werden door de Volkskrant. Ik werd nooit besproken, nooit geïnterviewd. Die krant was echt mijn Witte Walvis. Maar toen de Volkskrant eindelijk mijn laatste boek recenseerde, was dat in zo’n ongeïnspireerd stukje dat ik dacht: zat dat je nu dwars? Is dit waar je op zat te wachten? Een wijze les. Gezien worden heeft met andere dingen te maken. Dit was alleen maar ego.’

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?

‘Al het waardevolle schrijven heeft voor mij twee doelen: de wereld leren begrijpen en jezelf kenbaar maken aan die wereld. Daarom is het belangrijk alleen dát te schrijven wat je echt schrijven wilt en moet – wie voor de markt of voor de lezer schrijft, leert te weinig over de wereld en maakt niet zichzelf kenbaar maar juist een ander.’

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?

‘Ik heb veel kritiek gehad op mijn tweede roman, Wolfskleren, wat een erg hermetisch, ondoordringbaar boek is. Die kritiek kwam hard aan. Maar ik heb zelf toch veel aan dat boek gehad, hoewel het even duurde voor ik dat kon inzien. Waarmee ik wil zeggen dat ik geen spijt heb van iets wat ik gemaakt heb, omdat alles een functie heeft gehad in mijn ontwikkeling en alles elementen bevat die voor mij waardevol zijn. Charlie Kaufman zei ooit: “Failure is a badge of honor. It means you’ve risked failure.” Dat voel ik heel sterk. Iets mag gerust mislukken. Het gaat om het durven, om het proberen.’

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?

‘Het gedroomde boek is het boek dat nog moet komen. In mijn hoofd ben ik altijd al een paar projecten, een paar dromen verder.’

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten?

‘Ik ben net begonnen aan iets nieuws, waarover ik in deze fase nog niets ga zeggen. En ik heb dus plannen voor nog een paar andere boeken, waaronder een historische roman. Maar bij schrijven is het: eerst zien, dan geloven. Dus laten we het er een andere keer nog eens over hebben.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.