In de praktijk ben ik een optimist

18 december 2014
Fotografie: Claire Witteveen.

Fotografie: Claire Witteveen.

Philip Huff (1984) heeft naar eigen zeggen veel geluk: hij kan heel prima rondkomen van zijn schrijven. Zijn succes is er ook naar. Zijn eerste boek, Dagen van gras (2009) en derde boek zijn verfilmd, en de verfilming van zijn tweede boek, Niemand in de stad (2013), is in volle gang. Zijn boeken verkopen goed, hij treedt veel op en hij schrijft columns en artikelen voor o.a. NRC Handelsblad. Hij won de Dioraphte Jongerenliteratuurprijs en Das Magazin noemt hem één van de meest veelbelovende jonge schrijvers van Nederland. Onlangs verscheen zijn derde roman, Boek van de doden. Ik sprak hem in Hotel de Hallen over de schrijver, de opiniemaker en de optimist in hem: ‘Ik ben altijd bezig met veel dingen tegelijk.’

Die gozer die alleen over neuken schrijft

Boek van de doden is erg toegankelijk geschreven, maar inhoudelijk geen lichte kost. Huff hoort vaak dat mensen het een deprimerend boek vinden, dat in kleine beetjes gelezen moet worden. ‘Alles wat belangrijk is, zit in Boek van de doden, van seks tot hoe je met elkaar praat. Maar het grootste cliché is waar: dat je net zoveel uit mijn werk haalt als je er als lezer in stopt. Als je het heel oppervlakkig wilt lezen, haal je ook alleen de oppervlakte eruit.’ Zo wordt Huff met zijn boeken vaak in een bepaald kader geplaatst: ‘Als ik voorlees op een festival, sta ik daar als die jongen met dat baardje en die kuif die een boek schreef over het studentencorps. Dan denkt iedereen: dat is die gozer die alleen maar over neuken schrijft. Sta ik op de Universiteit van Leiden, dan ben ik de afgestuurde historicus en filosoof, de jonge schrijver. Terwijl ik dat beide keren ben.’ Je manier van schrijven zoek je volgens Huff niet uit, net zoals de kleur van je ogen of je stemgeluid. ‘Ik schrijf zoals ik het zie en hoor in mijn hoofd. Je zou het kunnen vergelijken met het maken van een druipkasteel, zoals je vroeger deed op het strand. Je gaat aan de gang met de vormen die je ziet, zowel op zinsniveau als op verhaalniveau.’

Het autobiografische in Huffs boeken valt volgens hem wel mee. Er zit veel meer ruimte tussen hem en hoofdpersoon Felix Post dan mensen denken. Hij kiest in ieder geval niet voor de onderwerpen van zijn romans, dat gaat meer vanzelf: ‘Als je aan de slag gaat, komen die obsessies vanzelf naar boven, bijna onbewust. Ik ben altijd bezig met veel dingen tegelijk. Dat komt allemaal terug in je boek, in personages, in dialogen.’ Zo speelt Amsterdam een belangrijke rol in Boek van de doden, maar dat komt vooral doordat hij die stad het beste kent, dus daar het makkelijkst over kan schrijven. Amsterdam leent zich ook goed als setting: ‘Het is opgebouwd uit halve cirkels. Felix komt zo constant zijn eigen geesten tegen, uit het verleden én het heden.’

Weg met de gevestigde orde

Het mag wel eens afgelopen zijn met dat kader waar je als schrijver in geplaatst wordt, vindt Huff. Na Boek van de doden wordt hij vaak de nieuwe Gerard Reve genoemd, en aangemerkt als ‘de stem van zijn generatie’. Zelf ziet hij dat anders: ‘In principe is het idee van schrijven dat je iets met autoriteit probeert te vertellen. En autoriteit heb je alleen als je iets van iets af weet. Ik ben totaal niet expert genoeg van alle levens van mensen van mijn leeftijd om namens een generatie te kunnen spreken.’ In een opiniestuk uitte hij kritiek op die constante vergelijkingen van nieuwe schrijvers met de grote drie: ‘Het is natuurlijk fijn dat mijn boek vergeleken wordt met De avonden, omdat dat een heel bekend boek is. Maar als je continu vergelijkt, maak je het nieuwe altijd het oude. Die vergelijkingen zijn ook altijd met Reve, Hermans, Mulisch, andere mannen. Dan blijf je dat kader hanteren waarin literatuur altijd door pijp rokende mannen van middelbare leeftijd wordt geschreven.’ En die gevestigde orde, daar wil Huff juist vanaf. ‘Bovendien doet de gevestigde orde het heus niet altijd goed. Vaak komen zij met achterhaalde oplossingen, en bevestigen ze de totale zinloosheid van het bestaan. Daar moet je wel tegenaan schoppen. Als je dat niet doet, leg je je er eigenlijk bij neer.’

Een boek is meer dan zelfexpressie

Als hij bezig is met een boek laat het Huff niet meer los, ook wanneer hij niet schrijft. ‘Boek van de doden was een zwaar boek om te schrijven, ik werd er somber van. Schrijven is net als dromen: het kan heel kut zijn, soms denk je echt dat je dood gaat, maar je weet ook dat het weer voorbij gaat, dat je weer wakker wordt.’ Huff ziet een boek als een plek waarop je probeert over te brengen wat je vindt en voelt: ‘Je gedachten en gevoelens over mensen, over de liefde, carrière, je ouders. Maar een boek is veel meer dan alleen zelfexpressie, het is ook communicatie. Het weten dat je je woorden aan iemand toevertrouwt. Dat is omgedoopt tot een soort Libelle-achtige opvatting van schrijven, dus is het vaak not done om te zeggen, maar uiteindelijk komt het daarop neer. Waarom zou je anders schrijven?’

Bovendien ziet Huff fictie als een soort spel: ‘Je laat je hoofdpersoon ook dingen denken en zeggen die je zelf niet de hoogste morele waarde toedicht. Felix is best vaak een gedeprimeerde eikel die zijn verantwoordelijkheden niet neemt. Hij is voor een groot deel afwezig.’ Die afwezigheid wordt weerspiegeld in de altijd aanwezige social media. Juist doordat Huff de eindeloze Whatsapp-conversaties zo helder en eerlijk neerzet, denk je als lezer: hier klopt iets niet. ‘Er is een constante ruis van communicatiemiddelen, Whatsapp, Facebook, Twitter, die mensen helemaal niet in staat stellen dichter bij elkaar te komen, ze gaan juist tussen mensen in staan.’ En daar heb je last van als mens, vindt Huff. ‘Je loopt de hele dag rond in een steeds voller lopende bak met data. Even helemaal niets is eigenlijk uitgesloten. En dat is eigenlijk bullshit, want je kunt er wel wat aan doen: zet die telefoon gewoon op stil.’

Huff zelf is graag alleen. ‘Iedereen heeft mensen nodig, maar ik werk en reis het liefst in mijn eentje, ik ben goed in alleen zijn. Waar ik minder goed in ben is eenzaam zijn.’ In Boek van de doden is de eenzaamheid nooit ver weg: ‘Als je je sterk voelt, kan je goed alleen zijn. Maar als je eenzaam bent, wat ook heel goed kan in gezelschap, kan je het alleen-zijn niet goed verdragen. Die sociale eenzaamheid is heel tastbaar in mijn boeken, omdat je eigenlijk altijd opgesloten bent in jezelf.’

Steeds vaker de opiniemaker

Huff spreekt zich meer en meer uit in de media, steeds vaker neemt hij de rol van opiniemaker aan. Vijf jaar geleden was hij net afgestudeerd en schreef hij als gastschrijver zijn eerste opiniestuk in de NRC Next. ‘Ik twijfelde nog, omdat ik echt een beeld had van de schrijver als schrijver.’ Maar Huff ziet hij steeds meer de noodzaak om tegengas te geven. ‘Ik heb daar met collega’s wel ruzie over. Je moet oppassen als schrijver, en jezelf niet tussen het boek en de lezer plaatsen.’ Huff daagt zichzelf graag uit met het schrijven van essays. ‘Het lastigst vind ik stukken schrijven voor de krant, maar die zijn wel het meest noodzakelijk. Eerst twijfelde ik daarover, maar naarmate ik ouder word merk ik dat ik mensen die het meest beducht zijn om wat ze wel zeggen, het meest waardeer.’

Zo uitte hij zijn zorgen over de ontlezing in Nederland. Afgelopen maand schetste hij een zorgwekkend beeld voor het boek in de toekomst. ‘Uiteindelijk begint alles met kennis. Alle boeken die niet gelezen worden, vormen een groot kennisvat dat verloren gaat. De predikers van de vooruitgang zijn vaak de predikers van de oppervlakkigheid. Als je kinderen niet leert lezen, en ze niet leert om het lezen leuk te vinden, dan gaan ze dus niet lezen. Ook niet op latere leeftijd. Die leesachterstand haal je nooit meer in. Het lijkt erop dat het boek steeds minder belangrijk wordt. Dat merk je aan alles. Dat merk je als je in de trein zit en niemand meer een boek leest. Dat merk je op middelbare scholen, aan de leerlingen die bijna niks hebben gelezen. Dat merk je in de boekwinkel, waar minder en minder boeken verkocht worden. Dat merk je als auteur, of je nou met Paolo Giordano of Adriaan van Dis praat. En als lezer merk je het ook: de krantenbijlagen over boeken worden dunner en de mensen met wie je over boeken kunt praten worden schaarser.’

Een boze bittere mannenclub

Onlangs barstte de discussie los over het Nederlandse schrijflandschap, naar aanleiding van een interview met romanschrijver, essayist en redacteur voor De Groene Amsterdammer Joost de Vries. De Vries keurt de afstandelijkheid van zijn generatiegenoten af: ‘Boeken zijn voor mij een manier om mijn plaats in de wereld te bepalen. Maar die reflectie is onmogelijk met deze boeken.’ Huff reageerde hier fel op, onder meer dat het hele waardesysteem van de literatuur in Nederland rondom mannen van middelbare leeftijd is opgehangen. ‘Deze liet ik even niet lopen. Ook omdat ik vind dat Joost een hele intelligente gozer is die goede stukken schrijft. Het is vermoeiend die opiniemakers, maar wel een noodzakelijk kwaad. Dus moet je je pas uitspreken op het moment dat je er écht wat van vindt.’

In het verlengde van die discussie maakt Huff zich zorgen over de kant die recensenten op gaan: ze schrijven structureel zo ongeïnteresseerd, met zo weinig tijd en aandacht en zo cynisch over literatuur, dat het voor de boekenverkoop allang niets meer uitmaakt. ‘Er wordt geen boek meer of minder door zo’n recensie verkocht, dus ze hebben zichzelf volledig gemarginaliseerd. Heel typisch voor die generatie mannen die denken dat ze het beter weten. Het maakt niet uit over welke schrijver of welk boek het gaat, ze vinden het altijd kut. Wat je dan tegen de lezer zegt is dat literatuur niet het lezen waard is. Op een gegeven moment zal de redactie dat ook vinden. Ik vind het kwalijk dat die bittere, boze mannenclub vijftigers alsmaar de ruimte krijgt.’

In praktijk een optimist

Ondanks zijn ietwat duistere inslag is Huff geen pessimist. ‘Ik was gisteren op een middelbare school, waar de kinderen de personages in mijn boek moesten indelen in “helpers” of “hinderaars”. Ik geloof daar niet in. Je schrijft juist een boek om te laten zien dat het heel complex is. Boek van de doden is een ontnuchterend boek, maar dat was mijn vorige boek, Niemand in de stad, helemaal niet. Ik probeer elk boek iets totaal anders te doen. In de eerste instantie schrijf je voor jezelf en dus voor je leeftijdsgenoten. Je schrijft over wat pijn doet. Ik wil geen pessimist zijn, maar van nature kan ik wel pessimistisch zijn. Ik zie dat gewoon eerder. In praktijk ben ik een optimist, omdat ik mezelf dwing de goede dingen te zien. Het leven dwingt me ook heel vaak tot optimisme.’ In interviews en in zijn boeken probeert Huff zichzelf in alle echtheid te laten zien. ‘In mijn boeken is het écht in de spiegel kijken, met al je wallen en echtheid. Ik ben wel een perfectionist, maar ik geloof niet dat ik mezelf altijd van mijn beste kant wil laten zien. Wel van alle kanten.’

Volgend jaar gaat Huff een tijd naar het buitenland om aan zijn volgende boek te werken, waarschijnlijk naar Amerika. ‘Het lekkerste is dat je je sociale agenda en je vrienden allemaal nog wel hebt, maar even geen verplichtingen hoeft te vervullen als je weg bent. En welke kant ik ook op ga; het is nieuw, spannend. Ik begin in New York en zie wel wat er gebeurt.’

One Response to In de praktijk ben ik een optimist

  1. […] keer: Philip Huff. Voor het beste effect lees je tijdens het luisteren natuurlijk ons interview met […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.