Das Mag leesclub met Michel Faber

16 februari 2015

Voordat ik Michel Fabers nieuwste boek las, Het boek van wonderlijke nieuwe dingen, had ik nog niet van hem gehoord, noch iets van hem gelezen. Het was dan ook een ideale start van mijn kennismaking met de auteur: zodra ik voor het eerst een werk van hem las, kon ik hem ook meteen in vlees en bloed ontmoeten en hem al mijn vragen stellen. In de eerste instantie was ik verward door Het boek van wonderlijke nieuwe dingen. Al helemaal toen ik hoorde van Michel Fabers overtuiging dat dit zijn laatste roman is.

Fabers nieuwste roman volgt Peter, een christelijke pastoor die door een mysterieus Amerikaans bedrijf, het USIC, als zendeling naar een andere planeet, Oasis, wordt gestuurd. Zijn vrouw Beatrice blijft achter op aarde. In opdracht van het USIC moet hij het woord van God brengen aan de inheemse bevolking. Zestien tenen, een gezicht dat zich het beste laat beschrijven als twee verwikkelde foetussen en een stem lijkend op snerpend schuurpapier. Hoe meer tijd hij met ze doorbrengt hoe meer de Oasiërs Peter verwonderen.

Mocht je het boek nog niet uit hebben of nog willen lezen, let wel op: onderstaande bevat spoilers!

‘De afschuwelijke bende van het menselijk bestaan’

Het begin van Het boek van wonderlijke nieuwe dingen ligt een hele tijd terug, bijna tien jaar geleden. Na zijn vorige boektour werd Faber ‘erg negatief over literatuur, en de rol van literatuur en auteurs in de wereld.’ Faber kwam erachter dat mensen als Bush en Blair geen boeken lezen en het ze niet uitmaakt wat jij of ik denken. ‘We zijn onbelangrijk. Jarenlang stopte ik met schrijven, met het geven van interviews en bleef ik me thuis zitten opvreten. Het enige boek dat in me op kwam, was een boek zonder mensen erin: een boek over aliens. Zo zou ik de afschuwelijke bende van het menselijk bestaan kunnen omzeilen.’

Maar weer een aantal jaar later realiseerde Faber dat literatuur niet de taak heeft de wereld te veranderen. Er zou niet van verwacht moeten worden dat het een oorlog kan stoppen; literatuur geeft mensen inzicht in de bende die de wereld is. ‘Als je een goed boek leest voel je je minder alleen, meer begrepen. Omdat er iemand anders is die voelt wat jij voelt, begrijpt wat jij begrijpt. Dus begon ik weer met schrijven, en tegelijkertijd werd mijn vrouw Eva erg ziek. Ik werkte verder aan dit boek, wat niet alleen een boek werd over communicatie en de afstand tussen menselijke intentie en de realiteit, maar ook over ziekte, de kwetsbaarheid van het lichaam en verlies. Verlies van alles; verlies van de planeet, verlies van het lichaam, verlies van geliefden.’

Waar het in Het boek van wonderlijke nieuwe dingen volgens Faber vooral om gaat is mensen te verzoeken dankbaarder zijn met wat ze hebben. ‘We hebben een prachtige, wonderbaarlijke planeet die we niet behandelen zoals het zou moeten. En we hebben wonderlijke lichamen die je van alles aan kunt doen, maar die zichzelf ondanks alles repareren. We zijn bevoorrecht deze lichamen te bewonen, en erkennen dit wonder niet genoeg. Dat zou één van de wijze lessen kunnen zijn van Het boek van wonderlijke nieuwe dingen: dat het mensen zou inspireren om wat ze hebben meer te koesteren.’

‘Ik besloot dit boek als een reis te schrijven’

Faber geeft toe dat Het boek van wonderlijke nieuwe dingen een veel socialer boek is dan hij bedoeld had. Het boek heeft een samenleving en veel meer humor en sociaal contact dan eerdere boeken van hem. ‘Dat was wennen’, zegt Faber. ‘Daarnaast was het een raar boek om te schrijven, omdat ik het vrijwel uit het niets schreef. Andere boeken die ik schreef, stippelde ik zorgvuldig uit vóór het schrijven. Zoals bij Leliewit, scharlakenrood wist ik van tevoren iedere scène, iedere paragraaf van ieder hoofdstuk al.’ Maar met dit boek wilde hij de controle laten varen, omdat hij vond dat hij teveel controle had, en de lezer zo teveel kon manipuleren. ‘Ik wilde al schrijvend leren, dus besloot ik dit boek als een reis te schrijven. Ik wist niet wat er kwam en zou er al schrijvende achter komen, uur na uur, dag na dag.’ Afhankelijk van wat Peter meemaakte en wie hij tegenkwam, wist Faber wat het volgende was dat hem te wachten stond.

De spanning omtrent het USIC, de vage, ietwat onbetrouwbare Amerikaanse organisatie die Peter het onbekende instuurt, is eindeloos en besluipt de lezer constant vanuit de schaduwen van de nette gangen en kamers van de USIC basis. Peters achterdocht is voor de lezer alleen maar logisch. Al is het alleen al de hersenspoelachtige muziek van Sinatra die constant uit de luidsprekers komt, waarover Faber toegeeft: ‘Het enige wat erger is dan Sinatra, is Bob Dylan die Sinatraliedjes zingt.’ Maar deze spanning is maar schijn: in feite gaat Het boek van wonderlijke nieuwe dingen echt over goede mensen die goed proberen te doen door de haven en samenleving op Oasis te stichten en in stand te houden. Maar als je dat al wist vanaf de eerste regel, zou je nooit volhardend door blijven lezen tot die 640 pagina’s. En uiteindelijk gaat het allemaal om wat de Oasiërs van de mensen willen, wat neerkomt op maar een op het oog klein lijkend ding: geloof.

Zelf gelooft Faber niet in God, net als bekend auteur David Mitchell, een goede vriend van hem. Terwijl hij dit boek schreef, las hij een fragment voor van Peter die een begrafenisspeech houdt voor een van de USIC medewerkers. Mitchell zei hem vervolgens: ‘Ik ben een atheïst, maar als ooit iets me zou kunnen overtuigen te geloven, dan zijn het de woorden die je zojuist voorlas.’ Faber wil niet neerkijken op mensen die wel geloven: ‘Omdat mijn vrouw niet meer bij mij is, zou ik natuurlijk graag willen dat ze ergens wél is, waar ze op mij wacht. Maar dat geloof ik niet. Geloof biedt hoop als al het andere faalt. En ik geloof dat mensen niet kunnen leven zonder hoop. Ik respecteer allerlei soorten geloof en de behoefte die geloof beantwoordt.’

‘Dankzij haar kreeg ik het af’

‘Er gebeurden interessante dingen en ik vond het leuk om te schrijven, totdat Eva ziek werd. Toen was mijn hoofd vol angst, woede en paniek en vond ik het vreselijk om te schrijven. Maar elke keer dat ik een hoofdstuk af had was ik tevreden, om de kleine vooruitgang die ik had gemaakt op deze reis. Maar de rest ervan was nog steeds onbekend, een leegte, en niets was ooit geregeld. Het ideale boek wat ik had geschreven tijdens Eva’s ziekte was Leliewit, scharlakenrood geweest, omdat ik dan precies elke dag had geweten waar ik aan toe was. In 2013 dacht ik niet dat ik het boek af zou krijgen omdat het simpelweg te moeilijk was naar Oasis te gaan, en ik was nodig in Schotland, ik moest mijn vrouw verzorgen.’ Als Eva niet zo had aangedrongen dat Faber het boek afschreef voor haar overlijden, had hij helemaal niet meer geschreven. Dankzij haar kreeg hij het af.

Fabers vrouw Eva met wie hij al 26 jaar getrouwd was overleed afgelopen jaar. Zij speelde een grote rol, als niet dé rol, in Fabers schrijfproces, vertelt hij. Aan haar legde Faber zijn hoofdstukken voor, met haar sparde hij over plot en personages. In de voorbeelden die Faber geeft lijkt Eva haast op te spelen als zijn geweten, zijn hart. Toen Faber Lelieblank, scharlakenrood (2007) schreef en in de eerste versie de hoofdpersonage Sugar liet doodgaan voor het ultieme feelbad ending, mocht hij het zijn lezers van haar niet aandoen. Ze benadrukte dat zijn werk oprecht en echt moet zijn, met personages met vrije wil, anders was het zinloos.

Volgens Faber is deze roman zijn laatste. Ongetwijfeld heeft het te maken met de onmisbare rol die Eva speelde: ‘Het boek van wonderlijke nieuwe dingen was mijn laatste roman en wij wisten dat allebei.’ In het interview gaat hij hier verder op in: ‘Ik geloof het nu een stuk minder dan ik 10 jaar geleden deed. Ik geloof dat dingen ons in ons diepste kunnen raken, binnendringen in onze ziel, zelfs als we het niet kunnen analyseren of weten waar het vandaan komt. Het heeft een blijvend effect. Literatuur kan goed doen, wat net zo makkelijk ontdaan kan worden door omstandigheden. Literatuur heeft zijn limieten.’

‘De stervensirritante, naïeve dominee’

Faber wilde er zeker van zijn dat de lezer met de personages in het boek in het gezelschap zou zijn van mensen die ze zouden mogen. Het is een dik boek, en in veel opzichten een verdrietig boek. Daarnaast is het zo dat het USIC personeel heel relaxed is, en iedereen elkaar mag, dus Peter moest daar wel tussen passen. ‘Ik heb het met verschillende mensen over Peter en Beatrice gehad: sommigen van hen, met name vrouwen, vonden Peter stervensirritant. Hij is zwak, naïef, willoos. Anderen vinden Peter geweldig, dapper en een krachtige dominee, die een irritante vrouw heeft die hem maar blijft lastigvallen. Ik hoop dat het aangeeft hoe levend de personages zijn.’

Als één van de lezers die Peter stervensirritant vond, kon ik hem halverwege het boek pas echt begrijpen en begon ik hem te mogen. De scène die mij bijblijft is toevallig ook een van Fabers favoriete hoofdstukken om te schrijven: over de geboorte van een Oasisch kind, Hoop, en het overlijden van de moeder van Oasiër Vriendin van Jezus 5. ‘Dat hoofdstuk bestond eerst niet,’ vertelt Faber. ‘Toen ik het aan Eva liet lezen, zoals altijd, zei ze: “Er mist iets in het hart van het boek.” Ze wilde meer toegang tot Peter, hij bleef te vaag en niet menselijk genoeg. Ze vond ook de Oasiërs als volk té mysterieus. Faber vroeg waar hij dan moest beginnen, en Eva zei: “Ik wil een geboorte zien en ik wil een dood zien.” Dus schreef ik dat hoofdstuk, waarin Peter allerlei dromen heeft over zijn jeugd, en daar een nachtlang om huilt. Hij weet niet dat Vriendin van Jezus 5 achter hem zit. Zij kan het verschil niet horen tussen huilen en zingen, omdat menselijke geluiden voor haar allemaal hetzelfde klinken. En als Peter weer wakker wordt, noemt zij zijn huilen “een heel lang lied”.’

Een feelbad verhaal

Er is een hoop moois, niet alleen in onze wereld, maar ook in mensen en in de literatuur. Dat is, ondanks Fabers soms pessimistische inslag tijdens het gesprek, het gevoel wat ik van hem meekrijg. Ik ben onder de indruk van deze man, van hoe hij met zijn verlies omgaat en toch contact blijft maken met zijn lezers, onbekenden voor hem. Na het einde dat Faber ons geeft in Het boek van wonderlijke nieuwe dingen, blijft de lezer met een hoop vragen achter. Wat je na de laatste bladzijde het liefst wil weten, ik althans, is hoe het Peter op zijn terugreis en met Bea zal vergaan. Het antwoord daarop is hoopvol: Faber gelooft in de liefde tussen Peter en Bea. Peter Bea zal vinden, waar dan ook, hoe dan ook.

‘Geen een van ons weet hoe het zal gaan, hoe het af zal lopen,’ zegt hij hierover. ‘Wat we wel weten is dat onze ouders, wij en onze kinderen allemaal dood zullen gaan, we kunnen niet voor eeuwig leven. Het is een feelbad verhaal voor íedereen, niemand kan eraan ontsnappen. Het is een triest verhaal, met voor iedereen een slecht eind. En de uitdaging is dat te weten en tegelijkertijd van het stukje voordat dat gebeurt te genieten en het te koesteren.’ In Het boek van wonderlijke nieuwe dingen komt dit terug door het verlies dat op iedere manier wordt ervaren, terwijl tegelijkertijd de schoonheid van menselijke liefde wordt beschreven. Zolang gezondheid, leven en liefde mogelijk is, is er hoop uit te halen.

Sinds Eva is overleden schrijft Faber gedichten om hem te helpen om te gaan met zijn verlies. Op zijn boekpromotietour neemt hij Eva’s rode schoenen mee, en maakt hij af en toe een foto als hij ergens is waar zij het naar haar zin gehad zou hebben.

Don’t hesitate to ask

So many of the people

I’ve informed that she is dead

Have said

If there’s anything we can do

Anything at all

Don’t hesitate to ask

Well, actually

Since you offer

Yes

Would you mind driving me

Headlong through the universe

At ten million miles an hour

Scattering stars like trashcans

Scorching the sky

Put your foot to the floor

Crash right through the gate of fate

Trespass galaxies

Straight over black holes and supernovas

To the hideout of God

Wait for me while I

Break down the boardroom door

And drag the high and mighty fucker

Out of his conference

His summit on the mysteries of life

And get him to explain to me

Why it was so necessary

To torture and humiliate

And finally exterminate

My wife

But no, these things I do not say

Because I know

That by anything at all

You mean a cup of tea

Or a lift into town

If you go that way, anyway

PA WITH_BACKGROUND BRONZEHet boek van wonderlijke nieuwe dingen / Michel Faber / Vertaald uit het Engels door Harm Damsma en Niek Miedema / Podium / 640 pagina’s / €25,-

 

 

 

One Response to Das Mag leesclub met Michel Faber

  1. […] leven van een schrijver kan ook een totaal ander perspectief op een verhaal bieden. In aanloop naar de Das Magazin leesclub met Michel Faber had ik Het Boek van Wonderlijke Nieuwe Dingen uitgelezen. Met zijn protagonist die de ruimte in […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.