Frederik Willem Daem: ‘Ik denk dat ik vooral een autodidact ben’

10 september 2015

daem

Frederik Willem Daem publiceerde eerder al verhalen in onder andere Das Magazin, De Revisor en Oogst magazine, waarvan hij medeoprichter is. Voor de monografie van beeldend kunstenaar Rinus Van De Velde werd zijn werk in het Duits, Engels en Frans vertaald. Zijn debuut, de kortverhalenbundel Zelfs de vogels vallen is zojuist verschenen bij De Bezige Bij. De bundel werd gedrukt met een linnen omslag zonder belettering. De dag voor ons gesprek heeft Frederik in een marathonsessie van 12 uur (!) het lege omslag van de duizend exemplaren van de eerste druk eigenhandig beschreven met titel en zijn naam. Momenteel is De Bezige Bij al bezig met de tweede druk.

Hoe was het om te doen, zo’n performance?
‘Het is goed verlopen, alle 1000 boeken zijn getekend. De opzet was om te kunnen visualiseren wat het schrijfproces is van een boek. Je hebt hoogtepunten, je gaat door een dal en je twijfelt. Het tekenen van eerste boek ging héél slecht, vergelijkbaar met die eerste witte pagina waarbij je aan een nieuw verhaal begint. Gaandeweg bij driehonderd dacht ik: wat ben ik aan het doen? Waar slaat dit op? Waarom? Zo dacht ik ook terwijl ik mijn boek schreef. Dan raak je over dat punt heen en overtuigd van jezelf, en uiteindelijk denk ik dat het ook geworden is wat ik wilde. Ik ben blij met de pijn en de euforie.’

Hoe ben je ooit begonnen met schrijven?
‘Dat is nog niet zo lang geleden. Ik was op school een slechte leerling en niet zo’n goede lezer. Ik heb film gestudeerd aan de Kunstacademie in Brussel, wilde altijd regisseur worden. In het tweede jaar ben ik scenario’s gaan schrijven toen ik besefte dat ik niet echt hield van dat organisatorische aspect van regisseren: je moet iedereen bij elkaar brengen, motiveren en overtuigen van je visie. Via school leerde ik Willem Jan Otten kennen, die gaf een aantal colleges. Ik kon toen ook niet meer kwijt wat ik wilde in scenariovorm. Op zich is die vorm veelal functioneel, ik miste een vrijheid. Je kan daarin niet in één zin kwijt dat iemand het woord ‘kreeft’ onlosmakelijk met zijn vader associeert en er daarbij ook nog eens triest van wordt. In proza vond ik iets dat af was wanneer ik er klaar mee was, en niet wanneer de regisseur dat was. Dat vond ik geruststellend. Daardoor begon ik in het derde jaar met schrijven van fictie en stuurde het op naar Willem Jan Otten. Hij las het en wilde mij wel begeleiden bij het schrijven van mijn roman, als afstudeerproject.’

Kwam er uiteindelijk een roman?
‘Nee. Hij vond mijn stukken goed, maar ik werkte veel te weinig. Hij zei: ‘Ge zijt lui. Je hebt talent, maar je gebruikt het niet.’ Toen ik afgestudeerd was met mijn halve roman wilde ik er niet meer mee verder, dus ben ik korte verhalen gaan schrijven. Ik had het gevoel dat ik nog niet klaar was voor een roman. Ik had nog teveel behoefte aan afwisseling. Er boden zich een aantal ideeën aan waarvan ik voelde dat ze ook romans konden worden. Maar ik vond het net een kracht om dat dan niet te doen. Om wel de wereld van een roman te scheppen maar die te vertellen in een kort verhaal. En in de tussentijd op een overzichtelijke manier nog volop te kunnen experimenteren.’

Zou je ooit wel een roman willen schrijven?
‘Ik denk dat ik vooral een autodidact ben. Ik probeer de lat zo hoog mogelijk te leggen. Omdat ik dat doe, moet ik hard werken. Dat uit zich voorlopig nog in kortverhalen omdat ik dat overzichtelijker vind dat een roman. Ik word niet geconfronteerd met die gigantische spanningsboog. Het langste verhaal in de bundel is een novelle van 55 pagina’s en het was nooit mijn opzet om iets van die lengte te schrijven. Misschien moet ik maar eens per toeval een roman schrijven…’

Hoe ben je bij Das Magazin terecht gekomen?
‘Na mijn afstuderen ging ik op residentie in Parijs, waar ik Daniël van der Meer ontmoette. Kort daarna debuteerde ik in Das Magazin. Dat contact met hem verliep heel goed. Toen ik bij een volgend verhaal vastzat omdat ik geen einde had, vroeg ik Daniël om hulp. Meestal schrijf ik bij mijn verhalen naar een einde toe; dat lukte hier niet. Hij kon niet zeggen wat er schortte aan het einde, maar wilde het wel graag in het tweede nummer publiceren. Later schreef ik nog een kort verhaal voor hen, en daaruit groeide een vriendschap.’

Kwam je zo ook bij uitgeverij De Bezige Bij?
‘Ja, dat was via Das Magazin. Brussel is ver van Amsterdam, op zich ook ver van de literatuur. Ik kende geen andere schrijvers totdat ik op residentie mocht naar Parijs. Ik had daarvoor ook geen idee van hoe het werkte: ik dacht echt dat je je manuscript in een bruine envelop moest doen en genoeg moest frankeren om het ooit nog terug te zien. Daniël nam het op zich om die verhalen die bij Das Mag verschenen, ook bij de uitgeverijen te krijgen. Wat ik deed wekte genoeg interesse op waardoor er plots een zakelijk aspect bij kwam kijken. Ik vond het te vroeg om van mijn schrijven een product te maken en was heel opgelucht toen mijn vriendin een stage aangeboden kreeg in New York. Daar kon ik zonder afleiding doen wat ik moest doen: schrijven.’

Hoe is het uiteindelijk afgelopen?
‘Toen ik terugkwam was de bundel voor drie vierde geschreven en nam ik weer contact op met de uitgeverijen. Ik had nog steeds geen idee waar ik zou tekenen maar met De Bezige Bij had ik altijd een goeie klik. Toen Suzanne Holtzer naar Antwerpen kwam, wist ik op voorhand niet dat ik die dag daar zou tekenen maar ik voelde heel veel vertrouwen zowel als vrijheid. Twee dingen die ik belangrijk vind omdat ik een verbintenis wilde aangaan op de lange termijn. Ik heb nog geen minuut spijt gehad dat ik zo lang heb gewacht. Alles klopt.’

Hoe verliep het schrijven van Zelfs de vogels vallen?
‘Ik kan heel snel schrijven als ik weet wat ik wil schrijven. Het duurt lang voor ik echt begin te schrijven. Ik broed op een idee. Ik verplicht mijzelf echt om elke dag te schrijven, en soms is dat echt verplichting. Veel daarvan is nadenken: wat wil ik vertellen, waar gaat dit over? Meestal schrijf ik stukken, en kom ik tot een passage waarvan ik weet dat die centraal staat in het verhaal. Dat is meer het mijmerende gedeelte van mijn verhalen. Daarnaast probeer ik heel goed over de structuur van na te denken, omdat ik uit de filmhoek kom. Om daar dan ook weer van te kunnen afwijken hé.’

Waar komt de titel van je bundel vandaan?
‘Voor mij heeft dat te maken met een soort van aanvaarding van onze nietigheid. Zeker in een tijdperk waar zelfverafgoding en idolatrie centraal staan. Ik wilde niet ‘de maatschappij een spiegel voorhouden’, maar ik wilde de onderwerpen die mij fascineerden gebruiken voor mijn korte verhalen, om te laten zien dat het echt niet uitmaakt of ge gevierd zijt, of ogenschijnlijk geslaagd zijt in het leven. De belangrijke dingen zijn niet de roem of sterrenstatus, maar nog altijd vrij fundamentele dingen als liefde, vriendschap, gelijksgezindheid. In een tijdperk waar religie voor velen van ons is weggevallen, lijkt er geen geruststellend antwoord meer te zijn voor onze existentiële angsten en twijfels. Hoewel ik evenmin een antwoord kan formuleren, probeer ik, met de televisiepredikant in het titelverhaal, de surrogaatmiddelen te fileren die zin lijken te geven aan ons bestaan. In het aanvaarden van die nietsontziende leegte die daarachter schuilt vinden we rust, zegt hij. Of in het kort ‘zelfs de vogels vallen.’’

Is het broeden op een bepaald moment klaar?
‘Ik doe veel onderzoek voor ik ga schrijven. Ik schrijf sleutelwoorden op, plak foto’s op mijn muur. Als ik dan een einde heb, kan ik beginnen met schrijven. Dan heb ik soms binnen vier dagen een eerste versie. Er was een verhaal dat ik in één keer geschreven heb tot een laatste versie. Mijn grootvader heeft ooit mijn leven gered. Ik had een Napoleonbal gekregen van de buurvrouw, ik had het opgegeten, en ingeademd. Hij zat in mijn longpijp vast, dus stikte ik. Mijn neef zag mij toevallig, heeft mijn grootvader gehaald, die de Napoleonbal uit mijn keel heeft geduwd. Was hij een minuut later geweest, dan was ik er geweest.’

Wat kwam daar dan uit?
‘Ik vond het fascinerend om het einde van zo’n kind te beschrijven. Ik heb een reeks gemaakt genaamd Monstertjes, dit verhaal is het tweede uit die reeks van vijf. Het idee was dat het allemaal kinderen waren die dan stierven door toevalligheden in hun omgeving. Ook al heb ik zelf geen kinderen vond ik het interessant om te onderzoeken hoe aangrijpend zo’n gebeurtenis wel niet is. Daarnaast wordt elk kind onschuldig geboren. Een mooi contrast met de wereld van de volwassenen die ik in deze bundel schep.’

Waar komen je ideeën vandaan?
‘Meestal is het een insteek, dat kan door verschillende dingen komen. Het titelverhaal is tot mij gekomen omdat ik iets met een televisiepredikant wilde doen. Ik vind het interessant hoe zo’n figuur door religie inspeelt op mensen. Daar kwam ik ook alleen op toen ik onverwacht met mijn vriendin naar een dansvoorstelling ging, met een choreografie op de bulderende stem van Jimmy Swaggart, een televisiepredikant. Dan schrijf ik dat op in mijn gsm. Het verhaal van de motorcrosser ontstond door diezelfde interesse in excessen in de maatschappij. Ik vind het zot hoe mensen hun leven wagen om in de annalen van de geschiedenis terecht te komen. Heel triviaal eigenlijk. Net als Felix Baumgartner, die met een heliumballon naar de ruimte opsteeg om vervolgens het record vrije val te verbreken. Die waaghalzerij vind ik fascinerend. Ook als toeschouwer: want ben je op zoek naar hij die het haalt of zou het een veel grotere indruk op mijn leven maken als ik het moment meemaak in de geschiedenis waarbij hij het niet haalt? Hetzelfde gaat op voor hem. Wie praat er nu nog over Felix Baumgartner?’

Vond je het moeilijk je bundel samen te stellen?
Oorspronkelijk was het de bedoeling om verhalen te schrijven die qua thematiek allemaal heel dicht bij elkaar aanleunden. Maar naarmate de bundel vorderde boden zich verhalen aan die ik moest schrijven. Verhalen die mij dierbaar zijn geworden waardoor ze niet mochten ontbreken, ongeacht de rode draad. Verder heb ik goed gekeken naar afwisseling binnenin het geheel. Uiteindelijk is het resultaat een staalkaart geworden van wat me niet loslaat. Zoals de eindigheid van de liefde. Wanneer de kolen nog lichtjes smeulen maar er geen hout meer over is om het vuur gaande te houden. Dat is de premisse van het verhaal ‘Voorbij De Klif’ dat ik schreef toen ik in Parijs resideerde. Ik vond dat niet zo’n interessante stad, maar mijn vriendin is verliefd op Parijs. Haar droom was om naar Parijs te verhuizen. Toen wist ik dat ik enkel naar Parijs zou verhuizen onder de omstandigheid dat zij mij zou verlaten. Een verhaal schrijven over het einde van uw relatie is echt nefast voor die relatie, maar juist die grens waar fictie overvloeit in non-fictie vond ik een uitdaging. Zeker doordat het boek ook aan haar wordt opgedragen. Dat je dan als lezer denkt: heeft hij dan nu net een boek opgedragen aan zijn ex? Kan hij dat niet loslaten?’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.