< Terug

Het Boekje Open: Judith Visser

15 juni 2016

In seizoenen Judith VisserWe spraken met Judith Visser over schrijven en alles wat daarbij komt kijken.

Kun je rondkomen van je schrijven, of heb je er nog een baan naast? Zo ja, wat voor werk doe je?

Ik ben sinds 2006 fulltime schrijver. Van alleen mijn royalty’s kan ik niet rondkomen, maarvoor lezingen krijg ik ook wat en met die twee dingen bij elkaar opgeteld lukt het net. Het is te vergelijken met een soort van minimumloon. Ik ben er tevreden mee. Ander werk ernaastzou teveel afleiden (en ik zou ook niet weten wat dat in vredesnaam voor baan zou moeten zijn), en bovendien wil ik mijn honden geen hele dagen alleen laten.

Wat was je geworden als je geen schrijver was? Heb jij een gemiste of gedroomde carrière?

Ik heb oorspronkelijk Voedingsleer gestudeerd. Een thuisstudie, want in een klaslokaal functioneer ik niet, maar ik heb wel mijn diploma behaald. Het plan was om een eigen praktijk te beginnen waar ik mensen zou helpen een gezond voedingspatroon te vinden dat specifiek op hun lichaam en levensstijl is aangepast. Maar ik kwam in de knoei toen er allemaal rekenwerk bij kwam kijken. Cijfers liggen mij niet. Als ik geen schrijver was geworden zou ik nu waarschijnlijk vertaler zijn. Of hondentrainer, een soort gedragscoach voor mensen die niet snappen hoe ze met hun hond moeten omgaan. Ik zie veel situaties waarin dat fout gaat.

Laat je je werk lezen aan iemand voordat het af is? Zo ja, waarom diegene?

Nooit voordat het af is. Ten eerste schrijf ik al mijn boeken met de hand en is mijn manuscript in wording altijd een opgestapelde chaos van volgekalkte schriften. Ten tweede schrijf ik niet chronologisch en zou een ander er dus niets van begrijpen. Ik ben een herschrijver, er zijn bij mij heel veel versies nodig voordat de tekst er staat zoals ik het in mijn hoofd had. Daarna heb ik wel een paar kritische proeflezers, mensen die zelf ook schrijven en dus weten waar ze op moeten letten. Het lijkt me geweldig als een manuscript er in één klap staat en meteen goed is, maar ik blijf altijd dingen zien die beter kunnen. Pas na tien tot elf versies kan ik er tevreden over zijn, terwijl de valkuil tegelijkertijd is dat je dan zelf al zó vaak door je eigen tekst bent gegaan dat je er een afkeer van krijgt. Daar moet ik aan werken.

Wie is de eerste lezer van je werk? Waarom diegene?

Dat zijn dus mijn proeflezers: Micha Meinderts en Felicita Vos. Ik lees hun manuscripten ook. Zo helpen we elkaar.

Heb je een vaste tijd of plaats waar je schrijft?

Ik loop ’s ochtends eerst een paar uur met mijn honden door het bos, en daarna schrijf ik. Dat doe ik in de woonkamer, op de bank, met mijn schriften op schoot en mijn honden naast me. Soms ga ik ’s avonds door. En een paar keer per jaar huur ik een eenpersoonshutje diep in een Belgisch bos, extreem afgelegen, waar verder niemand komt. Er is ook geen internet of bereik voor mijn telefoon. Daar ben ik het meest productief.

Wat heb jij absoluut nodig om te kunnen schrijven, heb je bepaalde schrijfrituelen?

Het klinkt heel aanstellerig, maar ik heb stilte nodig en moet alleen zijn. Gelukkig woon ik in een rustige omgeving, maar een paar jaar geleden woonde ik in een flatje in Rotterdam Zuid, met onder en naast mij mensen die de hele dag tegen elkaar schreeuwden en harde housemuziek draaiden. Dat was niet fijn. Gelukkig bestaan er oordoppen.

Hoe zou je je eigen schrijfstijl beschrijven?

Ik schijn een ‘directe’ stijl te hebben, las ik pas ergens. Daar kan ik me wel in vinden. Direct, maar met ruimte voor gevoel. Verder houd ik van metaforen. En (een overblijfsel uit mijn thrillerjaren, misschien) ik vind een roman altijd net wat fijner als er iets van een plot in zit.

Voor welke schrijver heb jij bewondering en waarom?

Ik bewonder Harriet Beecher Stowe, omdat zij met Uncle Tom’s Cabin een boek schreef wat (voor die tijd) niet alleen heel gedurfd was maar ook hoognodig.

Welke schrijver zou jij wel willen zijn voor een dag?

Ik zag vorig jaar de film Limitless, waarin een schrijver dankzij een soort wonderpilletje zo’n beetje in één dag tijd zijn hele boek eruit ramde. Op het moment dat ik die film zag had ik blaren op mijn vingers van het langdurig schrijven met de hand, een gezicht vol met inktvlekken, en een manuscript dat maar niet de vorm wilde aannemen waarin ik het wilde gieten. Toen dacht ik wel even: was ik die man maar, met dat pilletje.

Met echte, bestaande schrijvers zou ik niet willen ruilen. Ik probeer mij er ook niet mee te vergelijken, dat is de snelste manier om ongelukkig te worden.

Schrijf je vanuit een bepaald doel of met een specifieke reden?

Ik schrijf over wat mij bezighoudt. In seizoenen is mijn eerste roman, hiervoor schreef ik thrillers. Daar had ik geen diepere intentie mee, die boeken waren vooral bedoeld om lezers te vermaken en een paar uurtjes spanning te bieden. Ik merk dat ik nu anders tegen het schrijven aan kijk. In seizoenen gaat over een heftig onderwerp (terminaal ziek zijn met nog maar een paar ‘seizoenen’ om te leven) en de hoofdpersoon is gebaseerd op mijn moeder. Ik wilde haar met dit boek nog eenmaal een ‘stem’ geven, laten zien hoe dapper zij was. En tegelijkertijd mensen een hart onder de riem steken die ditzelfde meemaken of hebben meegemaakt.

Heb je ooit spijt gehad van iets wat je geschreven hebt? Waarom?

Voortdurend. Laatst vroeg iemand mij waarom ik mijn thrillers niet thuis in de kast heb staan. Maar waarom wel? Ik ben er klaar mee. Je laat een foto van je ex toch ook niet ingelijst op je nachtkastje staan? Een paar weken geleden kreeg ik een brief dat een paar oude titels van mij verramsjt worden, en ik dacht alleen maar: prima.

Hopelijk komt er ooit een tijd komt dat ik vrede kan hebben met wat ik creëer, en niet meer zo twijfel. Misschien komt dat nu, met In seizoenen en de boeken die nog gaan komen. Het zou fijn zijn. Het lijkt me mooi om trots te zijn op iets.

Wat is je favoriete quote? 

Dat komt uit het lied Wat de toekomst brengen moge van dichteres Jacqueline E. van der Waals, en luidt: ‘Leer mij slechts het heden dragen, met een rustig, kalme moed…’

Heb je in je achterhoofd een gedroomd boek: een boek dat je altijd nog zou willen schrijven?

Dat is altijd het boek waar ik op dat moment aan werk. En de vloek is dat het vrijwel nooit lukt om het gedroomde precies zo op papier te krijgen, haha. In het beste geval komt het in de buurt.

Wat kunnen we de komende tijd van je verwachten? Ben je bezig met een volgend boek of project?

Ik merk dat het me met In seizoenen meer moeite kost om me er los van te maken dan bij mijn vorige boeken. Ik voel me er nog altijd mee verbonden. Maar ik ben wel al bezig met iets nieuws, waar ik enthousiast over ben. Een coming of age roman. Het wordt bijzonder!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Laurie Branderhorst

Laurie Branderhorst (1988) studeerde Engels en de master Redacteur/Editor aan de UvA. Het liefst leest ze nieuwe literatuur en interviewt ze (jonge) schrijvers hierover. Ze ziet in Lood het vernieuwende platform om literaire nieuwsgierigheid bij anderen aan te moedigen, uit te wisselen en nieuwe verbindingen te leggen.

 

 

 

E-mail Laurie

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.