34e Nacht van de Poëzie: verras me

19 september 2016

Voor een niet-ingewijde lijkt het concept van de Nacht van de Poëzie vreemd: de namen van de dichters zijn bekend, hun volgorde is militair geheim. ‘Of daar slechte wil mee gemoeid is? Jazeker,’ aldus Piet Piryns, presentator en ordehandhaver van de avond. ‘Een evenement als dit bijwonen is cultureel correct en buitengewoon verdienstelijk, maar niet voldoende,’ zegt hij streng. Bundels, búndels moeten er gekocht worden. Medepresentatrice Ester Naomi Perquin krijgt de rol van vriendelijke gastvrouw toebedeeld en verwelkomt ons als gelukkige mensen die zo juist aan boord gegaan zijn van een cruiseschip. We staan nog op het dek, klaar om verrast te worden.

We weten dat er, net als vorig jaar, ook op de rondgangen van alles te beleven valt: er zijn literaire tatoeages, talloze boekenstandjes, wraps, en Titi Zaadnoordijk fluistert voor twee euro opnieuw liefdesgedichten in het oor van altijd onvoorbereide poëzieliefhebbers. FoMO-lijders die we zijn zullen we de grote zaal die avond echter amper verlaten. He jij, mevrouw met het T-shirt van de Nacht, weet jij wanneer Marieke Rijneveld op het programma staat?

Bedwelming

Charlotte Van den Broeck

Traditiegetrouw mag de afsluiter van de laatste editie de Nacht inzetten. Charlotte Van den Broecks intieme performance werd vorig jaar gezien als een van de hoogtepunten. Meteen blijkt dat ze er ook aan het begin van de avond in slaagt om eenzelfde bedwelmende sfeer te creëren. Ze laat haar poëzie zonder bindtekst op ons los, zonder bundel tussen haar en het publiek in, zonder goede avond, en sleept ons een blauwe oneindigheid in. Onze gedachten blijven haken aan een schijnbaar onschuldig vers ‘ook vandaag te lang aan cirkels gedacht’, maar Van den Broeck gaat en zoekt verder. We zoeken mee.

Na haar volgen de geëngageerde poëzie van Charles Ducal en de misleidende gedichten van K. Michel. Die laatste lijkt ons met zijn ‘Vuistregels’ weer op de rails te zetten na Van den Broeck, maar haalt ons even snel weer onderuit met ‘de suggestie dat om de hoek / het geluk wacht op een botsing’.

Dan laveren plots tien conquistadores met bijna evenveel snaarinstrumenten tussen het publiek door. ‘Guantanamera,’ zingen ze, in onze Vlaamse oren ook gekend als ‘Sex met die blonde’. Het publiek zingt de canonieke versie mee; de sfeer zit goed. Dat was het eerste uur.

NachtvandePoezie-AnnavanKooij-1611

Twijfelen aan zekerheden

‘Second guessing brengt je in het echte leven niet ver, maar in poëzie mag het. Dat vind ik er zo mooi aan,’ zei literatuurwetenschapper Sarah Posman op de boekpresentatie van Dichters van het nieuwe millennium in Perdu. Weinig dichters twijfelen zo eigenzinnig en muzikaal als Joke van Leeuwen. Op de Nacht leest ze voor uit haar nieuwe bundel Het moet nog ergens liggen, die in oktober verschijnt. Een voorproefje uit de Nachtbundel:

‘Hier, het dansen, nee, geen dansen / nee, dit is nog net niet vliegen / net niet vliegen als de duiven.’

Nog breekbaarder wordt het bij Eva Gerlach. Grote en kleine situaties vat ze in trefzekere details, van een gewapend kind in de Syrische burgeroorlog (‘Toen iedereen dood was begon ik hier voor mezelf / met mijn AK-47 mijn broertje van staal’) tot het krijgen van een brief, die begint met ‘Lieve’ en die je met trillende vingers opent.

Mag er nog gelachen worden?

Ja, dat mag. Daar zorgen dichters als Edward van de Vendel voor, samen met zijn varkentje, dat ervan droomt om turnkampioen te worden (spoiler: ‘Zijn dream came hartstikke true’).

En dan is er natuurlijk nog Hans Dorrestijn, de enige dichter die al bij de opkomst op evenveel applaus en gefluit onthaald wordt als bij zijn slotgedicht. Hij laat enkele korte knallers los op het gewillige publiek, maar laat de lach midden in zijn performance vergezellen van een traan. ‘Zwakke poging’ noemt hij zijn gedicht over zelfmoord, een eerbetoon aan Joost Zwagerman. Ontroering grijpt de zaal. Dorrestijn ramt er snel wat korte bejaardengedichtjes tegenaan.

NachtvandePoezie-AnnavanKooij-1986

Mijmeren met Marlene van Niekerk

Pas sinds enkele uren op Nederlandse bodem geland. Marlene van Niekerk reist af uit Zuid-Afrika om aanwezig te zijn op de 34e Nacht. En daar zijn we blij om. Ze opent met het bezwerende ‘Oggend van ’n waterfiskaal’. ‘Het is een soort klankgedicht’, legt ze uit. ‘Niemand begrijpt het, dus ik ook niet.’ Haar performance is krachtig, meeslepend. ‘!tewiek in sy keel sit sy roepnaam !tewiek’, zingt ze. De vertaling wordt op een scherm achter de dichteres geprojecteerd. Haar poëzie betovert. Of dat komt door de charme van het Zuid-Afrikaans of door parelende neologismen als ‘jouw zonsopkomst-glimlach’ is onmogelijk te zeggen.
Dan duikt ordehandhaver Piet Piryns opnieuw op. Geen tijd meer voor een laatste gedicht. Boegeroep weerklinkt.

Gelukkig geeft de volgende entr’acte, Joep Beving, ons ruimschoots de tijd om verder te mijmeren met zijn ingetogen pianomuziek, tussen Chopin en Satie in. Het ritselende gefluister, het zachte klokken van flessen wijn, het draagt allemaal bij tot de intieme middernachtsfeer.

Nu pas beginnen we het concept van de avond te begrijpen: hadden we het programma gekend, dan was deze verrassende schoonheid wellicht aan ons voorbij gegaan.

NachtvandePoezie-AnnavanKooij-1688

Jong geweld

De nieuwe dag is al een eind opgeschoten als Roos Rebergen het podium opstuift en zich naast de lezenaar posteert. ‘Ik heb net een pak in Parijs gekocht van driehonderd euro, dus ik ga hier niet achter staan,’ zegt ze. Haar performance is een wervelwind. Veel tijd voor tussentijds applaus is er niet (‘ik heb maar acht minuten’). Haar tweede gedicht heet ‘Sorry hoofd’. Het is een doodeerlijke verontschuldiging, een quasi nonchalante liefdesverklaring. ‘Sorry dat ik u zo laat schrikken, sorry dat ik u niet kan vertrouwen. […] We hebben zuurstof nodig want we moeten groeien. We moeten groeien, hoor je.’

Uitkijken is het nu nog naar Marieke Rijneveld, die ons, zoals ze in een interview zegt, ‘zachtjes doch dwingend als een kroontjespen in de inkt van [haar] werk wil dopen’. Het is bijna half drie als ze het podium betreedt, in een bordeaux pak inclusief das. ‘Ik zeg niets tussendoor,’ kondigt ze aan. ‘Dus als je denkt: zij zegt niets tussendoor, dan klopt dat.’ Rijneveld gunt ons geen adempauze, maar blaast haar gedichten, haar stapelwolken, het publiek – nu beneden verzameld – in. ‘Verdrietvreters’ brengt een vloedgolf van broze beelden:

‘zit ik hier op mijn matras in de namiddag met / een bellenblaas in mijn hand, zie in iedere zeepbel mezelf weerspiegeld en uit elkaar / spatten, er zijn zoveel versies van mijn bestaan maar niet één die blijft hangen.’

Marieke Rijneveld

Eigenlijk willen we de melancholische afsluiter van debutant Jonathan Griffioen niet aan ons voorbij laten gaan, maar we besluiten om te vertrekken op een hoogtepunt. Rest ons alleen nog: gehoorzamen aan de bevelen van commandant Piryns. Het zijn Kameleon van Charlotte Van den Broeck en Kalfsvlies van Marieke Rijneveld (met een grotesk konijn op de cover) die ons de nacht in vergezellen.

Ten onrechte onvermeld gebleven en bij deze rechtgezet

Om middernacht is het podium van Anna Enquist. ‘Laat ik maar beginnen met wat kankergedichten over de stad’, zegt ze. Haar laatste bundel Hoor de stad (2015) gunt Amsterdam een nieuwe kans. De gedichten ademen berusting, al is het rauwe kantje niet weggesleten. Uit haar gedicht voor de Openbare bibliotheek: ‘[…] Nog even zijn de woorden / balsem, zinnen de genezing voor je ziel.’

NachtvandePoezie-AnnavanKooij-1672

Van de stadsdichter van Amsterdam naar de Dichter des Vaderlands: ook Anne Vegter tekende dit jaar present. Ze start met een checklist voor kandidaten die de fakkel van haar willen overnemen. Eén: ‘je bent dichter’. Ook nog op de lijst: ‘Je lacht om de tijdgeest / je schrikt om de tijdgeest’. Erna moet er nog even serieus gedaan worden en volgt een gedicht over de vluchtelingencrisis.

En de Nacht, hij denderde en kabbelde almaar voort, en voort, en voort. Voor stilstaan en terugblikken was er weinig tijd. Tim Welvaars’ eerbetoon aan Toots Thielemans creëerde daarvoor wél de ruimte. Met een ensemble van piano, drums en contrabas brengt hij de mondharmonicalegende voor eventjes terug. Laten we ‘Bluesette‘ nog één keer beluisteren, alsjeblieft.

Beste Nacht, ik ben blij dat ik u heb leren kennen. U hebt me verrast. Bedankt. Merci.

NachtvandePoezie-AnnavanKooij-1866

De foto’s zijn van Anna van Kooij. De foto’s van Marieke Rijneveld en Eva Gerlach zijn van Michael Kooren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Lise Delabie

Lise Delabie (1991) studeerde vergelijkende moderne literatuur aan de universiteit van Gent. Ze loopt momenteel stage bij De Bezige Bij in Amsterdam en vult haar vrije uren met Murakami lezen, bloggen, recenseren en literaire evenementen afschuimen.

E-mail Lise

Lees meer:

Hanya Yanagihara

Hanya Yanagihara bij BorderKitchen: ‘Ik wist dat mijn boek niet saai zou zijn’

Rosalinde Markus

‘Dit is je eerste bezoek aan Nederland, toch?’ vraagt interviewer Arjan Peters aan auteur Hanya Yanagihara. ‘Yes,’ antwoordt ze, ‘so don’t disappoint me.’ Het is druk in Theater aan het Spui bij het literaire programma van BorderKitchen. Iedereen is benieuwd naar de auteur achter de succesvolle roman A little life, in het Nederlands vertaald als Een klein leven.

De Jonge Schrijversavond

De Jonge Schrijversavond: een waardig afscheid

Margot de Sera

De Jonge Schrijversavond, de zevende en laatste editie van een serie energieke literaire avonden over jonge schrijvers. Het gemist, of gewoon even je geheugen opfrissen en nagenieten? Lees vooral met Lood mee.