< Terug

Gingers have no soul

29 september 2015

Toen ik mensen begon te vertellen dat ik naar Dublin ging verhuizen was het eerste wat veel mensen zeiden:
‘Je zult helemaal niet opvallen daar.’
‘Oh?’
‘Je weet wel,’ terwijl ze naar mijn haar wezen.

Dus ik ging thuis op internet uitzoeken hoe roodharig die Ieren nou werkelijk waren en of ik echt zo snel zou ‘opgaan’ in die nieuwe samenleving. Het eerste filmpje dat ik tegenkwam was van een donkerblondharige snotaap die op straat aan mensen vroeg of gingers nu wel of niet een ziel hebben.
Ik werd op mijn wenken bediend met een diep filosofisch vraagstuk nog voordat ik was begonnen met studeren.

De Ieren in het filmpje leken over het algemeen vrij overtuigd te zijn van het feit dat er inderdaad iets mis was met ons. Ons. Deze gemeenschappelijke vijanden maakten het makkelijker om te sympathiseren met mijn lotgenoten, de ‘slachtoffers’ van genetica. Toen ik eenmaal in Dublin rondliep zocht ik wanhopig naar oogcontact met mijn roodharige medemens, naar een blik vol empathie. De Ierse gingers zouden snappen dat ik door al die Nederlanders als een Ander was behandeld die maar beter zo snel mogelijk naar dat zielloze eiland kon vertrekken.

‘I discover myself by and in the Other’s eyes as I do in the looking-glass, which is, so to speak, a glass looking back…The Other’s gaze, voice and desire constitute the very event of becoming visible, audible or desirable, and this event exceeds everything that can be seen, heard or striven for.’

Dit citaat van de Duitse filosoof Bernhard Waldenfels interpreteerde ik op een hoopvolle manier. Ik zou nieuwe dingen ontdekken en zij zouden mij zien. Naïef als ik was, overduidelijk een beginneling in het interculturele leven; de Ierse gaze was onverbiddelijk. Ik was een vreemd tassenvrouwtje, ik sleepte met mijn hebben en houwen van hostel naar hostel, ik was gewoon een beetje rossig vergeleken bij die prachtige koperkleurige bossen die hier rondliepen. Wat een verademing, ik kon nog even mijn idiote (Nederlandse) zelf zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mady Beversluis

Mady Beversluis (1990) woont op dit moment in Ierland, waar ze een master Philosophy & Literature doet aan University College Dublin. Ze studeerde eerder Literatuurwetenschap en Engelse letterkunde in Amsterdam. Voor Lood schrijft ze een column en recensies over boeken die eigenlijk verplichte kost zouden moeten zijn onder een toekomstige literatuurdictatuur.

 

E-mail Mady

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.