< Terug

Het Boekje Open: Raoul de Jong

8 september 2016

versie1_Raoul_MG_2419 copyIn de rubriek Het Boekje Open geven auteurs een kijkje in het brein van een schrijver. Vandaag is dat Raoul de Jong, schrijver, programmamaker, danser en levensgenieter. Hij reisde op zijn negentiende vier maanden in zijn eentje door Afrika. Op zijn eenentwintigste overleefde hij vier maanden New York met vijftig Dollar op zak. Hij schreef columns voor SpunkNRC Handelsblad, nrc.next, IS en Het Parool. En publiceerde vijf boeken, waaronder De grootsheid van het al. Op 30 september 2016 treedt hij op tijdens de allerlaatste Jonge Schrijversavond.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast?
Sinds vier of vijf jaar kan ik zowaar rondkomen van het schrijven. Eigenlijk sinds ik na een droom besloot om naar Marseille te lopen en daar, voor 1 cent per klik, over te schrijven voor de website van NRC. Een van de dingen die ik wilde uitvinden tijdens die wandeltocht is of het mogelijk is om volwassen te worden – je huur en de rekeningen te betalen en voor jezelf en de mensen om je heen te kunnen zorgen – zonder te stoppen met spelen, zonder te vergeten waar je vrolijk van wordt. Overal onderweg kwam ik mensen tegen die hetzelfde hadden gedaan als ik, die hun dromen, de gekke zinnetjes in hun hoofd serieus hadden genomen.

Een verzekeringsagent die tuinier geworden was, een verpleegster die met een vrachtschip door Europa voer, een bankier die zijn eigen woongemeenschap had gesticht. Naar die gekke zinnetjes luisteren is het meest verstandige dat je kunt doen, zeiden ze allemaal. Het leven zorgt voor de rest, ook het geld om je rekeningen te betalen. Terug in Nederland bleek dat te kloppen : mijn columns werden 400.000 aangeklikt. De reis werd een boek. Het boek won een prijs. Ik kreeg allemaal leuk werk aangeboden en de rekeningen zijn tegenwoordig elke maand betaald. En ik kan óók nog eens verjaardagscadeautjes kopen en zo.

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?
Eigenlijk wilde ik archeoloog worden, een soort Indiana Jones, James Bond, filmster, monnik, balletdanser of Michael Jackson. Schrijver kwam nooit in het rijtje voor, maar door het schrijven ben ik al die dingen toch een beetje geweest, dat is het mooie aan schrijven. Popster, denk ik soms nog, als ik dronken ben. Monnik, denk ik minstens even vaak, vooral als ik veel deadlines. En op heel veel momenten denk ik : géén carrière, dat is de carrière die ik wil.  Vergeten wie ik ben en wat ik heb bereikt, al mijn spullen weggeven, de deur dicht doen en kijken wat er op mijn pad komt. Ik ben blij met de kansen die ik krijg, met het geld dat ik verdien, met het feit dat ik tegenwoordig dus gewoon de rekeningen kan betalen met werk dat ik leuk vind, tegelijk denk ik vaak : ooit ga ik dood, ik weet niet wat hierna komt, dit leven is waarmee ik het moet doen. Het leven is te kort om op te offeren aan een carrière. Die carrière moet een middel zijn, niet een doel.

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is?
Ik lees het aan heel veel mensen voor. Vrienden, familie, mijn vriend. Bijna iedereen die ik ken, geloof ik, basicly.  Procastinatie heeft er waarschijnlijk iets mee te maken. Maar misschien is het ook een onderdeel van mijn proces: ik schrijf niet voor mezelf, ik schrijf voor een publiek. Door voor te lezen snap ik of de boodschap aankomt of niet.  Daarnaast: meestal ben ik zo bezeten door mijn werk, dat het, om volledige isolatie te voorkomen, handiger is als ik mijn omgeving erbij betrek. De Omgeving vind dat zelf ook leuk. Hoor. Ze doen in elk geval alsof. Dus; tegen de tijd dat mijn werk wordt gedrukt hebben mijn vrienden en familie het meestal al gehoord. Er zijn een aantal mensen aan wie ik het daarvoor ook laat lezen. Als het om een boek gaat: mijn redacteur natuurlijk, mijn vroegere agent en mijn beste vriendin. En als het om stukjes gaat voor de krant: de mensen die in die stukjes voorkomen. Als die stukjes ze vrolijk maken, heb ik mijn werk goed gedaan.

Wie is de Eerste Lezer van je werk?
Als in: wie is mijn grootste fan ofzo? Wie rent er als eerste naar de boekwinkel nadat mijn boek in de winkel ligt? Dat weet ik eigenlijk niet. Nadat een boek gedrukt is heb ik er geen controle meer over. Dat is altijd een raar moment. Je hebt de boekpresentatie, dan heb je een kater en een emotional breakdown, dan krijg je sms-jes van familie en vrienden en vrienden van vrienden en dan langzaam krijg je mails.

Dat was in elk geval zo met mijn laatste boek: ik kreeg mails van mensen die ik niet kende die mijn boek hadden gelezen en me daarvoor bedankten. Die mails krijg ik nog steeds. En soms hoor ik het live, zomaar van iemand op straat of in een café of in een lift: bedankt. Ik weet niet met hoeveel ze zijn, die mensen, maar ze zijn er. Een klein groepje. Met wie ik praat via mijn boeken. Ik hoop dat het me lukt om ze bij me te houden. Het is een prettig en warm gevoel, zo’n groepje onbekende vrienden met wie ik mijn dromen deel.

Waar schrijf je? Heb je een vaste tijd en/of plaats?
Nee, ik wil dat altijd, een werkschema, net zoals Ernest Hemingway of Murakami, maar het lukt me nooit om dat vol te houden. Ik ben nu bezig aan mijn volgende boek. In de afgelopen drie maanden ben ik drie weken elke ochtend om zes uur opgestaan, ik heb een dure secretaire gekocht, die ik vervolgens een keer heb gebruikt, ik heb een kamer in een Italiaanse boerderij ingericht als werkkamer en heb daar twee ochtenden gezeten. Ik heb tien dagen gelogeerd in een boshut zonder internet en as we speak logeer ik in een paleis in Tunesië. Ik heb geschreven in een witte schrijfoutfit, ik heb kaarsen gebrand, een schrijfaltaar ingericht, ik heb geschreven op de computer en met de hand. Ik ben gestopt met roken en weer begonnen, ik heb een dag gejogd en vier dagen twee uur per dag gemediteerd.

Ik heb van alles geprobeerd. Soms werkt het, even, meestal werkt het niet. Uiteindelijk werk ik het beste als ik niet te streng ben voor mezelf. Als ik het gevoel heb dat het mag, niet moét. Dat ik het niet doe omdat ik een contract heb ondertekend of omdat ik een deadline moet halen, maar omdat ik er zin in heb. Dan komt het. Ik wilde zeggen: meestal in de ochtend, zonder internet. Maar een paar van de beste bladzijdes schreef ik aan het einde van de middag (met een glas wijn op).

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven? Heb je bepaalde ‘schrijf rituelen’?
Nou ja, plezier dus. En een bepaald vuur, dat heb ik nodig. En magische tekens, vreemde toevalligheden, waardoor ik begrijp dat ik dit boek schrijven moét. Dat het klopt met het grote geheel dat dit boek er komt. Mijn rituelen wisselen per week. De enige constante is: computer aan of notitieblok open, zuchten, en gewoon maar beginnen. Uiteindelijk komt het daar toch op neer. Gewoon beginnen. En doorgaan. En op een gegeven moment wordt het leuk.

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?
Simpel, vrolijk, luchtig. Niet heel anders dan hoe ik spreek. Het leukste vind ik om met de lezer te flirten, hard to get te spelen, hun aandacht op te wekken en te zorgen dat ze door willen blijven lezen tot het eind. Ik wil dat ze huilen wanneer ze moeten huilen en lachen wanneer ze moeten lachen, dat ze een avontuur meemaken in hun hoofd en een beetje anders naar de wereld kijken als het verhaal is verteld. Daar let ik op, als ik mijn eigen teksten teruglees : het gevoel, meer dan de stijl. Komt de boodschap aan ? Gaat de lezer doen wat ik wil dat hij doet nadat het boek uit is? Ik wil ze aanraken en leren wat ik heb geleerd en een beetje veranderd terug de wereld insturen. Dat is het belangrijkst.

Wanneer wist je: ik ben schrijver?
Ik heb altijd geschreven en al heel jong werd ik daar voor betaald, maar dat was gewoon omdat dat zo liep, omdat de columns en de boekcontracten op de een of andere manier op mijn pad kwamen. Op mijn 24e had ik vier boeken geschreven, toen ben ik een tijdje met schrijven gestopt. Ik had genoeg van de computer en wist ook niet zeker of schrijven nou was waar ik het best in ben. Ik maakte onder andere een dansprogramma voor Villa Achterwerk, twaalf afleveringen. Toen die serie was afgelopen moest ik bedenken wat ik nu weer wilde met de rest van mijn leven. Ik ben twee weken naar Berlijn gegaan, las een boek van Christopher Isherwood over zijn tijd in Berlijn en kopieerde zijn dagschema : elke dag stond ik om 9 uur op, dronk koffie in een café, ging naar een museum, probeerde minstens met één vreemdeling te praten en aan het eind van de dag schreef ik. Heel voorzichtig, voor het eerst sinds vier jaar, voor mezelf. Het was alsof ik een oude vriend terugvond. Het leven werd er leuker, interessanter door.

Aan het eind van die week zat ik met mijn notitieboekje in een cafe in de straat waar Christopher Isherwood had gewoond. Met zijn boek dat ik gekocht had in een boekwinkel die vernoemd was naar het meest bekende boek van mijn andere favoriete schrijver, James Baldwin. In een café dat Breakfast at Tiffanies heette, naar het boek van Truman Capote, met wie ik nadat mijn eerste boek uitkwam vaak werd vergeleken. En ik besefte : ik kan wel doen alsof het niet zo is, maar ik hoor bij deze familie. Ik zit hier niet zomaar, met mijn notitieboekje. Ook al ben ik niet briljant, niet de grootste, niet de beste, schrijf ik niet de mooiste zinnen en voelt het nog steeds stom om te zeggen ‘ik ben schrijver’, schrijven is iets dat voor mij natuurlijk is. Ik heb het altijd gedaan en zal het altijd blijven doen. Schrijven is de formule waarmee ik mijn leven magisch maak.

Voor welke schrijver heb jij bewondering?
Er zijn een aantal. James Baldwin, Christopher Isherwood, Tiziano Terzani. Anton de Kom. Ik bewonder ze om de lessen die ze me leerden. Ik heb die lessen getest en ze bleken te kloppen. Hun boeken geven me troost en zin in het leven. Ze maken me moedig.

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?
Christopher Isherwood. Hij maakte een hoop dingen mee die ik wel had willen meemaken, hij ontmoette interessante mensen, was tijdens zijn leven steeds op de juiste tijd op de juiste plaats. Verder lijkt het alsof hij vrij luchtig door het leven ging. Hij had een hoop plezier en was een beetje ondeugend. En: hij had al vrij vroeg succes maar heeft dat zijn leven niet laten bepalen. Hij was nooit bang om keuzes te maken die ervoor konden zorgen dat zijn succes zou verdwijnen. En dat is waarom ik nu vijftig jaar later zijn boeken lees.

Schrijf je met een bepaald doel? Heb je een missie in je schrijven?
De wereld een beetje mooier maken. Dat klinkt zo Oprah winfrey, maar als ik niet geloofde dat een boek dat kan doen, dan zou het me niet lukken om een boek te schrijven. Een boek schrijven is een hel. Maar ik weet wat boeken voor mensen kunnen doen. Daarom schrijf ik boeken.

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt?
Ja: een column over een tv-serie waarin ik speelde, Zoop. Ik was negentien, studeerde in Amsterdam, had net een boekcontract getekend, was gevraagd om in Costa te spelen, en schreef om de week een column voor spunk.nl, die dan een week later werd overgenomen door NRC. De column moest snel geschreven. En in Zoop spelen vond ik stom. En aan mijn mede-acteurs zag ik ook wat er met mij zou gebeuren als mijn afleveringen eenmaal op tv zouden komen en als ik ja zou zeggen tegen Costa. Roem! En hoe moeilijk het is om daar afstand van te nemen als je dat eenmaal hebt. Dus daar schreef ik over. Heel vlug en heel cynisch en héél onaardig.

De column werd meteen overgenomen door NRC. Dat wist ik niet omdat ik in een Zwitserse film speelde en dat weekend in Zwitserland was. Ik vond het pas uit toen ik aankwam op de Zoop-set voor mijn laatste opnamedag. ‘Wat moet ik aan?’ vroeg ik de kostuumafdeling. ‘Een heel lelijk pak,’ zeiden zij. Wat precies de woorden waren die ik had gebruikt om mijn outfits te beschrijven. Ik draaide me om en jawel, daar hing de column, uitgeknipt aan de muur. Iedereen op de set had hem gelezen.

Die laatste opnamedag was een van de meest verschrikkelijke dagen in mijn leven. En het einde van mijn acteercarrière, uiteraard. Ik geloof niet dat ik daarna ooit nog iets gemeens heb geschreven. Woorden hebben gevolgen, dat maakte die dag heel duidelijk. Voor een krant schrijven geeft verantwoordelijkheid. Die moet je op de juiste manier gebruiken.

Verder zou ik willen dat ik mijn eerste boek een andere titel had gegeven dan Stinknegers. Achter die titel schuilt een heel menslievende, politiek-verantwoorde boodschap. Het probleem is alleen dat dat zo lastig is om in een paar zinnen uit te leggen aan booskijkende mensen bij het schap met bruine bonen in de supermarkt. Stinknegers klinkt toch een beetje als de second coming of Mein Kampf.

Heb je in je achterhoofd een ‘Gedroomd Boek’: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?
Een detectiveroman. Al denk ik terwijl ik dit opschrijf : wat afgezaagd. Ik zou een keer boek willen schrijven dat alleen maar grappig is, vermaak, zonder Boodschap. Maar tot nu toe komt het innerlijke prekertje toch altijd om de hoek kijken.

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek en/of project?
Ja, Een Boek, ‘Het Boek’ zoals ik het in e-mails aan mijn vrienden beschrijf. Over Suriname en mijn vader en de donkere kant van onze geschiedenis en over waarom die donkere kant van de geschiedenis toch licht is. Zoiets. Hopelijk wordt het grappig e doch wijs en momenteel gaat het nog alle kanten op, maar ik weet hoe het eindigt en ik weet hoe het begint.

En ik schrijf elke woensdag een rubriek voor nrc.next, ‘werkpak’, over mensen en hun uniform. Over wie die mensen zijn en wie ze spelen. De eerste aflevering gaat over een Rotterdamse monnik.

Foto credits: Vera Cornel

Bewaren

Bewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Rosalinde Markus

Rosalinde Markus (1994) studeert Communicatie in Den Haag. Ook is ze freelance copywriter en blogger. Als hoofdredacteur ziet ze in Lood een ambitieus platform om nieuwe literatuur onder de aandacht te brengen van een jong publiek. Ze schrijft voornamelijk reportages, recensies, nieuwsoverzichten en opiniestukken over literaire ontwikkelingen.

E-mail Rosalinde

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.